Canon sociaal-cultureel werk Vlaanderen
eerste buurtwerk in Antwerpen georganiseerd vanuit religieuze hoek onder de naam de Grijze Kat
publicatie Buurtwerk in Vlaanderen met Liliane Bollaerts, eerste voorzitter, als inzet
publicatie over Community Organisation, eerste theoretische analyse i.f.v. opbouwwerk, 1968
Jan Hardeman (links), pionier in Heuvelland (West-Vlaanderen) en Jef Timmermans (rechts) in de provincie Limburg..
publicatie vanuit Nederland over samenlevingsopbouw in Vlaanderen; sept. 1971
Bewoners, prinsen van de planning, publicatie juni 1980
Basisstrijd te Alken - Kritak 1979 - F. Swartelé
logo van Centrum voor methodiekontwikkeling in de samenlevingsopbouw, 1981
Karel Poma zocht - jaren tachtig - naar een reorganisatie en ontwikkelde regionale instituten
publicatie van de eerste overkoepelende organisatie VIBOSO van L.Verbeke (+)
Bouwen aan de lokale samenleving, publicatie VIBOSO
Samenlevingsopbouw actueel
1966 Samenlevingsopbouw gestart
Van volksontwikkeling naar welzijnswerk
In het voorspoedige sociaaleconomische klimaat van de jaren zestig van vorige eeuw komen tot dan toe onderbelichte sociale problemen bovendrijven: bepaalde regio’s blijven economisch achter, stedelijke volkswijken verpauperen, een deel van de bevolking leeft in armoede. Tezelfdertijd ontluikt de participatiebeweging: het streven naar meer zeggenschap van onderop. Pioniers maken kennis met het maatschappelijk opbouwwerk in Nederland, met werkvormen die bewoners, rechtstreeks of via hun verenigingen en belangengroepen, actief betrekken bij de ontwikkeling van hun buurt, stad of streek. Via die weg komen ze ook de Angelsaksische vakliteratuur op het spoor over Community Development, Community Organization en Social Planning.
In de beginperiode groepeert het opbouwwerk of de samenlevingsopbouw in Vlaanderen zeer uiteenlopende initiatieven. We onderscheiden een viertal werkvormen. Eerst is er buurtwerk, dat voortbouwt op het eerder ontstane sociale werk van religieuzen in oude stadsbuurten. Beginnende professionalisering leidt eind jaren 60, begin jaren 70 tot nieuwe accenten. Buurtwerk evolueert tot buurtopbouwwerk en komt op voor een sociaal verantwoorde stadsvernieuwing. Via een zogenaamde integrale aanpak, met deskundige hulp, educatieve activiteiten en sociale actie als voornaamste ingrediënten, wil het een eigen bijdrage leveren aan de bestrijding van kansarmoede.
Een tweede werkvorm is het territoriaal opbouwwerk. Opbouwwerk Heuvelland, met Jan Hardeman als pionier, vormt het prototype van opbouwwerk in economisch achtergebleven (meestal landelijke) regio’s. De economische reconversie van de streek moet samengaan met mentaliteitsverandering bij en zelfwerkzaamheid van de bevolking, zo luidt het devies. In Limburg start Jef Timmermans het Limburgs Instituut voor Samenlevingsopbouw (LISO) op. Onderzoek voedt het overleg met lokale en regionale verantwoordelijken aan gedocumenteerde gesprekstafels en inspireert gerichte ontwikkelingsinitiatieven. Enkele lokale opbouwwerkinstellingen focussen op de inspraak van burgers in het gemeentelijk beleid. Of ze sluiten aan bij de prille nieuwe sociale bewegingen, zoals de milieubeweging en de derdewereldbeweging, voeren een radicaler betoog en roepen op tot sociale actie.
Bij het categoraal opbouwwerk, de derde werkvorm, vinden initiatieven onderdak voor specifieke doelgroepen zoals migranten, woonwagenbewoners, thuislozen en homofielen. Nieuw is dat opvang en hulpverlening gecombineerd worden met sensibilisatiecampagnes om de eenzijdige beeldvorming over doelgroepen te doorbreken en de overheid aan te zetten tot een op integratie gericht beleid.
Steeds nieuwe voorzieningen maken van de welzijnszorg een onoverzichtelijk lappendeken. Onder de noemer functioneel opbouwwerk, een vierde werkvorm binnen de toenmalige samenlevingsopbouw, geven welzijnswerkers gestalte aan stedelijke en regionale welzijnsraden. Ze stimuleren samenwerking en coördinatie in het verkokerde en verzuilde landschap van de welzijnszorg. Halverwege de jaren 70 worden de eerste systematische sociale kaarten en welzijnsgidsen gedrukt.
Alle genoemde werkvormen en hun respectieve federaties vinden een begin van erkenning en subsidiëring bij het Ministerie van Cultuur, Dienst Volksontwikkeling. Dat ministerie voert in 1983 een herstructurering van de samenlevingsopbouw door. Een scherper omlijnde opdracht, een nieuwe methodische aanpak en een organisatorische schaalvergroting, vormen er de essentie van. Resultaatgericht opbouwwerk moet concrete oplossingen nastreven voor knelpunten in de woon- en leefomgeving, met participatie van de bevolking weliswaar. Dat kan het best via tijdelijke projecten. De bestaande, veelal kleinschalige organisaties gaan op in grootstedelijke en provinciale instellingen. Op landelijk niveau zorgt het Vlaams Instituut ter Bevordering en Ondersteuning van de Samenlevingsopbouw (VIBOSO, naderhand herdoopt tot Samenlevingsopbouw Vlaanderen) voor ondersteuning. Het al bestaande Centrum voor methodiekontwikkeling (CEMOSO) wordt erin geïntegreerd.
Een paar decennia lang gedijt het opbouwwerk in de brede bedding van het sociaal-cultureel werk. Maar naar aanleiding van de herstructurering worden het categoraal en het functioneel opbouwwerk overgeheveld naar het beleidsdomein Welzijn. Het niet-projectmatige werk in buurthuizen valt eerst zonder subsidiëring om eind jaren 80 middelen te putten uit de Fondsen voor armoedebestrijding. In de tweede helft van de jaren 80 wordt de samenlevingsopbouw in zijn geheel bij het Ministerie van Welzijn ondergebracht, eerst administratief (1985), later ook politiek (1988). In 1991 volgt het decreet Maatschappelijk Opbouwwerk dat de herstructurering consolideert en vooral de rol van de samenlevingsopbouw in de (kans)armoedebestrijding beklemtoont.
De aanvankelijke mobilisatie voor burgerparticipatie aan allerlei vernieuwende initiatieven in de lokale samenleving wordt bijgevolg omgebogen tot een projectmatige aanpak van sociale deprivatie.
In affirmatieve zin wil de samenlevingsopbouw er toe bijdragen dat alle burgers toegang hebben tot een aantal grondrechten. Dat blijkt duidelijk uit de thema’s die thans centraal staan in de werking (planperiode 2016-2020): wonen als grondrecht, welzijn en gezondheid voor iedereen, gelijke onderwijskansen, een aangename buurt voor iedereen, een job op maat van iedereen. In 2018 wordt bijzondere aandacht besteed aan de gemeenteraadsverkiezingen via een campagne “Ieders stem telt”.In affirmatieve zin wil de samenlevingsopbouw er toe bijdragen dat alle burgers toegang hebben tot een aantal grondrechten. Dat blijkt duidelijk uit de thema’s die thans centraal staan in de werking (planperiode 2016-2020): wonen als grondrecht, welzijn en gezondheid voor iedereen, gelijke onderwijskansen, een aangename buurt voor iedereen, een job op maat van iedereen. In 2018 wordt bijzondere aandacht besteed aan de gemeenteraadsverkiezingen via een campagne “Ieders stem telt”.
Op het terrein blijft de samenlevingsopbouw een autonome sector met acht regionale instituten die samen 250 professionals tewerkstellen en zo’n 160 projecten realiseren (2018). Maar het landelijke steunpunt Samenlevingsopbouw Vlaanderen gaat vanaf 1 januari 2018 op in het nieuwe Steunpunt Mens en Samenleving (SAM), samen met het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, Steunpunt ExpertiseNetwerken, Steunpunt Jeugdhulp, Straathoekwerk en het Vlaams Centrum Schuldenlast.
Publicatiedatum: 15-05-2013
Datum laatste wijziging: 20-04-2021
Auteur(s): André Desmet
Verder studeren
- W. Leirman, G. Redig, W. Verzelen, L. Vos (2013), SCAN VAN HET SOCIAAL-CULTUREEL WERK. Dit essay behandelt de samenhang tussen alle aparte pagina's
- H. Baert (1984), Samenlevingsopbouw in Vlaanderen, begrip en onbegrip. Een kritische benadering van begrippen en beleid. In: Jo Boey (ed.), Gids Sociaal-cultureel werk, Van Loghum Slaterus, A.1.4.
- Rika De Backer-Van Ocken (1977), Beleidsbrief m.b.t. de Samenlevingsopbouw. Eerste algemene regeling van buurt- en opbouwwerk in Vlaanderen.
- uitgebreide literatuurlijst (2013), Samenlevingsopbouw in Vlaanderen
Literatuur
- A. Pals-Ghoos (1968), Maatschappelijk opbouwwerk. Community Development. Community Organisation. Leuven, Katholieke Universiteit, Sociologisch Onderzoeksinstituut
- Opbouwwerk Heuvelland (1972), Heuvelland '80 - Een streek in beweging, Kemmel, Opbouwwerk Heuvelland
- Frans Swartelé (1979), Basisstrijd, Tien jaar prakijk in Alken, Leuven,Kritak.
- André Desmet (1996), Opbouwwerk 2001, Geactualiseerd profiel van het Vlaamse opbouwwerk. Gids sociaal-cultureel en educatief werk, afl. 13, jan.1996-81
Aanvullend materiaal
- Wim Verzelen (2012), Aanvullend bronnenmateriaal voor eerste Antwerpse buurtwerk De Grijze Kat
- Steven Van Garsse - BrusselsNieuws (2013), Johan Martens over dertig jaar straathoekwerk: 'De noden zijn vertienvoudigd' Een illustratief verhaal over drie decennia opbouwwerk van Antwerpen tot Brussel.
Links
