1972 Sociaal-cultureel werk in Brussel
Net als elders, of toch niet helemaal!
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Het sociaal-cultureel werk in Brussel verschilt op het eerste gezicht niet fundamenteel van dat in Vlaanderen. Er is al lang een actief verenigingsleven in alle gemeenten met de “fondsen” en andere organisaties, voor alle gezindten en alle groepen. Er zijn ook Nederlandstalige sport- en jeugdverenigingen, plaatselijke bibliotheken en gemeenschapscentra.
Maar daarnaast speelden opeenvolgende staatshervormingen een bepalende rol in de verdere ontwikkeling. Het verhaal wordt dan heel organisatorisch en specifiek!

Een ijkpunt was de oprichting van de NCC (Nederlandse Cultuurcommissie, voorzitter Hugo Weckx) in 1972, gevolg van de culturele autonomie. Daarbij kreeg Brussel een eigen culturele instelling om het Vlaams cultuurleven te ondersteunen, te versterken en de band met Vlaanderen te onderstrepen.
De talrijke initiatieven werden gebundeld in de SKRen (Sociaal-Kulturele Raden). Die waren onder impuls van de Stichting Lodewijk de Raet rond de jaren 70 in alle gemeenten opgericht als overleg- en samenwerkingsverband van het Vlaamse gemeenschapsleven. Met de komst van de NCC kregen ze een beleidsorgaan dat niet enkel subsidies verleende, maar ook nieuwe initiatieven ontwikkelde en kansen gaf.
Tal van overleg- en coördinatieorganen zagen in die jaren het licht: de ANBJ (Agglomeratieraad voor de Nederlandstalige Brusselse Jeugd) als koepel en ondersteuningsinstrument voor het jeugdwerk (later JeS) of APSKW (Agglomeratieraad voor het Plaatselijk Sociaal-Kultureel Werk), de koepel van de SKRen en trefpunt voor overleg en samenwerking, of CNBS (Confederatie van Nederlandstalige Brusselse Seniorenclubs).

In de jaren 70 werd de professionalisering, zoals elders, een feit. Dat leidde tot versterking en uitbreiding van het bestaande aanbod. Ook geschikte infrastructuur werd in elke gemeente een passend uithangbord voor de dynamiek aan de basis.

Bij de staatshervorming van 1989 ontstond het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en daarin kaderde de oprichting van de VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie, opvolger van de NCC). De Vlaamse en Franse Gemeenschap in Brussel kregen voortaan “persoonsgebonden materies” als beleidsbevoegdheid (cultuur, onderwijs, welzijn en gezondheid), wat weer ruimte creëerde voor nieuwe initiatieven.
Vlaamse decreten krijgen ook vaak een “Brusselse” vertaling. Voorbeeld zijn de GC (Gemeenschapscentra), naar analogie met de Cultuurcentra in Vlaanderen. Hun werking bestrijkt een ruime waaier van activiteiten gaande van onderdak bieden aan allerlei verenigingsinitiatieven, tot de organisatie van theater- en muziekprogramma’s, schoolvoorstellingen, tentoonstellingen, vorming, welzijn, sportevenementen, enzovoort. Het doel van de GC wordt in het laatste beleidsplan van de VGC als volgt omschreven: “stedelijke motor (zijn) van een lokaal beleid” met als missie “de leefkwaliteit van de stad (te) bevorderen”.
De specifieke Brusselse situatie vereist tevens een aangepaste benadering waarbij “andersoortige participanten” en “recentere organisatievormen” als wijkcomités, themagerichte organisaties, projecten rond leefbaarheid en ecologie in de stad (…) de nodige ondersteuning krijgen. Voorwaar een ruime opdracht!

Het “traditionele” verenigingsleven heeft zijn eigen koepelstructuren, zo ook de migrantenverenigingen met bv. de FDMO (Federatie van Democratische Marokkaanse Organisaties) of VOEM (Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims).
Daarnaast zijn er hoofdstedelijke organisaties met een specifieke opdracht zoals het Seniorencentrum, dat de seniorenverenigingen ondersteunt en de deelname aan het maatschappelijk en cultureel gebeuren stimuleert via allerlei initiatieven; Vormingplus Citizenne, de Brusselse volkshogeschool, die een ruim vormingsaanbod heeft waarbij de Brusselaars en hun dagelijks leven het vertrekpunt zijn; het Huis van het Nederlands dat anderstaligen Nederlands leert maar ook campagnes voert om het gebruik van het Nederlands te bevorderen; Zinnema (Vlaams huis voor amateurkunsten) platform voor de amateurkunstenaars waar men terecht kan voor advies, ondersteuning en creatie.
Dus: het SCW leeft in Brussel niet in een ivoren toren, het is gekend, heeft invloed en zorgt voor dynamiek.

Publicatiedatum: 08-05-2013
Auteur(s): Anjes Goris,
Verder studeren
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste