Bert Middel (1952 - 2026)
samenlevingsopbouw, openbaar bestuur
PvdA-politicus die zich in de jaren tachtig ontpopte tot een richtinggevende denker, publicist en lector met betrekking tot welzijnsbeleid en de rol van sociale professionals.
Sociaaldemocraat met een actieve betrokkenheid bij welzijn en samenleving
Met het overlijden van Bert Middel (Groningen, 24 juni 1952 – 2026) verliest de Nederlandse sociaaldemocratie een bestuurder en politicus wiens belangstelling zich gedurende zijn hele loopbaan uitstrekte tot de positie van mensen die niet vanzelfsprekend toegang hadden tot macht, invloed en maatschappelijke zekerheid. Middel was Tweede en Eerste Kamerlid voor de PvdA, burgemeester van Smallingerland en dijkgraaf van Noorderzijlvest. Minder zichtbaar in een korte opsomming van politieke functies, maar minstens zo kenmerkend voor zijn loopbaan, was zijn langdurige betrokkenheid bij het welzijnswerk en bij de ontwikkeling van het sociaal werk als maatschappelijke professie.
Rood nest
Middel groeide op in Groningen en kwam, zoals Parlement.com het omschrijft, uit een ‘rood nest’. Hij werd al in 1969 lid van de Partij van de Arbeid en studeerde in de jaren zeventig politieke sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn maatschappelijke belangstelling beperkte zich vanaf het begin niet tot de partijpolitiek. Hij werkte onder meer als leraar, actiecoördinator bij de Wereldwinkels, wetenschappelijk medewerker en docent. Al vroeg hield hij zich bezig met de verhouding tussen politiek, burgers en maatschappelijke organisaties. In 1978 werd hij gemeenteraadslid in Assen.
Juist in de periode vóór zijn landelijke politieke loopbaan raakte Middel intensief betrokken bij het welzijnsbeleid. Van 1982 tot 1985 was hij secretaris van de regeringscommissie die zich bezighield met de herstructurering van landelijke organisaties op het terrein van welzijn, volksgezondheid en jeugdhulpverlening. Daarna werd hij directeur van Overcinge de Klencke, een instituut voor scholing, vorming en training in Drenthe. Ook vervulde hij functies in en rond het maatschappelijke middenveld, onder andere bij Humanitas, de Provinciale Adviescommissie Welzijn Groningen en organisaties op het terrein van opbouwwerk. Zijn publicatie Welzijnsplanning, het kan (nog) beter uit 1981 laat zien dat welzijn bij Middel al lang vóór zijn Kamerlidmaatschap een inhoudelijk thema was.
Samenlevingsopbouw
In 1989 werd Middel lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Hij zou daar, met een korte onderbreking in 1994, tot 2002 blijven. Zijn portefeuille was breed. Hij hield zich onder andere bezig met sociale zaken, medezeggenschap, minderheden, asielbeleid, sport, lokale media en de positie van oorlogsgetroffenen. Daarbij kwam zijn sociale betrokkenheid vooral naar voren in zijn inzet voor mensen in de bijstand, asielzoekers en andere groepen die afhankelijk waren van bescherming of ondersteuning door overheid en samenleving. Hij trad ook op als woordvoerder bij de behandeling van het klachtrecht voor cliënten in de zorgsector.
Kenmerkend voor Middel was dat hij welzijn niet uitsluitend als een voorziening of beleidssector beschouwde. In zijn latere publicaties keerde steeds de vraag terug hoe burgers daadwerkelijk kunnen deelnemen aan de samenleving en hoeveel ruimte professionals en maatschappelijke organisaties daarvoor krijgen. Begrippen als burgerschap, uitsluiting, maatschappelijke activering en samenlevingsopbouw stonden daarbij centraal. Dat paste bij een sociaaldemocratische opvatting waarin solidariteit niet alleen via inkomenspolitiek en sociale zekerheid wordt georganiseerd, maar ook via sterke maatschappelijke verbanden en professionele ondersteuning.
Het opbouwwerk droeg hij een warm hart toe. Samen met zijn CDA-collega Berry Esselink diende hij in 1991 een in de Tweede Kamer aangenomen motie in waarin wordt uitgesproken dat er voor het opbouwwerk apart een landelijke ondersteuningsfunctie moet blijven. De motie was ingestoken door Wil van de Leur, voorman van het Landelijk Platform Opbouwwerk, en zorgde ervoor dat het LPO, later omgevormd tot Landelijk Centrum Opbouwwerk, buiten de herstructureringsoperatie van landelijke ondersteuningsinstellingen bleef en zelfstandig door kon gaan. Dat lukte tot 2007 toen het LCO alsnog werd opgeslokt door Movisie en het opbouwwerk als apart vak, tot droevenis van Middel, min of meer uit beeld verdween.
Lector zorg en welzijn
Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer in 2002 keerde Middel expliciet terug naar het terrein van zorg en welzijn. Van september 2002 tot december 2005 was hij lector Zorg en Welzijn aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden. In vakpublicaties werd zijn lectoraat ook aangeduid als Sociale Interventie. In die functie hield hij zich bezig met de professionalisering van sociale beroepen en met de relatie tussen onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk. Hij behoorde daarmee tot de eerste generatie lectoren die in het hoger beroepsonderwijs een brug moesten slaan tussen wetenschappelijke kennis en de dagelijkse praktijk van het sociaal werk.
Middel was kritisch over wat hij zag als een te technische benadering van het welzijnswerk. Sociaal werk kon volgens hem niet worden teruggebracht tot methodieken, protocollen en door beleidsmakers vooraf vastgelegde resultaten. Professionals moesten kunnen nadenken over de maatschappelijke betekenis van hun handelen en voldoende ruimte krijgen om vanuit hun vakmanschap te handelen. In zijn bijdragen aan het vakblad MO Samenlevingsopbouw schreef hij onder meer over burgerschap en ‘ontburgering’, sociale uitsluiting en isolement, multiculturaliteit, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de positie van de beroepskracht. Een van zijn terugkerende zorgen was dat sociaal werkers steeds meer klem kwamen te zitten tussen marktwerking, management en overheidsbeleid.
Onafhankelijke professionals
Daarmee mengde Middel zich nadrukkelijk in een discussie die in het welzijnswerk in de jaren negentig en tweeduizend steeds belangrijker werd: moest de sector zich vooral ontwikkelen tot een efficiënte uitvoerder van overheidsbeleid, of moesten welzijnswerkers ook onafhankelijke professionals blijven die signaleren, organiseren en waar nodig tegen beleid ingaan? Middel koos duidelijk voor het laatste. Hij waarschuwde voor bureaucratisering, schaalvergroting, marktdenken en een bestuurscultuur waarin het initiatief van beroepskrachten werd beperkt. Later vatte hij zijn kritiek scherp samen door erop te wijzen dat in zorg en welzijn de vorm te vaak boven de inhoud was komen te staan en management en marktwerking het maatschappelijke initiatief konden verdringen.
Zijn betrokkenheid beperkte zich daarbij niet tot zijn lectoraat. Middel was onder meer voorzitter van de Commissie Beroepenstructuur Welzijn, voorzitter van het Samenwerkingsverband Organisaties Maatschappelijke Activering en voorzitter van de landelijke Federatie SOS/Telefonische Hulpdiensten. Ook was hij betrokken bij het College van Advies en Toezicht voor het Opbouwwerk en schreef hij columns voor het vakblad Zorg+Welzijn. Daarmee bevond hij zich gedurende deze jaren op het kruispunt van politiek, beroepsontwikkeling, opleidingen en uitvoeringspraktijk.
Burgemeester en dijkgraaf
Tegelijkertijd bleef Middel politicus. Van 2003 tot 2007 was hij lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. Vanaf eind 2005 combineerde hij dat aanvankelijk met het burgemeesterschap van Smallingerland, dat hij tot 2011 vervulde. Vervolgens werd hij in 2012 dijkgraaf van waterschap Noorderzijlvest, een functie die hij tot zijn pensionering in 2022 bekleedde. In deze latere bestuurlijke functies kwam het welzijnswerk minder rechtstreeks in zijn portefeuille terug, maar bleef de bredere gedachte van publieke verantwoordelijkheid en maatschappelijke betrokkenheid herkenbaar.
Middel bleef daarnaast schrijven en publiceren. Titels als Uitsluitend Insluitend en zijn bijdragen over samenlevingsopbouw zeggen veel over zijn belangstelling: hoe voorkom je dat mensen maatschappelijk buitenspel komen te staan en hoe organiseer je een samenleving waarin mensen daadwerkelijk kunnen meedoen? Ook in zijn kritiek op de vermarkting van zorg en welzijn keerde die vraag terug. Solidariteit en sociaal handelen waren voor hem geen abstracte politieke begrippen, maar verwezen naar een houding tegenover andere mensen en naar de verantwoordelijkheid om een samenleving zo in te richten dat niemand volledig aan zichzelf wordt overgelaten.
Verbinding politiek en praktijk
Daarmee neemt Bert Middel binnen de geschiedenis van de PvdA en het Nederlandse welzijnswerk een bijzondere positie in. Hij was geen welzijnspoliticus in de beperkte betekenis van iemand die jarenlang één welzijnsportefeuille beheerde. Zijn betrokkenheid was breder en duurzamer. Vanuit de sociologie, de politiek, het maatschappelijk middenveld en later het lectoraat bleef hij zich bezighouden met dezelfde fundamentele vragen: wie kan volwaardig deelnemen aan de samenleving, wie dreigt erbuiten te vallen, welke verantwoordelijkheid heeft de overheid en hoeveel professionele ruimte hebben degenen die dagelijks met mensen en gemeenschappen werken?
Die verbinding tussen politiek en praktijk vormt misschien wel de duidelijkste rode draad in zijn loopbaan. Voor Middel was welzijnswerk geen zachte randvoorziening van de verzorgingsstaat, maar een wezenlijk onderdeel van een democratische en solidaire samenleving. Zijn waarschuwing dat juist de zogenoemde ‘zachte sector’ in werkelijkheid van levensbelang is voor grote groepen mensen, vat die overtuiging treffend samen.
Beschouwingen in MO SAMENLEVINGSOPBOUW
Tussen 2002 en 2005 schreef Bert Middel een groot aantal bijdragen in MO Samenlevingsopbouw, met als titels: OVER BURGERSCHAP EN ‘ONTBURGERING , Een pleidooi voor ‘meerschaligheid’ in sociale interventie (december 2002); DE VIERDE OMSLAG IN HET OPBOUWWERK (januari 2003); SAMENLEVINGSOPBOUW, UITSLUITING EN ISOLEMENT (maart 2004); OPBOUWWERK EN ALWEER EEN NIEUWE WET Over de kansen en (on-)mogelijkheden van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (juni 2004}; MET DE KONT TEGEN DE KRIB (september 2004); ACTIE-ONDERZOEK TEGEN MARGINALISERING (maart 2005); MULTICULTURALITEIT IS GEWOON EEN FEIT (juni 2005); IN DE KNEL TUSSEN MARKT EN MANAGEMENT Het gebrek aan ‘vrije’ ruimte voor de beroepskracht (oktober 2005). In de Canon samenlevingsopbouw zijn deze artikelen gebundeld in een dossier.
Publicatiedatum: 10-09-2026
Datum laatste wijziging: 10-09-2026
Links
