1961 Michel Foucault
Welzijnswerk als disciplinering
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

De Franse filosoof Michel Foucault heeft grote invloed gehad op het moderne denken over uitsluiting, marginaliteit en disciplinering. Op grond van minutieus historisch onderzoek ontrafelde hij de aanpak van maatschappelijk onwenselijk geacht gedrag als een vorm van machtsuitoefening en disciplinering. Ook al waren de bedoelingen nog zo nobel, dergelijke interventies – waaronder dus allerlei vormen van sociaal werk – voltrokken zich nooit buiten de macht om. In die termen onderzocht Foucault de geschiedenis van de psychiatrie (Folie et déraison: histoire de la folie à l’âge classique, 1961 – vertaald in 1975 als Geschiedenis van de waanzin) en van het gevangeniswezen (Surveiller et punir. Naissance de la prison, 1975 – vertaald in 1989 als Toezicht en straf). De rijkdom van zijn denken bewees hij vervolgens met zijn studie naar de geschiedenis van de seksualiteit (De Wil tot Weten, 1984).

Foucault introduceerde de term: “de Grote Opsluiting”. In het midden van de zeventiende eeuw werden armen, bedelaars en gekken systematisch apart gezet en tot arbeid verplicht. Het Hôpital (Général des Pauvres) de Paris (1656) was voor Foucault het toonbeeld van hoe er tussen politie en justitie een dwingende macht ten tonele werd gebracht. Die een heel eigen technologie tot ontwikkeling bracht om onaangepast gedrag te tuchtigen. Daartoe werden nieuwe verhalen en ideologische en juridische argumentaties ontwikkeld die tot een samenhangende aanpak leidden. Foucault analyseerde die constructies met de term discours, in het Nederlands vertaald als ‘vertoog’.

In het Nederlandse taalgebied heeft Foucaults werk vanaf het midden van de jaren zeventig op verschillende manieren navolging gekregen. Van grote invloed is bijvoorbeeld de verwerking van Hans Achterhuis geweest, zoals neergelegd in De Markt van Welzijn en geluk (1980). Achterhuis omarmt Foucault om een bijtende kritiek te formuleren op het feit dat professionals cliënten niet zozeer beter maken, maar juist afhankelijker. H.C.M. Michielse volgt tien jaar later nog iets nauwkeuriger het historische spoor van Foucault. In Welzijn en discipline (1989) herschrijft hij de geschiedenis van ons welzijnswerk (sociale hulpverlening en educatie) als een zich voortdurend ontwikkelde machtstechnologie.

De aantrekkelijke eenduidigheid van dit denken sloeg aan bij veel intellectuelen én sociaal werkers. Het voedde nog eens extra de humanistische kritiek op de oude onmaatschappelijkheidsbestrijding en beschavingsoffensieven die vanaf het midden van de negentiende eeuw de intellectuele zuurstof hadden geleverd voor het sociaal werk. Alleen groef Foucault dieper door zijn structuralistische wijze van analyseren. Macht was niet alleen iets van mensen, maar vooral iets van instituties en systemen en daarom veel hechter verankerd in de professionele praktijken. En daarmee ook moeilijker om ten goede te veranderen.

Maar Foucaults denken had ook zijn keerzijde. Omdat geen enkel professioneel handelen buiten de macht stond, was in principe elke vorm van professioneel handelen verdacht, want disciplinerend. Wat moet je daarmee als je met een borderliner van doen hebt, of met iemand met schulden of met een vader die zijn kinderen slaat? Voor die meer interpersoonlijke relaties geeft het denken van Foucault weinig handvaten. Om die reden kun je zeggen dat zijn oeuvre absoluut grote invloed heeft gehad op ons denken over machtwerking, maar dat zijn betekenis zeer gering is geweest voor het concrete professionele handelen, waar zaken als mededogen en passie een grote rol spelen. En dat zijn woorden die in het discours van Foucault geen rol spelen.

Publicatiedatum: 10-06-2009
Datum laatste wijziging :11-11-2013
Auteur(s): Wim Verzelen,
Extra NEDERLANDSE VERTALINGEN bij SUN Nijmegen:
- De wil tot weten - Geschiedenis van de seksualiteit 1 (Parijs: 1976), Nijmegen: SUN, 1984.
- Het gebruik van de lust - Geschiedenis van de seksualiteit 2 (Parijs: 1984), Nijmegen: SUN, 1984.
- De zorg voor zichzelf - Geschiedenis van de seksualiteit 3 (Parijs: 1984), Nijmegen: SUN, 1985.
- Geboorte van de kliniek (Parijs 1963), Nijmegen: SUN: 1986.
ANDERE NEDERLANDSE VERTALINGEN:
- Geschiedenis van de waanzin (Parijs, 1961), Meppel: BOOM, 1975.
- De woorden en de dingen: een archeologie van de menswetenschappen, Baarn: AMBO, 1982.
- De orde van het vertoog, Meppel: BOOM, 1976.
- Discipline, toezicht en straf : de geboorte van de gevangenis, Groningen: HISTORISICHE UITGEVERIJ, 1989.
- Dit is geen pijp : met schilderijen en brieven van René Magritte, Bloemendaal: ARAMITH, 1993.
- Breekbare vrijheid : teksten en interviews, Amsterdam: BOOM, 2004
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden


Het Comsky-Foucault-debat. (Deel I)


De Nijmeegse hoogleraar politieke filosofie Machiel Karskens over de vraag waarom Foucault zo'n succesvol filosoof was.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste