Jos Dröes (1946 - 2025)
geestelijke gezondheidszorg
Speelde als psychiater een centrale rol in de rehabilitatie- en herstelbeweging in de geestelijke gezondheidszorg, waarin niet het gebrek maar de ideëen vna de cliënt centraal staan.
Jos Dröes heeft ruim een halve eeuw in en rond de langdurige psychiatrie gewerkt. Als psychiater, leidinggevende, opleider, docent/trainer en publicist. Hij ging als onderzoeker van start: al op 26-jarige leeftijd promoveerde hij aan de Universiteit Leiden op een fysiologisch onderwerp. Al snel daarna koos hij voor de psychiatrie. In de jaren zeventig werkte hij in de ouderwetse, afstandelijke gestichtspsychiatrie van (destijds) Endegeest. In 1980 vertrok hij naar st. Bavo in Noordwijkerhout waar hij in de sector Beschut Wonen als ‘beleidspsychiater’ ging werken. Hij was ambivalent over het vrijgevochten begeleidingsmodel aldaar en worstelde met de vraag hoe hij in die omgeving zijn functie moest invullen. Eind jaren tachtig verhuisde hij als leidinggevend psychiater mee met sint Bavo die zijn werkzaamheden naar Rotterdam en omgeving verplaatste.
Individuele Rehabilitatie Benadering (IRB)
Vanaf die tijd werd hij steeds enthousiaster over de principes en toepassingen van de psychiatrische rehabilitatie, met name over de rehabilitatiebenadering die William Anthony en Marianne Farkas aan de Boston University hadden ontwikkeld. Met deze Amerikaanse collega’s heeft hij altijd nauwe banden onderhouden. Wat hem in die benadering aansprak was dat daarin niet het gebrek van de cliënt of het beschermende systeem centraal staat, maar de ideeën en activiteiten van de cliënt die zijn eigen leven vorm wil geven. Dit ging in Nederland de Individuele Rehabilitatie Benadering (IRB) heten. De stichting Rehabilitatie ’92 werd opgericht en van daaruit heeft hij als hoofdopleider, samen met Lies Korevaar en vele anderen, een landelijk scholings- en implementatieaanbod ontwikkeld. Sindsdien zijn er honderden hulpverleners in de IRB geschoold. Later heeft hij ook trainingen in het herstelprogramma IMR (Illness Management and Recovery) gegeven. Zeker is dat velen aan Jos zullen terugdenken als een gestructureerde, inspirerende docent die een blijvende invloed op hun manier van werken heeft gehad.
Naast de IRB kende Nederland nog twee invloedrijke rehabilitatiebenaderingen: het Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH; tegenwoordig het Steunend Relationeel Handelen genoemd) en de Liberman benadering. Jos Dröes vond de IRB ondubbelzinnig de beste maar erkende ook de sterke punten van de andere rehabilitatiescholen. Hij beschouwde de drie benaderingen als complementair aan elkaar en onderkende hun gemeenschappelijke uitgangspunten. Begin 2000 nam hij het initiatief tot een gezamenlijk referentiekader voor de rehabilitatie in Nederland. Dit was de funderende tekst die nodig was om het landelijke Kenniscentrum Rehabilitatie te starten, één van de twee voorlopers van het huidige Kenniscentrum Phrenos. Hierin werden twee van zijn kwaliteiten goed zichtbaar: die van strateeg en van verbinder.
Wilma Boevink
Inmiddels was hij betrokken geraakt bij de opkomende herstelbeweging. Die beweging veranderde alles, ook voor hem zelf. Opeens bevond hij zich in een beweging die helemaal van de cliënten was. Hij ging veel samenwerken met Wilma Boevink, de belangrijkste voortrekker van die beweging. Wilma en hij hadden spannende discussies en schreven scherpe stukken over de essentie en implicaties van het herstelbegrip. Jos Dröes nam zeker geen afscheid van de rehabilitatie maar zocht naar de verbinding tussen beide benaderingen. Het gaat altijd om de plannen van de cliënt, vond hij, daaraan moeten de plannen van anderen altijd dienend zijn. Sindsdien was hij in de rehabilitatiepraktijk én de herstelbeweging actief. Ondanks dat het dikwijls schuurde tussen beide. Ook in het tijdschrift Participatie en herstel, waarvan hij jaren hoofdredacteur was, verwoordde hij zijn angst dat rehabilitatie als concept en werksoort dreigde te verdwijnen. Hoewel hij goede redenen had voor zijn verdwijnangst, probeerden velen hem daarvan af te helpen. Dat had maar ten dele het gewenste resultaat.
Ruimte maken voor herstel
Ondanks dat hij het er als psychiater soms zwaar te verduren had en de emoties vaak hoog opliepen, voelde Jos Dröes zich goed thuis in de herstelbeweging. Dat is opmerkelijk omdat hij zijn hele werkzame leven heeft geworsteld met de vraag hoe hij met zijn eigen emoties en met die van anderen moest omgaan. Aan het begin van zijn loopbaan vond hij dat emoties vermeden moesten worden. Emoties zouden altijd tot onbeheersbaarheid leiden en de wenselijke gang van zaken in de war sturen. Wat betreft het omgaan met emoties, de waardering van het persoonlijke en de erkenning van het subjectieve moest hij dus van heel ver komen. Als psychiater en als mens. Hoe dat in zijn leven en loopbaan is gegaan heeft hij nauwgezet beschreven in zijn laatste boek. Aanleiding was de vraag van een ervaringsdeskundige wat hij als psychiater eigenlijk zocht in de herstelbeweging. Het was Jos Dröes ten voeten uit dat hij deze vraag tot op de bodem van zijn ziel liet doordringen. Om een goed antwoord te geven meende hij een boek te moeten schrijven over hoe hij zich als psychiater in al die jaren had ontwikkeld. Dat werd: Ruimte maken voor herstel. Mijn ontwikkeling als psychiater in de langdurige zorg 1976 -2020. Amsterdam: SWP.
Begenadigd dichter
Jos Dröes was voor velen een zorgzame, bevriende collega. Zijn emoties waren altijd goed zichtbaar en merkbaar. Hij hield van gezelschap en gezelligheid. Maar met zijn grote beroepsernst en sterke verantwoordelijkheidsgevoel stapte hij bepaald niet lichtvoetig door het leven. Hij was vaak zorgelijk en somber over de toekomst. Bovenal was hij bang dat machthebbers goede herstel- en rehabilitatiepraktijken tot stoppen zouden dwingen. Toch vond hij altijd weer de moed en de motivatie om een sterke bijdrage aan het veld van herstel en rehabilitatie te leveren.
Hij was een bijzonder productieve schrijver. Jos dacht altijd diep na over zijn onderwerpen, was belezen en had een heldere, herkenbare schrijfstijl. Hij was kortom een intellectueel, hoewel hij niet veel op had met die aanduiding. Alleen of met medeauteurs schreef hij handboeken en artikelen en commentaren in diverse tijdschriften. Naast vakmatige teksten schreef Jos poëzie. Hij was een begenadigd dichter maar presenteerde zich vrijwel nooit als zodanig. Hij leek het schrijven van poëzie vooral als een onmisbare nevenactiviteit te beschouwen.
Deze biografisch schets is een lichte bewerking van het In Memoriam dat Jaap van Weeghel op 8 december 2025 schreef voor de website van het Tijdschrift Participatie en herstel.
Publicatiedatum: 09-12-2025
Datum laatste wijziging: 10-12-2025
Links