Canon migranten Vlaanderen
Strijkatelier De Plooi gestart SIF 1997
beleidsplan SIF Genk
opleiding in het kader van het Sociaal Impulsfonds te Genk
werkervaring door het bouwen van speeltuigen
theeritueel op ramadanmarkt te Borgerhout
jeugdwerking De Foyer XKL _ Molenbeek, Brussel.
Huisvestingsactie Brugse Poort Gent
cahier Wijkontwikkeling van het ondersteuningsinstitituut voor de Samenlevingsopbouw 1991
1996 Fondsgelden moeten het tij helpen keren
Projecten voor maatschappelijke inbedding
De concentratie van migranten in zgn. 'kansarme buurten' deed opbouwwerk en ander sociaal werk naar antwoorden zoeken. Ze konden daarvoor terugvallen op de zgn. 'kansarmoedeatlassen' die de problematiek wetenschappelijk zichtbaar maakten en beleidsmatig ontvankelijk.
Vanaf 1991 ontwikkelde de overheid een specifiek beleid om gemeente met grote concentraties van armen en migranten te ondersteunen. Eerst kon daarvoor het Vlaams Fonds voor de Integratie van Kansarmen worden aangesproken door 15 steden en gemeenten met hoge concentratie van armen en migranten. Nadien worden met het zgn. Sociaal ImpulsFonds, nog meer middelen ingezet (1996/7-2003).
Er wordt een opvallende heterogeniteit aan projecten ontwikkeld om antwoorden te zoeken op de complexe discriminatie- en achterstellingmechanismen die zichtbaar worden. Gaandeweg spelen steeds schrijnender samenlevingsproblemen in buurten die hun jarenlang bestaand karakter verliezen. De onverwachte concentratie van migranten heeft ze uit hun evenwicht gebracht: het spanningsveld tussen allochtonen en autochtonen wordt zichtbaar én - soms ronduit agressief - benoemd. Maar daarom zijn er nog geen passende antwoorden!
Er ontstaat in de projectenontwikkeling een achteraf haast karikaturaal aandoende verscheidenheid van gebieden en werkformules. Ook nog door een hele resem verschillende organisaties, waarbij het opbouwwerk een grote rol speelt.
Toch zijn er topics. Heel veel projecten mikken op allochtone vrouwen en kinderen. Er wordt gezocht naar wegen om taalachterstand aan te pakken, psychosociale zorg te bieden, bruggen te maken tussen leerkrachten en ouders, aandacht te ontwikkelen voor gezondheid en opvoeding. Kinderen worden ondersteund met vrijetijdsorganisatie: meisjeswerkingen, speelgroepen, jeugdwerk en hulp bij schoolwerk.
Daarnaast wordt er gezocht naar oplossingen voor de wederzijdse drempelargwaan van allochtonen en autochtonen via sensibiliseringscampagnes en ontmoetingsprogramma's. Soms ook met gerichte training voor ambtenaren, jeugdhuiswerkers en onderwijzers die moeten helpen om de communicatie met allochtonen te bevorderen.
De zachte aanpak slorpt veel energie op, maar de resultaten blijven pover. Er is weinig structurele impact, mede door het feit dat de meeste projecten niet geïntegreerd maar juist vrij autonoom functioneren. De bijsturing via scherpere criteria en evaluatie binnen het Sociaal Impulsfonds moet helpen om effectievere interventies te realiseren. Alle betrokken steden en gemeenten worden geacht een strategisch beleidsplan op te maken. Projecten krijgen dan ook een meer berekend karakter met accenten op huisvestingsproblematiek, werkoriëntatie, opleiding en een meer gerichte ondersteuning van onderwijs: de naschoolse vorming raakt meer gestroomlijnd en het schoolopbouwwerk krijgt aanzien. Er is, via het accent op wijkontwikkeling, ook meer oog voor samenhang in de programmawaaier.
Deze manier om heel doelgroepgericht te handelen, noopt heel wat (jonge) sociale werkers tot verdieping van hun professionele kwaliteiten via bijscholingen die meer zicht moeten geven op culturele eigenheden, het fenomeen van tussen twee culturen te leven, belevings- en communicatiepatronen. Geëigende manier om Nederlands aan te leren vindt zijn weg in wat in het jargon NT2 gaat heten.
Er komt echter doorheen deze ondersteuningsstrategie voor allochtonen ook te verwachten maar tegelijk ook zeer felle kritiek van het toenmalige Vlaams Blok. Zij zien het geld voor deze projecten weggegooid aan de 'geitewollensokken', waarmee ze de sociale sector en de - er in hun ogen mee gelieerde - Agalev partij bedoelen. Ze hameren op het geringe effect en pleiten voor veiligheidsgerichte strategieën en bestraffende aanpak van jongere allochtonen. Het maatschappelijk klimaat verandert.
Publicatiedatum: 30-11--0001
Datum laatste wijziging: 30-11--0001
Auteur(s): Wim Verzelen
Extra
Het VFIK liep in 1966 over in het Sociaal Impulsfonds dat pas echt operationeel werd in '67.
Verder studeren
- Mario Hoste en Nico Van Campenhout (red.) (2000), Migratiehistoriek in Lokeren in Maatschappelijke Ontwikkelingen in Lokeren, Eksaarde en Daknam 1944-2000. Lokeren, 2000
- Sven Sierens (2001), Effecten van het sociaal-cultureel beleid voor allochtonen Onderzoek uitgevoerd in opdracht van de heer Bert Anciaux,Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport,Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking
Literatuur
- Vlaamse Raad (1993), Overzicht van binnen het VFIK goedgekeurde migrantenprojecten
- Samenlevingsopbouw (2001), Schoolopbouwwerk terug naar af perstekst.
- De viervoeter (1999), De viervoeter sprak met Goedele Lengeler, brugfiguur SIF nu uitgegroeid tot Pedagogische Begeleidingsdienst van de stad Gent. Zie ook Brugfiguren versterken band tussen ouders en school
Links
- Start van het Sociaal Impulsfonds
- Toespraak Dewinter in de Antwerpse raad van 27 mei 2002, met allusie op 'de geitenwollen sokken'
Studieopdrachten
Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
