1984 Slachtofferhulp
De ontdekking van het slachtoffer
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Nadat de Oostenrijkse Natascha Kampusch was bevrijd uit een kelder waar zij acht jaar was vastgehouden, wekte haar optreden in de media nogal wat verbazing. Haar presentatie kwam niet overeen met het heersende beeld van een slachtoffer van (seksueel) geweld. Men zag geen zwakke, passieve en hulpeloze vrouw op wie zonder enige twijfel het stempel getraumatiseerd geplakt kon worden. Kampusch liet zich zien als een welbespraakte en krachtige vrouw. Dit optreden in 2006 en vele andere slachtoffergetuigenissen maken duidelijk dat het slachtofferperspectief aan verandering onderhevig is.

Het is lang niet altijd vanzelfsprekend geweest om vrouwen die te maken hebben gehad met seksueel geweld slachtoffer te noemen. Zo werd er in de negentiende eeuw gesproken over ‘gevallen vrouwen’ als het ging over prostituees of ongehuwd zwangere vrouwen. In de eerste plaats moesten deze moreel besmette en gevaarlijke vrouwen, die toch vooral zelf schuldig waren aan hun benarde situatie, gered worden. Dat wilde men bereiken door hen apart op te vangen in tehuizen waarvan de Heldringgestichten in Zetten bekende voorbeelden zijn. Van mannen als daders was geen sprake, sterker nog, mannen moesten beschermd worden tegen deze lichtzinnige vrouwen. Al werd daar toen niet zo over gesproken, men zag vrouwen hooguit als slachtoffer van een maatschappij die geen oplossing had voor armoedevraagstukken.

Criminologen, die de preventie en bestrijding van misdaad onderzoeken, spreken pas vanaf de jaren tachtig van de twintigste eeuw over slachtoffers. Daarvoor was de term gedupeerden gebruikelijk. Bovendien ging men er tot in de jaren zestig vanuit dat slachtoffers medeschuldig waren aan het gepleegde delict. Langzaam verschoof de aandacht op medeverantwoordelijkheid naar hulpverlening aan slachtoffers van criminaliteit, seksueel geweld en oorlogsgeweld. Op allerlei fronten hielden mensen zich bezig met de erkenning van het slachtoffer. Feministen vroegen aandacht voor vrouwen in afhankelijkheidsrelaties. De oprichting van Blijf van m’n Lijf-huizen waren hiervan een resultaat. Hoewel deze huizen in de eerste jaren vooral actiegroepen waren, stelden zij mishandeling als structureel maatschappelijk probleem aan de kaart. Vanuit criminologische hoek kwamen er slachtofferenquêtes als alternatieve kennisbron waarin slachtoffers zelf aan het woord werden gelaten. Deze aandacht leidde onder andere tot de oprichting van Slachtofferhulp in 1984 waarmee het slachtoffer een eigen identiteit kreeg. De aandacht voor het psychisch leed van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog bereikte ook halverwege de jaren tachtig een hoogtepunt. Het begrip trauma, dat lange tijd alleen een fysieke verwonding betekende, raakte in deze periode ingeburgerd en was van toepassing op iedereen die met psychisch leed te kampen had.

De aandacht voor het individuele slachtoffer stuitte in de jaren negentig op kritiek. De aandacht was te ver doorgeschoten volgens sommigen. Dit leidde tot een klaagcultuur die slachtoffers een identiteit gaf die geen verantwoordelijkheden met zich meebracht. Anderen bleven aandacht vragen voor het slachtoffer door bijvoorbeeld een grotere rol in het strafrechtproces voor hen op te eisen.

Ook de overheid, hoeder van de collectieve veiligheid, ontdekte het slachtoffer. Een veilige samenleving wordt inmiddels als een recht beschouwd en iedereen die niet veilig is of zich onveilig voelt dient beschermd te worden. Zo is er fors geïnvesteerd in de aanpak van huiselijk geweld en het bestrijden van mensenhandel heeft in de laatste jaren meer prioriteit gekregen. Ook zijn enkele wetten tot stand gekomen met het doel de positie van het slachtoffer te versterken. De overheid vraagt de laatste jaren meer terug voor de bescherming die zij biedt. Het begrip burgerschap staat weer hoger op de agenda. Burgers hebben niet alleen rechten maar ook plichten en om aan die plichten te kunnen voldoen wordt aan mensen gevraagd een beroep te doen op hun krachten en herstellend vermogen. Dit empowerment leidde tot het doorbreken van het stereotiepe beeld van het zielige slachtoffer.

Publicatiedatum: 01-09-2014
Datum laatste wijziging :16-10-2014
Auteur(s): Suzanne Hautvast,
Verwante vensters
Verder studeren
  • Hans Boutellier (2005), De veiligheidsutopie. Hedendaags onbehagen en verlangen rond misdaad en straf. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.
  • J.J.M. van Dijk (2008), Slachtoffers als zondebokken. Over de dubbelhartige bejegening van gedupeerden van misdrijven in de westerse cultuur,  Apeldoorn-Antwerpen: Maklu
  • PDF document Sonja Leferink (2009), Goed recht. 25 jaar Slachtofferhulp Nederland. Utrecht: Slachtofferhulp Nederland.
  • Jolande Withuis (2002), Erkenning. Van oorlogstrauma naar klaagcultuur. Amsterdam: De Bezige Bij.
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste