Canon Sociaal Werk
NL | EN
Ali de Regt

Ali de Regt (1941 - 2022)

wetenschap

socioloog, verrichtte baanbrekend onderzoek naar ’Arbeidersgezinnen en beschavingsarbeid: 1870-1940’, had ongelijkheid als hoofdonderwerp en werd activist op latere leeftijd.


‘Wat zijn ze toch brutaal…’ Dat liet Ali de Regt zich nog niet zo lang geleden ontvallen toen we een gesprek hadden over de betere standen in Nederland en terechtkwamen bij de soms jaloersmakende vanzelfsprekendheid van hun savoir-faire. Ik wilde weten hoe zij dacht over de huidige betekenis van ‘goede namen’, familietrots, de werking van familieverbanden. Daar zei ze niet veel van af te weten en genoemde uitspraak leek spontaan opgeweld uit oude gevoelens en overtuigingen. Ze was afkomstig uit een groot arbeidersgezin uit Winkel, Noord-Holland, wist wat het betekende om het niet breed te hebben. Haar hart klopte voor de linkse zaak en dat maakte ze – aanvankelijk als psp-lid – actief kenbaar, ook in de manier waarop ze zich intellectueel ontwikkelde, in de keuze van onderwerpen die ze ging bestuderen en het vluchtelingenwerk waar ze zich tot haar dood voor inzette.

Na de ulo en de kweekschool werkte De Regt twee jaar als onderwijzeres in Amsterdam-­Noord, legde in diezelfde tijd het staatsexamen hbs af, ging politicologie aan de Universiteit van Amsterdam studeren en belandde vervolgens aan diezelfde universiteit bij de subfaculteit sociologie. Daar in dienst gekomen specialiseerde ze zich op het gebied van gezinnen, onderwijs en welvaartsstaat, met steeds ruime aandacht voor de vraag wat maatschappelijke ongelijkheid in het leven van mensen teweegbrengt.

In 1984 promoveerde ze op ­Arbeidersgezinnen en beschavingsarbeid: Ontwikkelingen in Nederland 1870-1940, een veelgelezen boek dat onder meer de aanpak van ‘ontoelaatbaren’ dan wel heropvoeding van ‘a-sociale’ gezinnen in Amsterdam-Noord op een pakkende manier beschrijft. Ze werd gepolst om hoogleraar te worden, maar daar achtte ze zich niet geschikt voor, ten onrechte volgens velen. Maar als ­gewaardeerde onderzoeker en docent, tevens partner van een hoog­leraar in de sociologie, werd ze wel een voorbeeld van geslaagd klimmen op de ­maatschappelijke ladder, zoals ze in 2012 in een vrienden­boekje schreef: ‘Ik ben wat sociologen een ­“sociale stijger” noemen.’ Ze woonde in chic Amsterdam-­Zuid, hield er een navenante levensstijl op na, maar de statusonzekerheid die de sociale stijging veroorzaakt had was nooit helemaal verdwenen, bekende ze. In de omgang was dat niet te merken.

Een van de dingen waar ze zich aan ergerde in het milieu waarin zij terecht was gekomen was de manier waarop wegwerpend kon worden gepraat over geld, als iets wat niet belangrijk was. Dat werd een onderzoeksonderwerp. Hoe verschillend gaan mensen eigenlijk om met geld? Hoe verschilt dat per milieu? Hierover schreef ze Geld en gezin (1993). Hoeveel willen ouders investeren in hun kinderen? Hoe ver willen ze gaan om slecht lerende kinderen toch aan een diploma te helpen? In hoeverre helpt geërfde rijkdom hierbij? Gevoelige onderwerpen, waarover mensen niet altijd het achterste van hun tong willen laten zien, maar dat weerhield haar niet.

In Investeren in je kinderen (2003) liet ze met Don Weenink zien hoe allesoverheersend belangrijk het verkrijgen en behouden van geld en status is binnen families en met hoeveel spanning dat omgeven is, alle ontkenningen hiervan ten spijt.

Ali de Regt had een merkwaardig soort media-uitstraling. Ischa Meijer bleek duidelijk van haar gecharmeerd toen zij in zijn tv-show optrad en totaal niet geïmponeerd maar vriendelijk en gedecideerd inging op zijn vragen. Ze wist de betekenis van sociologisch onderzoek overtuigend over het voetlicht te brengen, wat zeker bij deze presentator een knappe prestatie was. Ze was niet voor niets een van de meest geliefde docenten, helder en duidelijk, wars van wazige verhalen, zweverigheid en geklets. ‘Opvliegend’ noemde Abram de Swaan haar in zijn toespraak bij haar promotie en dat was niet onjuist gezien, want ze kon bij het horen van flauwekul of stommiteit boos worden en dan ontploffen in felle oppositie. Maar hartelijk was ze ook, en oprecht geïnteresseerd in het werk en het wel en wee van anderen. Geknipt voor de rol van begeleidster van studenten en jonge onderzoekers.

Nadat ze bij de UvA met pensioen was gegaan verflauwde haar animo voor de sociologie. Ze bewonderde de gedrevenheid van anderen om ook als oudgediende te blijven onderzoeken en te publiceren, maar dat vond ze zelf niet nodig. Misplaatst bescheiden vond ze haar eigen bijdrage aan de sociologie van gering belang en ze begon steeds meer te twijfelen of dat niet voor de hele sociologie gold. Welk maatschappelijk nut was ermee gediend? Hulp aan vluchtelingen, opkomen voor politieke gevangenen via Amnesty, zulke activiteiten waren in haar ogen veel zinvoller. Daar wijdde ze haar energie voortaan vooral aan, naast het lezen van heel veel literatuur.

Intussen bleef ze de oplettende socioloog die ze altijd geweest was. De actualiteit volgde ze op de voet en ze schreef brieven naar de krant als daarin beweringen stonden die door eigen waarnemingen ontkracht konden worden. Zo verbaasde ze zich over een stuk in Vrij Nederland waarin stond dat de Amsterdamse Kalverstraat alleen nog maar door mensen als ‘Henk en Ingrid’ werd bevolkt. Ze ging een middag tellen en observeren in diezelfde straat en liet zien dat daar niets van klopte.

Toen haar einde nabij kwam, bleef ze zichzelf: monter en de feiten onder ogen ziend. Wie haar vroeg hoe het met haar ging kreeg nog lang te horen ‘heel goed’, met een lofzang op haar verzorgers. Aan klagen deed ze niet, deze Noord-­Hollandse stijger en lieve vriendin, onvermoeibaar in haar strijd tegen onrecht en verbazing over onzin.

 

Kees Bruin

Overgenomen uit de Groene Amsterdammer van 26 oktober 2022

Publicatiedatum: 08-02-2026
Datum laatste wijziging: 08-02-2026



< Vorige biografie < Overzicht > Volgende biografie >

Bestel nu

Moderne geschiedenis van het sociaal werk

‘Van der Lans leidt ons op een verhelderende wijze door de geschiedenis van mensen, niet alleen professionals, die werken aan een rechtvaardiger samenleving.’

Fresco Sam-Sin bij OVT