Krijn de Jong (1945 - 2025)
maatschappelijk werk, maatschappelijke opvang
zette zich als gelovige maatschappelijk werker met hart en ziel in voor mensen aan de zelfkant en speelde een belangrijke rol in de acceptatie van vluchtelingen.
Hij kon geen dakloze voorbijlopen. Die kreeg geen praatje, maar een goed gesprek. Het leven van maatschappelijk werker Krijn de Jong stond in het teken van verslaafden, daklozen en vluchtelingen zien, steunen en vooruit helpen, waar en wanneer hij maar kon. En altijd voelde hij zich tekortschieten, want het was nooit genoeg.
Krijn de Jong kon moeilijk grenzen stellen; een scheiding tussen werk en privé kende hij niet, vertelt zijn vrouw Trijntje de Jong-Ruiten. Ook hun kleine woning op Urk fungeerde als praathuis, eethuis en logeeradres voor wie maar bij hem aanklopte, ook in de periode dat hun zes kinderen nog thuis woonden. Tien jaar geleden nam hij de uitgeprocedeerde asielzoeker Syros in huis, zodat die niet op straat zou belanden. Na anderhalf jaar kreeg de Koerdische vluchteling alsnog een verblijfsvergunning en kon zich herenigen met zijn vrouw en twee jonge zoons uit Iran.
De Jong groeide op in een reformatorisch gezin, als jongste van zes zoons. In zijn vroege jeugd verhuisden ze van Dirksland naar de Noordoostpolder, waar zijn vader aan de slag ging als landarbeider. Op de ambachtsschool werd hij opgeleid tot machinebankwerker. In zijn eerste baan op een betonfabriek in Maarssen had hij meer belangstelling voor het wel en wee van de gastarbeiders uit landen als Spanje en Turkije dan in het productieproces. Hij kreeg de opdracht hen te begeleiden.
Via jeugdwerk van de christelijk gereformeerde kerk kwam Krijn de Jong in contact met de stichting Tot Heils des Volks (THDV), die in de jaren zeventig haar scholen in Amsterdam omvormde in jeugdhotels. Krijn ging er als vrijwilliger aan de slag en ontmoette er zijn latere vrouw Trijntje. Zodra de stichting in de Jordaan een crisisopvang begon voor het toenemende aantal drugsverslaafden in de hoofdstad, kon hij er professioneel aan de slag als hulpverlener. In de avonduren volgde hij de hbo-opleiding voor maatschappelijk werk. Met Trijntje bewoonde hij een etage in het opvanghuis, waar hun eerste drie kinderen werden geboren.
Afkickende verslaafden
Typerend voor haar vader, vertelt zijn dochter Anna, was dat hij een paar dagen op straat ging leven, om te ervaren hoe het is om dakloos te zijn. En dat hij iedereen een tweede, derde of desnoods vierde kans gaf, zoals afkickende verslaafden in de opvang die een terugval hadden.
Zijn collega bij THDV Hans Frinsel zegt dat Krijn ‘alles deed voor de mens aan de zelfkant, daarin gedreven door zijn geloof, de opdracht je naaste lief te hebben. Hij had de juiste vrouw gekozen, want hij was totaal niet praktisch.’ Trijntje, grappend: ‘Ik stelde mij weleens voor als zijn persoonlijk begeleider.’
In 1983 verhuisde het gezin De Jong naar Urk, de geboorteplaats van Trijntje, en sindsdien reed Krijn dagelijks op en neer naar zijn werk in Amsterdam. Op Urk heeft hij volgens zijn vrouw een belangrijke rol gespeeld in de acceptatie van vluchtelingen, die aanvankelijk niet tot ieders blijdschap in het vissersdorp gehuisvest werden. In zijn wekelijkse column in Het Urkerland schreef hij over de vluchtelingen die hij ontmoette in het asielzoekerscentrum in Luttelgeest. Je moet je altijd verdiepen in de ander, was zijn motto.
Via zijn vrijwilligerswerk voor vluchtelingen kwam hij in contact met de uitgeprocedeerde Syros. Op de begrafenis van de op 29 april 2025 overleden Krijn de Jong sprak hij: ‘Zijn hart was zo groot als de zee. Bij elke moeilijkheid stond hij naast me. Als ik ziek was, was hij mijn dokter. Als ik verdrietig was, pakte hij mijn hand en bad met me. Zijn handen brachten rust, zijn stem bracht troost.’
Dit In Memoriam van de hand van Marjon Bolwijn verscheen op 30 juni 2025 in de rubriek Posthuum van de Volkskrant.
Publicatiedatum: 06-08-2025
Datum laatste wijziging: 06-08-2025