Hermanus Werkhoven (1892 - 1958)
onderwijs, verstandelijke gehandicaptenzorg
stond als ambtenaar voor de nazorg in Arnhem aan de wieg van arbeidsvoorzieningen voor mensen met een beperking, was met Pier de Boer initiatiefnemer van de Vereniging voor nazorg-ambtenaren.
Hermanus Werkhoven wordt op zaterdag 14 mei 1892 geboren op kasteel De Bruijne Horst in Ederveen, gemeente Ede. Zijn vader, ook Hermanus genaamd, is daar hulp koetsier bij de familie Reiger, terwijl zijn moeder Evertje van Hussel daar als dienstbode werkte. Hij is de derde zoon en het vierde kind van dit echtpaar. Zijn oudste broer, Cornelis zal later secretaris/penningmeester van de SDAP worden.
Na zijn lagere school wil Hermanus ook het onderwijs in, maar doet dat niet zoals zijn twee oudere broers door naar de Rijkskweekschool in Maastricht te gaan. Hij kiest voor de praktijk gerichte opleiding door als leerling onderwijzer aan de slag te gaan in Rhenen om vervolgens in 1912 staatsexamen voor onderwijzer te doen in Utrecht. Hermanus slaagt en wordt in augustus 1912 benoemd tot tijdelijk onderwijzer aan de Openbare School nr. 3 te Dieren om vervolgens in februari 1913 benoemd te worden tot onderwijzer in Voorst. Ook daar zal hij niet lang blijven want in december 1915 wordt hij benoemd tot onderwijzer van school 13 te Arnhem.
In Arnhem leert Hermanus ook zijn toekomstige vrouw, Harmina Schoondorp, kennen. Zij wordt nl. in 1916 benoemd tot onderwijzeres aan school 11 in Arnhem. In 1921 trouwen zij en krijgen 2 kinderen; in 1925 dochter Hermine en in januari 1929 zoon Cornelis, die vernoemd wordt naar de maand daarvoor overleden oudste broer Cornelis Werkhoven. Daarnaast wordt Hermanus ook bestuurlijk actief in Arnhem, nl. als voorzitter van de afdeling Arnhem van de Bond van Nederlandse Onderwijzers.
Arbeid voor Onvolwaardigen
Vervolgens gaat hij in 1924 over naar school 18 in Arnhem en dat is een school, die speciaal (toen buitengewoon geheten) onderwijs aanbiedt aan kinderen met een handicap, zowel lichamelijk als geestelijk. Naast het geven van onderwijs houdt hij zich bezig met de vraag hoe deze gehandicapte, of zoals zij toen genoemd werden ‘onvolwaardige’, kinderen na hun schooltijd een volwaardige plek in de maatschappij konden krijgen.
Vanuit die betrokkenheid gaat hij in 1928 naar een internationaal congres in Amsterdam waar gesproken wordt over het thema ‘Arbeid voor Onvolwaardigen’. Dit congres wordt georganiseerd door de in 1927 opgerichte Vereniging tot Bevordering van de Arbeid voor Onvolwaardigen, kortweg AVO. Nationaal wordt er vervolgens een Staatscommissie ingesteld om die problematiek verder uit te werken. In Arnhem gaat men directer aan de slag met de benoeming in 1929 van Hermanus Werkhoven tot vaste ambtenaar voor de Nazorg voor deze specifieke groep nadat zij het (buitengewoon) onderwijs achter zich hebben gelaten.
Zulke functies zijn in andere gemeenten al eerder ingevuld. Amsterdam had de primeur in 1921 met de aanstelling van Pier de Boer, de eerste ambtenaar voor de nazorg in Nederland. Haarlem volgde in 1925. Vooral Pier de Boer had snel na zijn aanstelling het initiatief genomen om voor jongeren die moeilijk plaatsbaar waren bij werkgevers in de stad aparte werkinrichtingen in te richten.
Herman Werkhoven neemt direct na zijn aanstelling in Arnhem een vergelijkbaar initiatief. In 1930 wordt de Werkinrichting Arnhem officieel geopend. Hiertoe behoren de werkplaats Velperplein voor mannen en de weefinrichting voor vrouwen, beiden geheel gericht op werkzaamheden binnen het gebouw van de werkplaats. Daarnaast wordt op landgoed Presikhaaf een tweede vestiging geopend en die richt zich op werkzaamheden in de buitenlucht zoals het kweken van planten en het onderhoud van de gemeentelijke groenvoorzieningen.
Vereniging van Nazorg-ambtenaren
In 1931 wordt Hermanus door Pier de Boer uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een bespreking in Amsterdam over de oprichting van een landelijke vereniging voor de Nazorg. Dit leidt ertoe dat in 1932 in Arnhem de Nederlandse Vereniging Nazorg Buitengewoon Onderwijs (NVNBO) wordt opgericht. Doel van deze organisatie is om de nazorg in handen te houden van onderwijzers, die de kinderen kennen en zo te zorgen dat zij niet in de verdrukking komen ten opzichte van andere groepen maatschappelijk minder geschikten. Hermanus wordt vanaf het begin lid van het hoofdbestuur van de NVNBO, terwijl hij tevens secretaris is van de afdeling Arnhem van de AVO.
Tweede Wereldoorlog
Aan het begin van de bezetting wordt Hermanus opgepakt door de Sicherheitsdienst en gevangen gezet in Arnhem. Na enkele dagen wordt hij naar Emmerich overgeplaatst, maar na enkele weken weer vrij gelaten. Waarschijnlijk was sprake van een persoonsverwisseling met zijn overleden broer Cornelis.
Tevens maakt hij zich vanuit de NVNBO sterk voor het opzetten van werkkampen voor oud leerlingen, omdat zij door alle onrust tijdens de bezetting maatschappelijk ernstig afgleden. Daarover ontstaat een ernstig verschil van mening met de AVO dat uiteindelijk toch wordt opgelost en resulteert in werkkamp De Vanenburg nabij Putten.
Zelf neemt het gezin Werkhoven enkele evacués op en moet het na de slag om Arnhem in september 1944 evacueren waarbij onderdak wordt gevonden bij een bevriende boer in Lunteren.
Direct na de bevrijding vraagt hij ontheffing aan voor de zgn. “Arbeidsinzet” omdat hij zijn pupillen, die her en der in de provincie zijn ondergebracht, wil kunnen blijven bezoeken.
Ridder en erelid
Voor al zijn werkzaamheden om kinderen met een handicap een volwaardige plek in de maatschappij te bezorgen wordt Hermanus Werkhoven in 1956 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Het daarop volgende jaar bestaat de NVBNO 25 jaar en wordt het jaarcongres in Arnhem georganiseerd. Het is tevens het jaar dat Hermanus officieel met pensioen gaat. Ter gelegenheid van zijn vertrek uit het hoofdbestuur van de vereniging wordt hij tijdens de vergadering onder luid applaus benoemd tot erelid. De NVBNO heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de zorg voor mensen met een beperking. Vanuit de vereniging zijn rechtstreekse historische lijnen te trekken naar de Cliëntondersteuning van MEE en de sociale werkvoorziening die vanaf de jaren vijftig een hoge vlucht heeft genomen. In de eind 2025 verschenen biografie van Pier de Boer wordt dit uitvoerig beschreven.
Na zijn pensionering trekt Hermanus zich terug in Lunteren waar hij aan de rand van het dorp gaat wonen schuin tegenover zijn oudere broer Jan Wulf. Lang mag hij van het mooie uitzicht op de omgeving niet genieten, want hij overlijdt op zondag 12 oktober 1958.
Auteur: Kees Werkhoven
Publicatiedatum: 29-01-2026
Datum laatste wijziging: 29-01-2026
Auteur(s)
Links
