Frans Berkers (1949 - 2025)
sociaalcultureel werk, vormingswerk
was vanaf de jaren zeventig spraakmakend in het (politiek) vormingswerk en introduceerde met anderen het werk van Oskar Negt (’exemplarisch leren en sociologische verbeeldingskracht’) in Nederland.
Op 25 juli 2025 overleed op 76-jarige leeftijd Frans Berkers. Hij was tussen 1989 en 2014 25 jaar verbonden aan de Haagse Hogeschool, waar hij culturele en maatschappelijke vorming doceerde. Zijn naam is nauw verbonden aan de ontwikkeling van het (politieke) vormingswerk in Nederland en aan de introductie in Nederland van het werk van Oskar Negt en Alexander Kluge, waaraan de termen ‘sociologische verbeeldingskracht’ en ‘exemplarisch leren’ zijn verbonden. Twee begrippen die ook kenmerkend zijn voor het denken van Frans Berkers, zelf een begenadigd verhalenverteller die voortdurend de verbeelding liet spreken.
Oskar Negt op bezoek bij de Landelijke Scholingsgroep Welzijnswerkers in 1979, vlnr Oskar Negt, Koen Kool en Frans Berkers
Landelijke Scholingsgroep Welzijnswerkers
Frans Berkers was vanaf de jaren zeventig spraakmakend in kringen van het welzijnswerk. Hij studeerde eind jaren zestig aan de sociale academie in Breda, in een periode waarin de democratiseringsbeweging haar hoogtepunt kende. Hij was in Breda één van de voormannen van die beweging. Die rol hield hij vast toen hij na de sociale academie sociologie ging studeren aan de VU in Amsterdam, waar hij al snel voorzitter werd van de studentenvakbond SRVU. In 1972 richtte hij met anderen de Landelijke Scholingsgroep Welzijnswerkers (LSW) op, een gezelschap dat tot 1986 een groot aantal kritische publicaties voortbracht over vormingswerk, welzijnsbeleid en grotendeels verantwoordelijk was voor de introductie van het werk van Oskar Negt in Nederland. Frans Berkers werd in 1977 universitair docent bij de studierichting andragologie. Hij doceerde methoden en technieken van vorming onder meer via experimenteel projectonderwijs in de vorm van de werkplaats cultuur, arbeid en leren. Hij schreef in die periode onder meer in Te Elfder Ure, Marge en Vorming. Gedurende acht jaar maakte hij deel uit van de redactie van dat laatste tijdschrift.
Kunstgeschiedenis
Toen de studie andragologie werd opgeheven in het midden van de jaren tachtig was een volgende stap noodzakelijk. Hij begon een tweede universitaire studie: kunstgeschiedenis in Utrecht. Kunst en geschiedenis waren altijd al twee passies van hem. Het bood hem tevens de gelegenheid om echt verder te komen met de theorievorming en methodiekontwikkeling van het sociaal-cultureel werk. Kunstgeschiedenis is in feite de geschiedenis van de verbeelding, een dimensie die hij in het methodisch denken en handelen van het sociaal-cultureel werk wilde stimuleren. Zijn ’nieuwe’ vakgebied kwam bijvoorbeeld ook van pas bij de door hem georganiseerde stadswandelingen in Amsterdam, waarbij hij aan de hand van architectuur, schilderijen en beeldhouwwerk vertelde over de geschiedenis van welzijn & discipline. Een beeldsynopsis daarvan verscheen in het gelijknamige boek van Henk Michielse uit 1989.
Haagse Hogeschool
Een logische volgende stap toen hij uiteindelijk in 1988 bij de UvA ontslagen werd, was om zijn werk als docent voort te zetten in het hoger beroepsonderwijs. Daar wist hij vaak in samenwerking met Marcel Spierts vele generaties studenten te inspireren. Kunst en cultuur wist hij op een intrigerende manier in zijn verhalen over het sociaal-cultureel werk te incorporeren. Samen met studenten bezocht hij talloze musea en organiseerde hij culturele reizen. In deze periode was hij ook gedurende tien jaar actief lid van de Beraadsgoep Vorming, een platform van werkers en wetenschappers op het terrein van vorming en volwasseneneducatie.
Toen hij in 2014 afscheid nam greep hij de gelegenheid aan om terug te blikken op zijn onderwijspraktijk die hem – in zijn eigen woorden – ‘zoveel heeft gebracht aan vreugde en vakbeoefening’. Zijn bundel (Frans Berkers) Verzamelt werk. 25 jaar docent culturele en maatschappelijke vorming biedt niet alleen een overzicht van een groot aantal van zijn publicaties, maar bevat ook een uitgebreid interview over zijn levensloop, afgenomen en opgeschreven door Henk Krijnen, die hem nog kende van de tijd van de sociale academie in Breda. Frans Berkers verhaalt met gepaste trots over zijn keuze voor de studierichting cultureel werk, dan vijfenveertig jaar geleden.
Al met al een rijke bundel over het vak culturele en maatschappelijke vorming, dat in Frans Berkers een meer dan inspirerende ambassadeur had. Wel jammer is dat het meer en meer een herinnering aan het worden is. Het type docent dat Frans Berkers was, is binnen het HBO inmiddels steeds uitzonderlijker geworden. Met deze bundel heeft hij laten zien dat dat niet alleen een aderlating is, maar dat het ook anders kan.
Zijn intrigerende verhaal, feitelijk ook een geschiedschrijving van een generatie, vind je hier.
Sleutelwerk Negt en Kluge
De laatste jaren zette Frans Berkers zich aan een proefschrift, waarin hij de hele geschiedenis nog eens wilde doordenken door de kennis en ervaringen met methodiek(ontwikkeling) van drie generaties cultureel werkers te beschrijven en te analyseren. Helaas heeft hij dat niet kunnen afronden, zijn gezondheid liet dat niet meer toe. Erg jammer, want met zijn heengaan is een rijke bron aan verhalen stilgevallen. Een laatste project heeft hij wel nog kunnen voltooien. In 2023 verscheen bij Boomfilosofie Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis. Over menselijke vermogens, een sleutelwerk binnen de Kritische Theorie van de hand van Oskar Negt en Alexander Kluge. Samen met Gertjan Schuiling en Rudi Laermans, verzorgde Frans Berkers de redactie, vertaling en ten geleide (zie foto). Laten we hopen dat er anderen opstaan die in zijn geest blijven verhalen. Want dat heeft het sociaal-cultureel werk nodig.
Frans Berkers toont trots het door hem samen met Gertjan Schuiling en Rudi Laermans bewerkte boek van Oskar Negt en Alexander Kluge.
Reacties op LinkedIn:
Gertjan Schuiling • Hoofddocent Actieonderzoek voor Veranderaars aan de Vrije Universiteit Amsterdam en zelfstandig adviseur:
Frans heeft op velen een vormende invloed gehad. Bij mij vooral hoe om te gaan met theorie. Spelen met woorden, dat deed hij spontaan. Dat maakte theorie leuk en verhinderde dat theorie een dogma kon worden. En tweede les: aan theorie werk je samen, niet in je eentje. Dus vele marxismeweken in Valkenburg, vele vertaalgroepjes voor Negt en Kluge en hij stopte zelfs zijn promotie, vanwege ziekte, maar ook om ruimte maken voor een filosofiegroep. Samen lezen van Dewey bijvoorbeeld, maar ook Kant. En wat een plezier hij daar aan beleefde, zelfs als de groep grote verschillen van mening bleek te bevatten. Ons laatste project was de Nederlandse vertaling Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis. Ooit zat Frans op de verjaardag van Oskar Negt op de bank tussen Jurgen Habermas en Alexander Kluge. Een foto van een gelukkige Frans die dit monumentale Nederlandse boek van Negt en Kluge vasthoudt stond bij de afscheidsbijeenkomst op zijn kist. Het toonde zijn trouw aan theorievorming en aan de vrienden waarmee hij dat deed.
Martien Bron • Auteur van ’Zij zocht zichzelf niet- Herinneringen aan Ella Vogelaar’
Met verdriet las ik het bericht van het overlijden van Frans. Drie jaar geleden sprak ik hem voor het laatst toen ik bezig was met mijn boek over Ella Vogelaar. Hij vond mijn beschrijving van hem op een bijeenkomst op sociale academie de Horst, erg mooi, vooral hoe ik zijn handen en zijn stem had omschreven – dat zachte praten met een Brabantse tongval. Hij corrigeerde me nog: het was geen bruin maar een zwart rib-timmermanspak dat hij in de 70-er jaren droeg.
Toen ik hem sprak, was hij al ziek, net als ik. We deelden de last van onze ziekte, maar ook de hoop die behandelingen kunnen geven. Frans was mijn gelijke en leidsman. In de jaren zeventig luisterde ik ademloos naar hoe hij ingewikkelde kwesties rond politieke vorming begrijpelijk maakte. Veel later, op de Universiteit voor Humanistiek, ontmoetten we elkaar opnieuw. Meteen was er weer die vertrouwdheid en ook humor.
We spraken over onze plannen om te promoveren. Frans is voor mij een lichtend voorbeeld van autonoom en origineel denken. Ik zal zijn wijsheid, humor en zachte stem blijven koesteren.
Deze biografische schets is tot stand gekomen met medewerking van Marcel Spierts en Wim Berkers.
Publicatiedatum: 14-08-2025
Datum laatste wijziging: 25-08-2025
Links