Wandeling door de geschiedenis van de volkshuisvesting
De stadswijk Klarendal (in Arnhems dialect uitgesproken als klèrendoal) begint zich vanaf 1830 te ontwikkelen. De wijk start wat macaber, met een kerkhof aan de Hommelseweg. Maar daarna neemt het oprukkende Arnhem langzaam maar zeker bezit van dit parkachtige buitengebied. In Klarendal is uit alle fasen van de moderne geschiedenis van volkshuisvesting typerende bebouwing te vinden. Er zijn fraaie arbeiderswoningen uit de aller vroegste fase van de woningbouwverenigingen vanaf 1850 (Paulstraat), je vindt er ware arbeidersparadijzen uit de periode van de woningwetwoningen na 1901 (Mussenberg, Vogelwijk, Talmaplein), maar je wandelt er ook langs de wat sobere sociale woningbouw van de late jaren twintig en jaren dertig (Kapelbuurt). Een groot stuk van Klarendal is vanaf de jaren zeventig drastisch gesaneerd, waardoor de wijk ook typische voorbeelden kent van de stadsvernieuwing na 1970 (Nijverheidsstraatjes, Rappardstraat, Peterbuurt). Het enige dat in Klarendal ontbreekt zijn de naoorlogse portiekflats, maar daar treurt niemand om.
De wijk is altijd een volksbuurt geweest, met een roerige geschiedenis. In 1892 raakten opstandige arbeiders slaags met de autoriteiten rondom de Velperpoort, in 1970 ontstond een heus oproer tegen de verloedering van de wijk, in 1989 traden buurtbewoners op tegen de oprukkende drugsoverlast. Bewoners spraken toen van Klarendal Tranendal. Sinds 2005 staat de wijk ook als modekwartier op de kaart. In Klarendal leven lekker-hip en doe-maar-gewoon naast elkaar. Fier in het midden van de wijk prijkt als een trots icoon de Klarendalse molen, die in 1870 vanaf de Amsterdamseweg steen voor steen naar de wijk werd verplaatst. Dat historische samenspel van mensen en gebouwen maakt de wijk tot een levend museum van de geschiedenis van sociale volkshuisvesting. Deze wandeling wil u langs deze geschiedenis leiden.
De wandeling kent een lengte van ongeveer 4,5 kilometer en duurt 1 à 1,5 uur. De wandeling begint bij station Klarendal op de hoek van de Sonsbeeksingel en de Klarendalseweg.
- Download hier de wandelkaart met korte objectbeschrijvingen.
- Download hier de uitvoerige routebeschrijving en uitleg bij de complexen en gebouwen.
1 START: Station Klarendal - restaurant 'goed.' proeven – 1887 / 2008
Wat nu Station Klarendal is, was vroeger het postdistributiekantoor naast station Arnhem. Het werd daar in 1887 gebouwd naar een ontwerp van rijksbouwmeester Cornelis H. Peters. Postkantoren werden toen vaker in neoklassieke stijl gebouwd, waarin zich elementen van de Hollandse renaissance en laatgotiek mengden. We zien Vlaamse geveltjes, klimmende sierbogen in de topgevels, veel siermetselwerk, speklagen en rijk geprofileerde vensterafsluitingen waarbij zandsteen is gebruikt. In 2005 moest het gebouw wijken om de aanleg van het nieuwe station mogelijk te maken. Het werd in 125 stukken afgebroken om vervolgens op de hoek Sonsbeeksingel /Klarendalseweg in 2007 en 2008 weer in elkaar gezet te worden. Het moest het symbool worden voor het herstel van de wijk. Bureau K3 architectuur tekende voor de herbouw. Op 25 mei 2008 werd 'Station Klarendal' als centrum van het nieuwe modekwartier in Klarendal geopend. In het gebouw vindt onder meer café-restaurant goed.proeven onderdak, met een prachtig terras. Deze opzienbarende verhuizing heeft Klarendal een krachtige positieve impuls gegeven. Het restauratieproject heeft meerdere prijzen in de wacht gesleept, onder meer in 2011 de Gulden Fenik, een prijs van het Nationaal Renovatie Platform.
Start wandeling
U kunt de wandeling natuurlijk altijd vooraf laten gaan door een versnapering te nemen in of op het terras van restaurant 'goed.' proeven, waar de wandeling begint. Als u er klaar voor bent, loopt u vanaf het terras de Sonsbeeksingel westwaarts in, richting het spoorwegviaduct en de kruising met de Hommelseweg. Het viaduct vormt vanuit het centrum en de wijk St. Marten de toegangspoort tot Klarendal, vandaar de twee betegelde wanden van het viaduct. Het kunstwerk, bestaande uit 16.000 metrotegeltjes, dateert uit 2011 en is gemaakt door grafisch ontwerpster Hanneke van de Pol uit Klarendal. In de patronen zijn twee verschillende sferen te onderscheiden, een stofpatroon voor Klarendal en een bloemetjesmotief voor St. Marten. Ook is teruggegrepen op details van de brug boven het viaduct.
Vanuit de Sonsbeeksingel slaat u rechtsaf de Hommelseweg in. Na een kleine 25 meter treft u rechts de ingang aan van het Luthers Hofje uit 1860.
2 Het Luthers hofje - 1860

Hofjes zijn een uniek Nederlands verschijnsel en een van de prilste uitingen van georganiseerde volkshuisvesting in ons land. De welgestelde burgerij bouwde voor ouderen in steden dergelijke hofjes vanaf het einde van de Middeleeuwen. Vooral in het westen van het land zijn veel van deze hofjes in tact gebleven. Arnhem kent eigenlijk maar een hofje, dat misschien ook wel het laatste hofje van Nederland is: het Luthers Hofje. Het intieme hofje werd midden negentiende eeuw gebouwd in opdracht van de Evangelische Lutherse Gemeente. Deze Gemeente had geld gekregen voor de onteigening van huizen elders in de stad en in overleg met stadsarchitect Heuvelink werd besloten dit geld te gebruiken voor de bouw van het hofje voor 'ouden van dagen' aan een open stuk land aan de Hommelseweg dat de Lutherse Gemeente in 1858 had aangekocht. In 1860 werden de 22 woninkjes opgeleverd. In 1890 kreeg het complex 'buitenprivaten' (nog steeds zichtbaar achterin), nadat het hofje geheel was ingebouwd. De oorspronkelijke ontwerpers waren twee ambachtslieden, tevens 'broeders' in de Lutherse Gemeente, de heren Traanboer (van beroep smid) en Beijer (van beroep timmerman). Het hofje is in 1983 grondig gerenoveerd, waarbij het aantal woningen is teruggebracht tot 13. De 'ouden van dagen' zijn sinds de jaren zestig niet meer de doelgroep.
Als u het Luthers Hofje verlaat slaat u rechtsaf. U volgt de Hommelseweg en gaat vervolgens de tweede straat rechts in: de Noord-Peterstraat. U loopt nu de Peterbuurt in, een stadsvernieuwingsbuurt uit de late jaren tachtig van de vorige eeuw.
3 Peterbuurt, 117 woningen - 1987

Klarendal kent twee grote saneringsperiodes. De eerste was eind negentiende eeuw en leidde onder meer tot de bouw van het complex aan de Hovenierstraat (4) en daarop volgend na 1910 de uitbreidingen op de Mussenberg (11), de Vogelwijk (12) en het Talmaplein (13). De tweede grote saneringsperiode vond plaats na 1970, de periode van de stadsvernieuwing. De Peterbuurt is hier een van de laatste resultaten van. De nieuwbouw in de verschillende Peterstraten (Zuid, West, Oost, Noord) telt in totaal 117 woningen. De woningen zijn in 1986/1987 gebouwd in opdracht van de Centrale Woningstichting (CWS) Arnhem door projectarchitect Peter Ghijsen van Bureau Kristinson uit Deventer. De architectuur is strak, een duidelijke breuk met de grillige patronen uit de jaren zeventig. Door de hoge woonlasten hadden de bewoners aangedrongen op energiezuinige huizen. De opvallende luiken wijzen dan ook op de bijzondere aandacht voor energiebesparende technieken bij de bouw van deze woningen. Ingesloten door de nieuwe bebouwing ligt het Peterplein, nu vooral een speelplek, maar oorspronkelijk bedacht als een levendig ontmoetingspunt in de buurt. In het steegje tussen de West-Peterstraat en de Klarendalseweg zijn muurschilderingen te vinden die Els van de Kooi in 1991 in opdracht van buurtbewoners maakte.

Vanuit de Noord-Peterstraat komt u op het Peterplein, met speeltoestellen en - plekken voor kinderen. Linksachter ziet u de lage huizen van de Landbouwstraat. Deze huizen zijn gebouwd in 1901 door Woningbouwvereniging Openbaar Belang en ontworpen door huisarchitect Rademaker. Hij bouwde hier naast gewone arbeiderswoningen negen landarbeiderswoningen met een open achterhuis voor kleinvee en opslag van landbouwproducten. Het werd geen succes, er was geen landarbeider te vinden die de huur kon opbrengen. Al na enige jaren werd het achterhuis bij de woning getrokken.
Voor de wandeling gaat u echter voor het plein meteen rechts de West-Peterstraat in. Aan uw linkerhand treft u – in het verlengde van de Zuid-Peterstraat aan uw rechterhand - een steegje aan. Daar gaat u in. Het steegje kent halverwege een knik naar rechts. Links op de blinde muren heeft de kunstenares Els van der Kooi in 1991 in opdracht van buurtbewoners een reeks mooie muurschilderingen aangebracht. Op de Klarendalseweg aangekomen gaat u linksaf. U loopt even door en treft aan uw rechterhand een in rode kleuren getint woonblok aan. Dit gerenoveerde blok is het resultaat van de laatste periode van wijksanering in het kader van de Vogelaarwijkaanpak. Aan de Klarendalseweg, op de hoek van de Koolstraat (rechts) en de Hoveniersstraat (links), ziet u een complex woningen uit het einde van de negentiende eeuw, op de gestapelde woningen in het midden staat het jaar van oplevering: 1897.
4 Koolstraat / Klarendalseweg / Hoveniersstraat - 1897

In 1888 werd Arnhem, zoals zoveel steden in Nederland, geteisterd door een cholera- en tyfusepidemie. Duidelijk was dat slechte hygiëne en belabberde huisvesting voor een snelle verspreiding zorgden van de ziekte. De gemeenteraad besloot daarom tot sanering van het meest verloederde deel van Klarendal, de eerste grote sanering van de wijk. Meer dan twee hectaren werd met de grond gelijk gemaakt. In plaats van een bebouwing die als een bonte lappendeken het straatbeeld bepaalde, werd in het nieuwe stratenplan rekening gehouden met de zonlichttoetreding door de straten in een noord-zuid richting te situeren. J.W.C. Tellegen, directeur van gemeentewerken (1891-1901) en later burgemeester van Amsterdam, was het grote brein achter de hele saneringsoperatie. De eerste fase van de nieuwbouw werd in 1896 gerealiseerd door de in 1894 opgerichte filantropische woningbouwvereniging Openbaar Belang. Het doel van deze vereniging was goede en ook goedkope woningen te bouwen voor de arbeiders. In het bestuur van Openbaar Belang zaten naast de directeur van gemeentewerken, raadsleden en enkele vooraanstaande Arnhemmers. In 1896 werden in de Hovenierstraat de eerste 34 laagbouwwoningen opgeleverd, die bestonden uit een tweekamer-alkoof, een kelder en een aangebouwd toilet met een huurprijs van f 2,- per week. Op de hoek van de Koolstraat en de Klarendalseweg werden in 1897 nog eens een viertal gestapelde woningen gerealiseerd. De architectuur van de woningen links in de Hovenierstraat, in U-vorm doorlopend naar de Koolstraat, is neoklassiek. Het ontwerp van deze woningen is van V.G.A. Bosch en F.K. Ozinga, beiden bestuurslid van Openbaar Belang. Het complex is inmiddels meermalen gerenoveerd. In feite zijn alleen de voorgevel en de bouwmuren gehandhaafd. Daardoor zijn unieke details aan de woningen bewaard gebleven, zoals de roosters in de voordeuren. Deze dienden om de bedsteden te ontluchten.
U loopt nu verder de Klarendalseweg op richting molen. Op de hoek van de Paulstraat stuit u op het oudste sociale woningbouwblok van Klarendal. U gaat (rechtsaf) de Paulstraat in.
5 Paulstraat, Commissiewoningen - 1865

Het blok woningen vanaf de hoek Klarendalseweg/Paulstraat stamt uit 1865. Ze werden gebouwd door de in 1853 opgerichte filantropische woningbouwvereniging: de Vereeniging tot het verschaffen van geschikte woningen aan de arbeidersklasse, de tweede woningbouwvereniging van Nederland. (De eerste werd in 1852 in Amsterdam opgericht.) Omdat huurders om een woning te krijgen door een bestuurscommissie werden geballoteerd, heetten de woningen in de volksmond al snel 'commissiewoningen'. Niet verwonderlijk is dat het vooral nette arbeiders waren die een sleutel kregen. Volgens een jaarverslag uit die jaren: stadscommiezen, timmerlieden, wagenmakers, kleermakers, wagenmakers, politieagenten, wasvrouwen, dagloners, krantenbezorgers.
Oorspronkelijk waren het eenkamerwoningen met een huiskamer, twee bedsteden en een zolderruimte. Het toilet stond buiten, achter de woning. De woningen kenden een oppervlakte van 25 vierkante meter. Er werd midden in de kamer gekookt, de wat grotere kinderen sliepen op zolder en de pasgeborenen sliepen dikwijls in mandjes in de ouderlijke bedstee. Ondanks de beperkte ruimte waren ze van een degelijke kwaliteit.
De woningen zijn gebouwd naar een ontwerp van de architecten W. Post en W.A. Nicola. In 1987 zijn ze ingrijpend verbeterd door Woningstichting Openbaar Belang, tegenwoordig worden ze beheerd door woningcorporatie Volkshuisvesting. Aan de buitenzijde zijn de traditionele luiken gehandhaafd en zijn de gevels gereinigd en opnieuw gevoegd. Woonde er vroeger complete gezinnen, tegenwoordig zijn de woningen vooral in gebruik voor alleenstaanden.

Halverwege de Paulstraat, net voorbij de commissiewoningen uit 1860 en tegenover de Putstraat treft u aan uw linkerhand een onderdoorgang aan. Aan de linkerwand treft u een grove afbeelding uit van een oude foto die herinnert aan het feit dat hier in de Catharijnestraat vanaf 1883 een kinderziekenhuis was gevestigd. De foto laat een bezoek zien van koningin Juliana en prins Bernard in 1950. Dat was het tweede koninklijke bezoek aan Klarendal. Eerder, op 23 april 1912 maakte koningin Wilhelmina, vergezeld door haar echtgenoot prins Hendrik, onder luide toejuichingen een koninklijke rijtoer door Klarendal, onder meer om de spiksplinternieuwe woningwetwoningen op de Mussenberg te bewonderen (zie 11).
Voordat u de onderdoorgang doorloopt kijkt u nog even naar de nieuwbouwwoningen halverwege de Paulstraat aan beide zijden, die begin jaren tachtig met veel inspraak van buurtbewoners zijn gebouwd.
6 Paulstraat, stadsvernieuwing, 93 nieuwbouwwoningen – 1984

In het midden van de Paulstraat vindt u aan beide kanten een complex van 93 nieuwbouwwoningen. Deze woningen zijn ontworpen door Bureau STUT uit Den Bosch. De realisatie van dit complex vervangende nieuwbouw in 1984 betekende een historische doorbraak in de stadsvernieuwing in Klarendal. Vanaf het allereerste begin zijn toekomstige bewoners en de bewonersorganisatie Werkgroep Klarendal bij dit project betrokken door middel van een Buurt Ontwerp Groep. Uniek aan dit complex is de flexibele woningindeling: de toekomstige bewoners konden in overleg met de architect zelf de woningindeling bepalen. Dat was toen ongekend. Dit onderdeel vond plaats als onderzoek van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, het toenmalige innovatieplatform van de volkshuisvesting. Nog een bijzonderheid zijn de relatief grote terrassen en balkons, een specialiteit van dit architectencollectief.
U gaat de onderdoorgang in het verlengde van de Putstraat door, richting Catharijnestraat. U loopt nu recht tegen een vergelijkbaar blok arbeiderswoningen aan, die vlak na de woningen in de Paulstraat zijn gebouwd en in 1866 gereed zijn gekomen. U zult deze woningen aan het einde van de wandeling nog een keer passeren, zodat u ze dan nauwkeurig kunt bestuderen. Nu gaan we links de Catharijnestraat en dan meteen rechts de Johannastraat in. Als u rechts de oude huisjes bent gepasseerd betreedt u het gebied van de Nijverheidsstraatjes en daarmee het tijdperk van de stadsvernieuwing die vanaf de jaren zeventig het karakter van Klarendal ingrijpend heeft veranderd. U passeert aan uw rechterhand de 1e Nijverheidsstraat, de 2e Nijverheidsstraat gaat u in (rechtsaf). Let u op de verspringende woningen, voorzijdes en achterkanten wisselen hier elkaar af om variatie en ruimte mogelijk te maken.
7 Nijverheidsstraatjes, stadsvernieuwing, 121 woningen - 1975

De oorspronkelijke bebouwing van de Nijverheidsstraatjes dateerde uit de jaren 1871-1874, toen dit deel van Klarendal vol werd gebouwd met kleine krappe arbeiderswoningen zoals nu nog in de Paulstraat zijn te bewonderen. De woningen werden gebouwd door de stichting Nijverheid (1871-1900) die haar naam aan de straatjes verbond. Na de tweede Wereldoorlog verslechterde de staat van deze bebouwing snel, niet alleen in de Nijverheidbuurt, ook in buurt verder oostwaarts rondom het Rappardplein. Zoals in veel steden in het land smeedde ook het gemeentebestuur van Arnhem grootse sloopplannen om forse verkeersdoorbraken mogelijk te maken. Klarendal werd door de verantwoordelijke wethouder Bisterbosch omschreven als 'een oude wastobbe, die je wel kunt repareren, maar toch uit de tijd blijft'. Inspraak vond hij flauwekul.
In 1970 brak er een volksopstand uit tegen de verloedering van de wijk waarbij dichtgetimmerde huizen in brand werden gestoken en buurtbewoners slaags raakten met de politie. Voorman van het Klarendalse verzet was groenteboer 'Tempo' van Vlaanderen, die zijn bijnaam aan een wedstrijd met een van zijn broers ontleende toen zij allebei met paard en wagen uit groenteveiling in Nijmegen kwamen. De wedstrijd ging er om wie het eerste bij de Arnhemse brug zou zijn. Tempo won, volgens de overlevering om dat hij vanaf de bok continue tegen zijn paard zou hebben geroepen: Tempo, tempo, tempo…
Niet alleen Van Vlaanderen, maar ook het kabouterraadslid Willem van Haeren wist bewoners te mobiliseren tegen 'de gemeentelijke stoomwals'. Door het verzet koos het gemeentebestuur eieren voor zijn geld en werd er voor een combinatie slopen en renovatie gekozen. Zo kreeg Klarendal zijn eigen 'bouwen voor de buurt'-ontwikkeling, waarbij de Nijverheidsstraatjes de spits afbeten.
Naar een ontwerp van T.A.J. Janssen van Architectenbureau Van Heelsbergen werd er in 1974 met de nieuwbouw van 121 woningen in de vier Nijverheidsstraten begonnen. In 1975 werd de laatste woning opgeleverd. Het oude krappe stratenpatroon werd in tact gelaten, maar om de beperkte ruimte van de parallelle straat toch volgens de nieuwe normen te kunnen bebouwen, bedacht men iets creatiefs: om en om blokjes van twee woningen, afwisselend met de voorkant van de ene en dan weer naar de andere straat. In 1974 gaven Tempo van Vlaanderen en de echte burgemeester J.A.F. Roelen in 1974 een gezamenlijke rondleiding door de wijk aan staatssecretaris Jan Schaefer. De aangekondigde bulldozers van eind jaren zestig waren definitief een halt toe geroepen.
U loopt de 2e Nijverheidsstraat uit totdat u in Rappardstraat komt. Daar gaat u linksaf. U loopt langs het Wijkcentrum (rechterhand) rechtdoor. U passeert de Willemstraat en blijft de Rappardstraat volgen.
8 Rappardstraat, stadsvernieuwing, 121 woningen – 1978

Na de Nijverheidsstraatjes marcheerde stadsvernieuwingsmachine snel noordwaarts door. Aan beide zijden van de Rappardstraat was een grote kale vlakte ontstaan, waar in 1978 twee grote complexen van 185 en 210 woningen werden gebouwd, ontworpen door het bureau INBO uit Woudenberg. Later volgden nog meer woningen langs de Javastraat. Het is typerende stadsvernieuwingsbouw, zoals die op veel meer plaatsen in Nederland te vinden is. Redelijk ruime woningen (zeker in vergelijking met de woningen die ervoor werden gesloopt), compact en stevig gebouwd. De houten betimmering beoogt de woningen wat minder stenig te maken en warmte mee te geven, waardoor ze een wat minder blokkerige indruk achterlaten. Verderop in de Javastraat zijn de complexen gebouwd rondom portieken en stevige balkons, waarmee ze nog dichter in de buurt van wat je klassieke stadsvernieuwingsnieuwbouw zou kunnen noemen.
U loopt geruime tijd rechtdoor door de Rappardstraat, passeert de Tedingstraat en Neerlandstuinstraat, waarna de Rappardstraat overgaat in de Javastraat. Ook hier gaat u rechtdoor, totdat u tegen het oude parochiehuis van de St Jans de Doperkerk op de Verlengde Hoflaan aanloopt. Hier gaat u linksaf, heuvelopwaarts. Rechts ziet u de monumentale St-Jan de Doperkerk, waar het eerste Memorarium van Nederland is gevestigd.
9 St Jan de Doperkerk - 1895

In de klassieke Sint-Jan de Doperkerk, één van iconen van Klarendal, daterend uit 1895 was tussen 2013 en 2019 het eerste Memorarium in Nederland gevestigd. In dit 'Memorarium Gelderland' werd nabestaanden de ruimte en mogelijkheden geboden de mensen te gedenken die hen zijn ontvallen. De aangepaste en verbouwde St-Janskerk, zoals hij in de volksmond heet, bood daarvoor een uitgelezen spirituele sfeer. Maar het Memorarium werd geen succes. In 2019 werd de monumentale kerk opgekocht door een samenwerkingsverband van beleggers en ontwikkelaars met als bedoeling er een woonzorgcomplex in te vestigen.
De Sint-Jan de Doperkerk is een rijksmonument en werd in 1894-1895 gebouwd, naar een ontwerp van architect Alfred Tepe. Het is een driebeukige hallenkerk in neogotische stijl. Het middenschip en de beide zijbeuken tellen zes traveeën. Aan de zuidelijke gevel staat een kleine achthoekige traptoren.
Ongeveer driekwart van Klarendalse arbeiders was begin 20e eeuw katholiek. Begin jaren zestig telde de parochie wekelijks meer dan 2000 kerkgangers. Tot 2012 konden katholieke Klarendallers in de St Janskerk ter communie gaan. Maar de belangstelling was toen inmiddels zo dramatisch teruggelopen dat de kerk niet meer was te onderhouden.
U loopt langs de St Janskerk rechtdoor naar de Klarendalseweg. Op de hoek gaat u rechtsaf. Aan uw linkerzijde ziet u de restanten van de Menno van Coehoornkazerne uit 1885, de twee oude kazernegebouwen zijn nu eigendom van Volkshuisvesting Arnhem. Beide gebouwen hebben een culturele bestemming. Het grote gebouw is gewijd aan (onderwijs in) podiumkunsten. In het nieuwe gebouw huist het multifunctioneel centrum Klarendal, waarin een basisschool, kinderopvang en andere sociale functies samenkomen.
10 Menno van Coehoornkazerne - 1885

Het Ministerie van Oorlog heeft in aan het einde van de 19e eeuw in Klarendal een groot militair complex gebouwd, met als centrum de Menno van Coehoornkazerne. Op de hoek van de Verlengde Hoflaan en de Klarendalseweg verwierf de overheid een terrein van bijna 2 hectaren, waar eind 1883 werd begonnen met de bouw van een infanteriekazerne voor zo'n 1000 manschappen, zo'n anderhalf bataljon. In 1885 werd de kazerne in gebruik genomen. Het was toentertijd een modern opgezet complex, opgetrokken in een neoclassicistische stijl. Zo waren er slaapzalen voor niet meer dan 25 manschappen, bevatte het complex een gymnastiekzaal, een schoollokaal, waslokaal en was er een systeem ontwikkeld, waarbij gefilterd regenwater werd gebruikt om te wassen. De gebouwen waren gesitueerd rondom een middenplein, de uitgang was aan de Klarendalseweg. Dat plein is door het afbreken van de voorste gebouwen nu zichtbaar vanaf de Klarendalseweg.
De kazerne werd vernoemd naar de vestingbouwdeskundige en artillerie-generaal Menno van Coehoorn. In de Menno van Coehoornkazerne waren onder andere de infanterie regimenten gelegerd die in de Tweede Wereldoorlog op de Grebbeberg hebben gevochten. Na de Tweede Wereldoorlog ging het snel bergafwaarts met de militaire functie van de kazerne. In 1967 werd het complex overgedragen aan de gemeente Arnhem. Het monumentale hoofdgebouw bestaat nog steeds. Op een deel van het terrein van de Menno van Coehoornkazerne is in 2000 een nieuwbouwproject met 64 woningen gerealiseerd.
Sinds 2014 biedt het hoofdgebouw onderdak aan het Huis van Puck, centrum voor amateurtheater. In het kleine theater in het gebouw zijn meer dan honderd voorstellingen per jaar. In de zalen repeteren vele tientallen amateurgezelschappen. De andere huurder is het ROC RijnIJssel. Hier studeren jongeren, onder andere aan de musicalacademie. In de nieuwbouw huist het Multi Functioneel Centrum Klarendal, dat met een mooi ingerichte openbare ruimte onderdak biedt aan een basisschool, kinderopvang, buitenschoolse opvang, consultatiebureau, Centrum voor Jeugd en Gezin, WMO-loket, wijkwinkel en sportschool. Er zijn overigens nog meer historische sporen van de militaire aanwezigheid terug te vinden in Klarendal.
Midden op de Klarendalseweg, naast het winkelcentrum, staat het gebouw waar de militaire bakkerij in was gevestigd (foto links), en in de Vogelwijk op de Lindenheuvel is het oude militaire hospitaal omgebouwd tot een woongebouw met acht appartementen (foto rechts).
U volgt de Klarendalseweg heuvelop. Na de kazerne ziet u links de iets hoger gelegen woningen aan de Garnizoenstraat en Kazernestraat. Deze woningen zijn relatief recent, ze stammen uit 2000. Vroeger was dit allemaal kazerneterrein, vandaar de naamgeving van de straten. U volgt de Klarendalseweg die flauw naar links buigt omhoog, passeert de Kazernestraat en slaat bij de 2e Mussenstraat linksaf. De woningen aan uw linkerhand zijn inmiddels monumentaal en de eerste Arnhemse vruchten van de Woningwet uit 1901. U loopt nu naar het pleintje, het hart van de Mussenberg.
11 Mussenbuurt, 155 woningen - 1910

De behoefte aan nieuwe woningen in Arnhem was aan het einde van de 19e eeuw groot. Het ontbrak echter aan initiatieven van particulieren of gemeente. De Woningwet van 1901 moest daar verandering in brengen. Een aantal gemeenteraadslieden nam de handschoen op en richtte in 1908 de vereniging 'Volkshuisvesting' op als afsplitsing van de al functionerende woningbouwvereniging Openbaar Belang (die weinig brood zag in de nieuwe Woningwet uit 1901). Zij wilden optimaal profiteren van de mogelijkheden van de nieuwe wet. De nauwe band met de gemeente maakte dat er snel grond aan de rand van de stad beschikbaar kwam en in 1910 werden op de Mussenberg 155 woningen opgeleverd. Het waren de eerste woningwetwoningen in Arnhem.
De Mussenbuurt, ontworpen door de architecten Herman de Roos (1875-1942) en Willem Overeijnder (1875-1941), vormde – zij het op beperkte schaal - het eerste Arnhemse tuindorp aan de toenmalige rand van de stad. Het stratenplan werd ontworpen door ir. W.F.C. Schaap, directeur van gemeentewerken in Arnhem. Tuindorpen waren begin 20ste eeuw populair, omdat zij door ruimte, groen en licht konden ontsnappen aan de benauwde, duistere sfeer zoals die zich in de 19e eeuw meester had gemaakt van de volkswijken in de grote steden. Tuindorpen moesten daar een eind aan maken; zij zouden de landelijke sfeer naar de stad brengen.
De woningen waren geliefd, ondanks de redelijk stevige huren die varieerden van 2 tot 3,10 gulden per week. Maar het waren wel de geschoolde arbeiders die hier neerstreken. Vanwege de rode dakpannen kreeg de buurt al gauw de bijnaam het 'Rode dorp'. Als een van de eerste woningwetcomplexen in Nederland werd er in de vakpers veel over de Mussenbuurt geschreven. In 1912 werd de wijk opgenomen in een rijtoer van koningin Wilhelmina. De Mussenwijk staan nog steeds onder het beheer van woningcorporatie Volkshuisvesting en de woningen prijken op de rijksmonumentenlijst. De woningen zijn zeer gewild, Volkshuisvesting is echter niet van zin deze authentieke sociale huurwoningen te verkopen.
Vanuit de 2e Mussenstraat loopt u het pleintje rond. In het plantsoen staan twee grote beelden, met de rug naar elkaar toe, die de rust op het plein lijken te bewaken. De naam van deze drie meter hoge stenen stel luidt: De Stylieten. Ze zijn in 1993 gemaakt door de Arnhemse beeldend kunstenaar Jeroen Melkert. U loopt nu de Mussenbuurt uit via de 1e Mussenstraat naar de Kazernestraat. Daar gaat u rechtsaf. Misschien is het goed dat u het verschil tussen de huizen links aan de Kazernestraat (uit 2000) en rechts van de Kazernestraat (uit 1911) op uw in laat werken.
U loopt de Kazernestraat uit, richting Vijverlaan, schuin voor u links ziet u een laag rond karakteristiek rond hoekgebouw, ooit ontworpen als kantoor. Daar begint de Vogelwijk, het tweede tuindorpachtige sociale woningbouwcomplex van Klarendal, gebouwd tussen 1918 en 1920. U steekt nu schuin de Vijverlaan over, en gaat meteen de Zwaluwstraat in.
12 Vogelwijk, 237 woningen - 1920

De Vogelwijk is door de architect Jo(seph) Limburg ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School. De Haagse architect stond sterk onder invloed van Berlage en zijn woningen in de Vogelwijk gelden, evenals de woningen in de Mussenbuurt, als karakteristieke voorbeelden van fraai vormgegeven arbeiderswoningen uit de eerste Woningwet-periode. In drie fasen werden er door de woningbouwvereniging De Volkswoning (opgericht in 1917) tussen 1918 en 1920 in totaal 237 woningen gebouwd. De buitenkant won het daarbij van de binnenkant. Direct na oplevering regende het klachten. Een gemeentelijke commissie kwam tot de conclusie dat de architect te veel op uiterlijke architectonische schoonheid en te weinig op praktische zaken had gelet. De woningen moesten snel worden aangepast, waardoor de huren snel opliepen tot zelfs 6 gulden per week. Sinds 1992 zijn de woningen eigendom van de stichting Volkshuisvesting. Een deel van de woningen is verkocht aan particuliere eigenaren.
U volgt de Zwaluwstraat totdat u na zo'n 100 meter, vlak voordat de Zwaluwstraat naar rechts afbuigt, aan uw linkerhand bij een open plek komt, waar links en rechts speeltoestellen in het groen staan. Hier gaat u linksaf, u steekt in het midden het grasperk over en gaat de trap omhoog die u naar de Leeuwerikstraat brengt. Daar gaat u rechtsaf en volgt de Leeuwerikstraat in de bocht naar links. Drie huizen verder komt u op een kruispunt met links de Valkstraat en rechts een fiets-/voetgangersdoorgang. Daar moet u in, u slaat hier dus rechtsaf.
U komt nu in de Valkstraat, passeert aan de rechterkant de Kievitstraat en loopt en straat helemaal uit. U loopt nu zo ongeveer in het hart van een tuindorp, geniet vooral even van de rust en architectuur. Deze woningen waren bedoeld voor arbeiders, die zo was de gedachte, recht hadden op mooie woningen.
Op het einde van de Valkstraat gaat u linksaf. U bent nu op Onder de linden. Die volgt u tot het eerste kruispunt. Daar gaat u rechtsaf, de Lindenheuvel in. De straat kromt een beetje naar links en komt dan op een soort plein uit waarin in het midden de achterkant van het oude Militaire Hospitaal staat. Dit is inmiddels een woongebouw met acht appartementen. U moet nu opletten, want we verlaten nu de Vogelwijk/Lindenheuvel via een smalle doorgang met een trap die zich tamelijk moeilijk zichtbaar tussen de nummers 41 en 39 bevindt. U daalt via dit pad en de trap af naar de Klaas Katerlaan. U betreedt nu de buurt rondom het Talmaplein, nog voor de Vogelwijk opgeleverd in 1916.
13 Talmaplein, 117 woningen - 1916

De 117 woningen rondom het Talmaplein zijn gebouwd naar een ontwerp van de Arnhemse architect H.J. Tiemens, een leerling van Berlage. Ze zijn ontwikkeld tijdens de Eerste Wereldoorlog, de stijl is net zoals in de Mussenberg, landelijk, met pannendaken en vensters met roedenverdeling. De bouw liep echter erg moeizaam. De in 1914 opgerichte woningstichting Patrimonium wilde om de werkeloosheid te bestrijden, bij wijze van werkgelegenheidsplan, sociale woningbouw bouwen, maar de omstandigheden zaten erg tegen. Schaarste aan materiaal zorgden ervoor dat de kosten de pan uit rezen. Bovendien gaf het rijk voor gestapelde bouw geen subsidie, waardoor er relatief dure laagbouw moest komen. Toen in 1916 met de bouw werd begonnen was er al stevig bezuinigd. Groot waren de woningen dan ook niet, de keuken maakte onderdeel uit van de woonkamer. Het gevolg was wel dat de woningen al in 1919 moesten worden gerenoveerd. Bovendien werd het streven om voor arbeiders goedkope woningen te bouwen niet gehaald. De wekelijkse huur van meer dan drie gulden per week was veel hoger dan geraamd. Ondanks deze slechte start en het sobere karakter is het buurtje, dat inmiddels eigendom is van woningcorporatie Vivare, nog steeds een juweeltje van bouwkunst. Het volkse karakter is hier behouden gebleven. In de zomer zet men de stoelen snel op straat en als er iets is wat de buurt niet zint zijn de poppen snel aan het dansen, zoals Vivare in 2015 merkte toen een plan om zonder overleg veertig bomen te kappen op massaal verzet in de buurt stuitte.
Vanaf de trap slaat u in de Klaas Katerlaan linksaf. De straat komt uit op het Talmaplein, hier houdt u links aan en volgt de straat richting de geasfalteerde weg: Onder de linden. Daar slaat u rechtsaf, steekt schuin over en gaat direct de geboogde onderdoorgang naar de Borgardijnstraat in.
14 Borgardijnstraat | Museumwoning - 1921

De woningen in het blok Borgardijnstraat/Agnietenstraat/Voorbroodstraat/Onder de linden zijn gebouwd tussen 1918 en 1921. De architecten waren Herman de Roos en Willem Overeijnder uit Rotterdam, die tien jaar later ook voor het ontwerp tekenden van de aanpalende Kapelwijk. Om deze straten te bouwen moest er drastisch worden gesmeerd. Voordat er werd gebouwd stonden hier woningen van een, zelfs voor die tijd, belabberde kwaliteit. Publieke dames hadden hier hun 'bedrijfje' gevestigd.
De Borgardijnstraat vormt een soort hof omsloten door een hogere bebouwing, en aan beide uiteinden toegankelijk door een soort kasteelpoort. Het is een bouwwijze die buiten Arnhem vooral bekend is uit de Spaarndammerbuurt in Amsterdam. De buitenring heeft duidelijk een wat stedelijker karakter, binnenin ziet het er een stuk rustiger en dorpser uit. In de poorten treffen we de voordeuren van de woningen boven de poorten. Voor arbeiders waren dit begin jaren twintig luxe woningen, ze waren voorzien van elektriciteit en de toiletten kenden al waterspoeling.
De woningen aan Onder de Linden, die bij dit blok horen, waren zelfs ruim te noemen, zij waren voorzien van kelder, ruim balkon, hadden drie slaapkamers, een keuken, woonkamer en zelfs een voorkamer. Ondanks het feit dat er voor arbeiders werd gebouwd, konden velen onder hen de huur niet opbrengen. Een gemiddelde huurprijs van € 2,16 per week was voor hen niet op te brengen. Het gevolg was dat er in de beginperiode hoofdzakelijk militairen en ambtenaren woonden. Dat Volkshuisvesting zuinig op haar woningen was, blijkt wel uit het feit dat zij regelmatig bij de huurders langskomt om te controleren of de bewoners wel zorgvuldig met het gehuurde omgaan. Mede hierdoor en door goed onderhoud tijdens de bewoning en na een verhuizing werd de verloedering tegengegaan. Het hele complex is tussen 1986 en 1990 gerenoveerd en is onlangs opnieuw in de steigers gezet.
Woningcorporatie Volkshuisvesting heeft samen met bewoners op een aantal plaatsen in Arnhem woningen zoveel mogelijk teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Deze woningen zijn een aantal keren per jaar te bezichtigen. De Borgardijnstraat 3 is een van deze woningen. De woning, die gewoon bewoond is, is door de corporatie en de huurder zoveel mogelijk in een oude staat teruggebracht. In Klarendal zijn nog twee andere woningen ingericht als museumwoning: Vijverlaan 73 en Catharijnestraat 28. Zie voor informatie over de bezoekdagen: www.museumwoningenarnhem.nl
U loopt de Borgardijnstraat door. De uitspringende woningen rechts aan het einde van de straat, nr. 3, is de museumwoning. U gaat de poort onderdoor, en rechtsaf de Agnietenstraat in. Meteen linksaf de Herenstraat in en dan weer meteen rechts de Kapelstraat in.
15 Borgardijnstraat | Museumwoning - 1921

De woningen in de Kapelstraat ogen op het eerste gezicht saai en eenvoudig. Ze stammen uit 1930, een periode van economische crisis, waarin de gouden jaren van de volkshuisvesting voorbij zijn. De overheid heeft de geldkraan dichtgedraaid, de bouw moest soberder en goedkoop in het onderhoud zijn. Toch is er ook aan deze sociale woningbouw de nodige aandacht besteed. Het siermetselwerk boven deuren en ramen doet denken aan het werk van de Hilversumse architect Dudok.
De huurprijs varieerde in de beginjaren van ongeveer f 4,75 (€ 2,15) tot f 7,00 (€ 3,20) per week. Dat was duur, waardoor woningen dan ook lange tijd met dichtgekalkte ramen leeg hebben gestaan. Tenslotte werden medewerkers van corporatie Centrale Woning Stichting (CWS) verplicht in de leegstaande panden te gaan wonen, weigering betekende ontslag. Er woonden dan ook voornamelijk gemeenteambtenaren en administratief personeel, die de hoge huur wel konden betalen.
De woningen in de Kapelstraat maken deel uit van een groter complex, de zogenaamde Kapelwijk. De directeur van Bouw- en woningtoezicht, Schulte Noordhof heeft dit project voor de woningbouwvereniging Volkshuisvesting samen met de Rotterdamse architecten De Roos en Overeijnder
(landelijk bekend door hun samenwerking met Berlage) en Budel van CWS ontworpen. Aan de bouw van de Kapelwijk, gesitueerd rondom de inmiddels afgebroken Klarendalse Kapel ging een grondige sanering vooraf. Voor deze nieuwbouw moesten bijna 200 woningen worden gesloopt. De nieuwbouw omvatte 172 woningen, enkele winkels aan de Klarendalseweg en een 14-tal werk- en bergplaatsen voor kleine ambachtelijke bedrijven. Terwijl langs de Klarendalseweg en de Agnietenstraat en aan het begin van de Kapelstraat stapelbouw werd toegepast (drie woningen boven twee benedenwoningen), verrezen in het middenstuk van de Kapelstraat en aan de Herenstraat laagbouwwoningen.
Halverwege de Kapelstraat ziet u rechts een smalle steeg. Daar gaat u in, volg het trapje naar de Agnietenstraat. Daar gaat u linksaf. Houd rechts als de Agnietenstraat een middenberm krijgt. Ga rechtsaf het kleine parkje in en loop naar Onder de linden. Daar ziet u School III uit 1906, ontworpen door architect Gerrit Versteeg, destijds adjunct-directeur van Gemeentewerken en later een van de architecten van Betondorp in Amsterdam. Tegenwoordig is er een gezondheidscentrum in gevestigd. Deze openbare school was lange tijd een voorbeeld voor scholenbouwers in Nederland.
U loopt nu weer door het parkje terug naar de Agnietenstraat. Ongeveer op deze plek werd in 1909 de eerste demonstratiewedstrijd korfbal georganiseerd door de grondlegger van het korfbal, Nico Broekhuizen. Kort daarna werd de eerste korfbalclub in Nederland opgericht: EKCA (Eerste Korfbal Club Arnhem).
Op de hoek van de Agnietenstraat en de Oogststraat treft u een karakteristiek gebouw aan in een wat oosters ogende stijl. Deze school werd in 1902 gebouwd als (basis)School II door de Dienst Gemeentewerken en is net zoals School III waarschijnlijk ontworpen is door Gerrit Versteeg. Opmerkelijke elementen in het gebouw zijn de oosters aandoende schoorstenen, en de muur, gemaakt van basaltblokken met het karakteristieke smeedijzeren hek en niet te vergeten het tegeltableau met jaartal 1902 boven de oorspronkelijke ingang aan de Agnietenstraat. In het gebouw is nu de islamitische basisschool Ibn-i Sina gevestigd.
U loopt nu de Oogststraat in, richting Klarendalse molen.
16 Korenmolen De Kroon, Klarendalse molen - 1870

In 1849 liet Albertus Burgers een molen met de naam 'De Hoop' bouwen aan de Amsterdamseweg te Arnhem. Daar moest de molen na twintig jaar wijken voor de bouw van een villawijk, waarna Burgers de molen in 1870 verplaatste naar Klarendal, dat toen langzaam maar zeker werd volgebouwd. Vanaf 1885 maalde de molen vooral graan voor de militairen, die met de komst van de in 1885 gebouwde Menno van Coehoornkazerne direct de grootste afnemer werden. Dat duurde tot 1900 toen de kazerne overging op een eigen maalinrichting. Nieuwe eigenaren, de gebroeders Reymers, wisten vanaf 1906 de zaak weer tot bloei te brengen. Zij veranderden de naam in de naam die de molen nog steeds draagt: 'De Kroon'. De crisisjaren dertig brachten de molen aan de rand van een faillissement. Een restauratie in 1936 bracht een opleving, maar door de opkomst van elektrische maalderijen werd het steeds moelijker de molen rendabel te laten draaien. Na de Tweede Wereldoorlog trad het definitieve verval in. De gemeente Arnhem zag zich in 1962 gedwongen om de molen een draaiverbod op te leggen. Het was te gevaarlijk geworden. De molen zou inmiddels – zoals zoveel molens – gesloopt zijn, ware het niet dat de stichting Vrienden van de Gelderse Molen zich vanaf 1964 is gaan beijveren voor het behoud van de klassieke molen in het Gelderse landschap. Het duurde echter tot 1976 voordat voldoende geld bijeen was gebracht om de Klarendalse molen te restaureren. Wat hielp was dat de laatste particuliere eigenaar, J. Oostendorp, de molen voor het symbolische bedrag van één gulden ter beschikking stelde. Daardoor is de molen als historisch monument en als icoon van Klarendal behouden gebleven, waarbij hij meermalen is gerestaureerd. Sinds 2011 is de woningcorporatie Volkshuisvesting de eigenaar, waarbij beheer van de molen is overgedragen aan een groep actieve vrijwilligers. Op zaterdagochtenden (tot 13.00 uur), kan de molen bezichtigd worden, wordt er een rondleiding gegeven en is de molenwinkel open.
Vanuit de Oogststraat steekt u de Klarendalseweg over waarna u rechtdoor de Catharijnestraat inloopt. Aan uw rechterkant ziet u weer de commissiewoningen uit 1860 (zie 5) die we eerder in de Paulstraat hebben bewonderd. U gaat rechtdoor en voorbij de Johannastraat ziet u twee complexen lage woningen, elk met een poort middenin, waar we eerder in de wandeling al even een glimp van hebben opgevangen.
17 St Petershofjes, Catharijnestraat, 36 woningen - 1866

Deze twee hofjes aan de Catharijnestraat werden gebouwd in 1866 als twee U-vormige blokken. Opdrachtgever was de liefdadigheidsinstelling "Sint Peters Gasthuizen". In de vorige eeuwen werden er door het St. Peters Gasthuis vele huizen voor de allerarmsten gebouwd. In totaal werden er 36 woningen gebouwd in 2 blokken met een gemeenschappelijke tuin. In beide hofjes woonden aanvankelijk vooral ouderen, meestal weduwen, maar later zijn er ook arbeiders ondergebracht. De huisjes zijn heel sober, maar verraden toch hier en daar de liefde voor het bouwvak, zoals in de manier waarop door verspringingen het hoogte verschil wordt opgevangen. Ze werden ontworpen door H.C. Berends, timmerman-bestuurslid van de liefdadigheidsvereniging. De woningen, die in 1983 ingrijpend zijn verbeterd, zijn een aantal malen bedreigd met sloop, omdat zij niet meer zouden voldoen aan de moderne eisen van de tijd. Ze zijn echter behouden gebleven, sindsdien meermalen gerestaureerd en zeer geliefd.
U daalt de Catharijnestraat verder af, passeert de Rappardstraat aan uw linkerhand, en komt dan uit op de Roosendaalseweg. Als u daar even naar links loopt ziet u het neoklassieke verenigingsgebouw van de Rooms-katholieke Werkliedenvereniging St Joseph uit 1896, dat na de Tweede Wereldoorlog in handen kwam van de Katholieke Arbeiders Beweging, en sindsdien staat het pand bekend als KAB-gebouw. Sinds 2001 huist het Posttheater in het gebouw.
U loopt weer terug, passeert het kruispunt Roosendaalseweg/Catharijnestraat en gaat dan rechtsaf de Sonsbeeksingel in. U passeert de Paulstraat en in het daarop volgende blok loopt u op nr. 145-147 langs het Kinder Tehuis, dat gebouwd is in 1905, en waar tot in de jaren zestig kinderen werden opgevangen. In 2011 is het pand verbouwd tot vier appartementen. Iets verderop, op nr. 151 was na de Tweede Wereldoorlog het rooms-katholieke kinderhuis Imelda gevestigd. De schrijver (IK) Jan Cremer zat als 7-jarig jochie vlak na de oorlog in 1947 dit kindertehuis.
U loopt de Sonsbeeksingel verder af. De wandeling eindig op een klein pleintje, het Elly Lamakerplantsoen, waar u bij café Caspar, links naast en onder modehotel Modez de wandeling kunt afsluiten met een drankje.
18 Modehotel Modez - 2012

In augustus 2012 opende in Klarendal Hotel Modez. De naam is een samenstelling van mode, design en ArtEZ, de hogeschool voor de kunsten in Arnhem. Het hotel is de kers op de taart van het ontwikkeling van Klarendal tot modekwartier, een proces dat op initiatief van woningcorporatie Volkshuisvesting in 2005 en met de opening van het mode design hotel een voorlopig hoogtepunt kreeg. Het hotel is ontworpen door het Arnhemse architectenbureau NEXIT. Studio Piet Paris schreef het interieurconcept,
ontwierp het logo en is verantwoordelijk voor de art direction. Voor de inrichting van de 20 kamers heeft Paris een aantal Nederlandse modeontwerpers gevraagd, waarvan verreweg de meesten studeerden aan de Arnhemse modeacademie en deels nog een atelier in de stad hebben. Het project Modekwartier Klarendal is de afgelopen jaren overladen met prijzen. De aanpak van stedelijke vernieuwing geldt als een 'unicum in Nederland', omdat er als een van de eerste gebieden in Nederland gekozen is voor een 'organisch vernieuwingstempo'.

Verantwoording
Voor de beschrijving van deze wandeling is geput uit het boek van J. Vredeling, Klarendal en het Luthers Hofje. Arnhems eerste volkswijk, Arnhemse Monumentenreeks, nr. 24. 2010. Daarnaast is dankbaar gebruik gemaakt van de zeer rijke website over de geschiedenis van Klarendal: www.oud-klarendal.nl. Alle zwartwit foto's zijn afkomstig van deze site. Op deze site staan ook twee oudere Klarendal-wandelingen (geschreven door Hans te Boekhorst), die behulpzaam zijn geweest bij de samenstelling van deze modernere versie. Verder is gebruikt gemaakt van mooie studies van Wim Lavooij, Twee eeuwen bouwen aan Arnhem (De Walburg Pers, 1990) en Arnhem in beweging. Architectuur en stedenbouw vanaf 1980 (uitgeverij Boekschap, 2014), met veel achtergrondinformatie over Klarendal. Zonder al dit voorwerk was deze wandeling er nooit gekomen. Met deze wandeling door de geschiedenis van de volkshuisvesting is dit mooie materiaal opnieuw tot leven gewekt.

