1977 Woonwagenwerking erkend
De oprichting van het Vlaams Overleg Woonwagenwerk
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

De eerste ondersteuning lag bij het katholieke pastorale werk met foorreizigers. In 1868 is er een initiatief in Antwerpen door de Kapucijnerpater Celestinus en Constance Teichmann. Kloosterzusters en o.a. Pater Van Caloen s.j. (Brussel, 1874) breidden het werk verder uit over heel het land. Van dan af is er een op- en neergang van extern ontwikkelde initiatieven.
Maar halverwege de 20ste eeuw zorgen foorreizigers voor zichzelf en richten ze een eigen syndicale- en belangenorganisatie op. Daarnaast blijft het oude apostolaatswerk bestaan, maar het richt zich nu tot alle rondtrekkenden, met inzet van aalmoezeniers en kapelwagens.

Eind jaren zestig van de vorige eeuw gaan sociale werkers zich met woonwagenbewoners bezig houden. Zigeuners en 'Voyageurs' zoeken, al dan niet verplicht, aansluiting bij de welvaartsstaat en hebben daarvoor de hulp nodig van geschoolde mensen. Ze vragen administratieve ondersteuning, maar ook aandacht voor het feit dat hun bestaanszekerheid in het gedrang komt. Want hun klassieke werkterrein van verkoop aan de deur verdwijnt. En door hun gebrek aan scholing vinden ze de weg niet naar andere beroepsactiviteiten. Niet enkel economisch, ook territoriaal komen woonwagenbewoners in moeilijkheden. Hun traditionele pleisterplaatsen worden één voor één omgevormd tot woongebied, industriegebied of ontoegankelijk natuurgebied.
De sociale werkers confronteren daarom de overheid met de soms schrijnende leefsituaties en de gebrekkige voorzieningen op de geïmproviseerde standplaatsen. Ze roepen de overheid op om woonwagenbewoners maatschappelijke bijstand te verlenen en aangepaste terreinen voor hen te realiseren.

Om greep te houden op het snel groeiende en diverse sociaal-cultureel werk in Vlaanderen kiest de overheid in de jaren zeventig voor een overkoepelingsstrategie. Ze brengt de ondersteuning van woonwagenbewoners onder bij het categoriaal opbouwwerk samen met andere 'doelgroepwerkingen' zoals migrantenorganisaties, vrouwen- en homoverenigingen. Om hun stem voldoende te laten horen bundelen de woonwagenwerkingen in 1977 hun krachten in het Vlaams Overleg Woonwagenwerk (VOW). Dit pluralistische orgaan coördineert de culturele en maatschappelijke begeleiding van woonwagenbewoners.

Vanaf 1981 focust het nu zelfstandig geworden Vlaamse sociale beleid zich op kansarmoedebestrijding en financiert het tal van projecten. Mee in dat licht verenigen de lokale en regionale woonwagenwerkingen zich daarop in 1985 in één organisatie: het vroegere VOW wordt het Vlaams Centrum voor Woonwagenwerk. Doel van het Centrum: de problematiek van woonwagenbewoners op de maatschappelijke en politieke kaart te zetten. Op dat ogenblik is het schrijnende tekort aan degelijk uitgeruste standplaatsen (nog steeds) het grootste knelpunt. Dat tekort verhindert woonwagenbewoners om hun levensomstandigheden te verbeteren en vooruitgang te boeken op het vlak van tewerkstelling, onderwijs en gezondheidszorg.

Zijn vaste haven vindt dit werk in '96 wanneer woonwagenbewoners worden opgenomen in het Vlaams Strategisch Plan Etnisch-culturele Minderheden. De realisatie van voldoende duurzame woonwagenterreinen en de oprichting van een Vlaamse woonwagencommissie (1997) zijn twee doelstellingen in dat plan. Via het minderhedendecreet van 28 april 1998 wordt het woonwagenwerk een structureel onderdeel van de integratiesector. De werking, het personeel en de middelen van het Vlaams Centrum Woonwagenwerk worden geïntegreerd in het Vlaams Minderheden Centrum en in de regionale en grootstedelijke integratiecentra. In 2008 krijgt het Vlaams Minderhedenforum als belangenbehartiger van alle etnisch-culturele minderheden structurele middelen om woonwagenbewoners te ondersteunen en hun participatie te vergroten. Ook de sector Samenlevingsopbouw maakt middelen vrij voor regionale participatieprojecten. Gemeenten met een woonwagenterrein zetten personeel in om de integratie in de lokale gemeenschap te ondersteunen.

Auteur(s): Dirk Beersmans,
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste