2013 Participatiesamenleving
Uitweg voor onbetaalbaarheid verzorgingsstaat
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

In zijn Troonrede-debuut liet koning Willem-Alexander het woord ‘participatiesamenleving’ vallen dat twee maanden later door de leden van het Genootschap Onze Taal prompt tot hét woord van het jaar 2013 werd uitgeroepen. Dit was zijn letterlijke tekst: "Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger zijn dan vroeger. Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving."

Willem-Alexanders boodschap werd in het buitenland gezien als een radicale breuk met het verleden. Tot in Washington toe schreven de kranten dat Willem-Alexander tijdens de ‘meest controversiële Troonrede sinds jaren’ de afschaffing van de Nederlandse verzorgingsstaat had verordonneerd. Volgens de Londense Financial Times nam ons land afscheid van een halve eeuw egalitair denken. ‘Dutch king: say goodbye to welfare state,’ kopte de New Zealand Herald.

Maar is de participatiesamenleving echt zo’n nieuw en radicaal concept? Niet bepaald, want in de jaren tachtig betoogde CDA-minister Brinkman al dat het hoog tijd werd voor een ‘zorgzame samenleving’. Te gemakkelijk leunden burgers, maar ook allerhande instanties op de vanzelfsprekendheid van overheidsfinanciering, waardoor het vermogen om voor elkaar te zorgen erodeerde. Brinkman’s pleidooi viel in de jaren tachtig niet in goede aarde. ‘Hoe komt minister Brinkman toch aan zijn fabels over verwaarloosde bejaarden, eenzame zieken en het niet bestaan van burenhulp?’, vroeg Vrij Nederland zich in een paginagroot artikel af. De CDA-minister kreeg het verwijt dat hij misplaatste nostalgie koesterde naar de benauwde jaren vijftig toen de pastoor en de dominee nog kind aan huis waren en iedereen zijn zieke buurvrouw een pannetje soep bracht.

Begin jaren negentig nam vicepremier en minister van Financiën Wim Kok voor het eerst het woord participatiesamenleving in de mond. De PvdA-voorman stuitte in zijn pogingen om de kosten van de WAO terug te dringen op zulk hevig verzet, dat gevreesd moest worden voor zijn positie als partijleider. Toch hield Kok vol dat de verzorgingsstaat niet in volle omvang viel te handhaven. Op een groot partijcongres in Nijmegen hield Kok in september 1991 zijn geestverwanten voor dat de ‘saamhorigheid weer opnieuw georganiseerd moest worden’. Letterlijk zei hij: "Wij zitten nu in een overgangsfase: van een verzorgingsstaat naar een werkzame, naar een participatiesamenleving".

Het debat viel in de jaren negentig stil toen alle heil werd verwacht van marktwerking en keuzevrijheid. Maar Jan Peter Balkenende, CDA-premier van 2002 tot 2010, blies na de eeuwwisseling de discussie nieuw leven in. Als adept van de Amerikaanse communitarist Amitai Etzioni, benadrukte Balkenende het belang van gedeelde waarden en normen. Die moesten zich uitkristalliseren in de buurt, in het onderwijs, in de civil society. In een toespraak voor christelijke werkgevers in Oosterbeek bedacht hij daar in 2005 een aansprekende term voor: de ‘participatiemaatschappij.’
De gedachtegang dat mensen meer een beroep op elkaar dan op voorzieningen moeten doen lag vervolgens ten grondslag aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), die door de regering als een participatiewet werd betiteld. De WMO hevelde een groot deel van de huishoudelijke hulp aan gehandicapten, chronisch zieken en ouden van dagen van het rijk over naar de gemeenten, die het beste konden beoordelen welke voorzieningen hun bewoners nodig hadden. De WMO moest ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk konden ‘meedoen in de samenleving. Al of niet geholpen door vrienden, familie of bekenden.’

De participatiesamenleving van koning Willem-Alexander, nauwkeuriger: van het tweede kabinet-Rutte, past dus naadloos in een lange reeks van politieke pogingen om burgers te bewegen meer verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar. Die oproep kent steeds een simpel motief: doorgaan op het groeipad van de klassieke verzorgingsstaat is op termijn simpelweg onbetaalbaar. Dat de discussie in 2013 heftiger is dan in al die jaren daarvoor heeft ongetwijfeld als reden dat het er nu meer dan ooit echt toe lijkt te gaan doen. De regering-Rutte II moet structureel vele miljarden bezuinigingen, en trekt daarvoor het gedachtegoed van de WMO door naar het brede terrein van zorgen, welzijn, opvoeden en werken. Vanaf 1 januari 2015 krijgen gemeenten hier alle bestuurlijke verantwoordelijkheid voor en mogen zij precies datgeen gaan organiseren waar de landelijke politiek sinds de jaren tachtig zelf niet in is geslaagd: het dichterbij brengen van een participatiesamenleving.

Publicatiedatum: 03-01-2014
Datum laatste wijziging :23-03-2014
Auteur(s): Jos van der Lans,
Verwante vensters
Extra Drie decentralisaties
Animatie van VNG/KING over de de drie decentralsiaties en wat dat betekent voor gemeenten.
Verder studeren
Literatuur
Aanvullend materiaal
  • PDF document Bregman, Rutger (2014), Mercantilisme Column in de Volkskrant waarin de ideeën achter de Participatiewet worden vergeleken met de opvattingen over armoede uit de 17e eeuw.
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden

Eenvandaag 24 september 2013 | Bij monde van de nieuwe Koning constateerde het kabinet dat de verzorgingsstaat zijn langste tijd heeft gehad en niet meer past bij de mondiger en zelfstandiger geworden burger. Het begrip participatiesamenleving werd in de troonrede geïntroduceerd. Hoe nieuw is deze gedachte? Participeert de burger in de klassieke verzorgingsstaat eigenlijk ook al niet gewoon mee? Is de zelfredzame burger niet louter een excuus om de verzorgingsstaat te beëindigen en zo het overheidstekort terug te dringen? In EenVandaag "De geschiedenis van de verzorgingsstaat", met als basis een reportage van de zorgcooperatie Hoogeloon, plus interviews met politiek commentator van dagblad Trouw Lex Oomkes en oud-minister van Sociale Zaken Bert de Vries.

Nu ons staatshoofd in de troonrede het einde van de verzorgingsstaat heeft aangekondigd, een analyse van de komende participatiesamenleving. Hoe krijgt de overheid burgers zover dat zij meer individuele verantwoordelijkheid op zich nemen? Een week later spreekt Buitenhof met één van de geestelijke vaders van het idee: Hans Adriaansens (oud-lid WRR en oud voorzitter RMO), die begin jaren negentig al een rapport schreef over de participatiesamenleving. En Albert Jan Kruiter (Instituut voor Publieke Waarden) die dagelijks meemaakt wat het betekent als de overheid zich terugtrekt.

YouTube/OMOOC - september 2014 | Digitaal college van publicist / cultuurpsycholoog Jos van der Lans over de geschiedenis van de verzorgingsstaat, de decentralisaties en de participatiesamenleving.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste