Canon Sociaal Werk
NL | EN

Canon Sociaal werk

Jan Nieuwenhuijzen

Jan Nieuwenhuijzen

Martinus Nieuwenhuijzen, zoon van Jan, was arts en mede-oprichter van ’t Nut.

Martinus Nieuwenhuijzen, zoon van Jan, was arts en mede-oprichter van ’t Nut.

Het Nut was actief om de onderwijsmethodes te vernieuwen. Martinus geeft les met een plaatje erbij.

Het Nut was actief om de onderwijsmethodes te vernieuwen. Martinus geeft les met een plaatje erbij.

Naambord van het genootschap.

Naambord van het genootschap.

De eerste Algemene Vergadering in 1790. Het onderschrift van deze prent luidt: ”Vergadering van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, gehouden in de Lutersche Oude Kerk, den 10 Aug. 1790”.

De eerste Algemene Vergadering in 1790. Het onderschrift van deze prent luidt: ”Vergadering van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, gehouden in de Lutersche Oude Kerk, den 10 Aug. 1790”.

Zinnebeeld maatschappij tot het nut van `t algemeen

Zinnebeeld maatschappij tot het nut van `t algemeen

Eerste Algemene Vergadering van `t Nut in 1790 in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam

Eerste Algemene Vergadering van `t Nut in 1790 in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam

Het gebouw van `t Nut in Rotterdam, architect Metzelaar, litho 1862

Het gebouw van `t Nut in Rotterdam, architect Metzelaar, litho 1862

Een door het Nut uitgegeven schoolprent over de bouw van huizen

Een door het Nut uitgegeven schoolprent over de bouw van huizen

Jan Frans Willems, de stichter van het Willemfonds

Jan Frans Willems, de stichter van het Willemfonds

Maatschappij tot Nut van `t Algemeen bestaat in 2009 225 jaar

Maatschappij tot Nut van `t Algemeen bestaat in 2009 225 jaar

Logo willemfonds

Logo willemfonds

Verwante vensters

1784 – Maatschappij tot Nut van `t Algemeen

De noodzaak van volksontwikkeling


In de Nederlandse republiek was eind achttiende eeuw een beweging op gang gekomen die sterk geloofde dat maatschappelijke kwalen genezen konden worden door een betere opvoeding en goed onderwijs voor de hele bevolking. Tegelijkertijd werd er – onder meer door de patriotten – steeds luider geroepen om politieke veranderingen. Tegen dat decor lanceerde een doopsgezind predikant te Monnickendam, Jan Nieuwenhuijzen, het initiatief om te komen tot een genootschap voor volksontwikkeling. Het doel was om mensen die daartoe zelf niet de mogelijkheid hadden, te helpen om kennis te verwerven door hen te voorzien van (school)boeken. De vereniging werd op 16 november 1784 in de doopsgezinde pastorie te Edam opgericht en kreeg als naam mee: Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.
De Maatschappij vond snel weerklank en in heel het land werden tientallen ‘departementen’ van ‘t Nut opgericht. Later volgde de oprichting van departementen in Zuid-Nederland en Vlaanderen. De educatieve taken van het Nut werden na de onafhankelijkheid van België in Vlaanderen opgepakt en voortgezet door het in 1851 opgerichte Willemsfonds, thans gevestigd te Gent.

De Nutsdepartementen zetten zich in voor het stichten van kleuteronderwijs en lagere scholen, het uitgeven van (eenvoudige) schoolboeken en de oprichting van onderwijzersopleidingen (kweekscholen) en andere vormen van beroepsonderwijs. Daarnaast werden vele educatieve en andere voor de samenleving nuttige initiatieven genomen, zoals het stichten van bibliotheken, spaarbanken en verzekeringen, evenals initiatieven op het terrein van de maatschappelijke zorg (reclassering bijvoorbeeld) en het geven van cursussen op velerlei terrein. In de tweede helft van de negentiende eeuw stimuleerde ’t Nut ook de eerste coöperatieve initiatieven op het terrein van de volkshuisvesting. Veel leden van ’t Nut waren persoonlijk begaan met het lot van de armen. Eén van de vroege voormannen, Willem Hendrik Suringar, nam in 1823 het initiatief voor het Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen en stelde in 1842 voor een patronaat in te voeren, waarbij elke welgestelde burger de verantwoordelijkheid zou nemen over een arme medeburger. In 1857 werd daartoe de handleiding voor het patronaat over armen gepubliceerd. Dat idee lijkt verrassend veel op het voorstel tot mentoraat dat in 2006 bovenaan de Sociale Agenda van de Volkskrant prijkte en op de maatjesprojecten die op verschillende sociale gebieden gaance zijn.

’t Nut stond als vereniging van vrijwilligers aan de wieg van talloze publieke en sociale voorzieningen (bijvoorbeeld basisscholen, bibliotheken, spaarbanken, reclassering, maatschappelijk werk) in een periode dat de nationale staat nog maar een beperkte greep had op het maatschappelijk leven. De gelden van ’t Nut werden bijeengebracht door giften van de leden die doorgaans tot de plaatselijke notabelen behoorden. Mede door de opkomst van christelijke en socialistische bewegingen zijn in de loop van de negentiende en twintigste eeuw veel door ‘t Nut genomen initiatieven door de overheid en andere publiek gefinancierde organisaties voortgezet. Daarmee verdween ’t Nut als de grote motor achter de verheffing van het volk naar de achtergrond.

Maar de Maatschappij bestaat nog steeds. Zo kent Nederland een vijftigtal Nutbasisscholen, die zich kenmerken door een onafhankelijke opstelling ten opzichte van religieuze of andere levensbeschouwelijke stromingen. De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen telt ook nog een kleine honderd plaatselijke departementen met in totaal ruim 10.000 leden. Tot 2012 initieerde de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen zelf activiteiten en projecten. Daarna is er, in plaats van zelf activiteiten te initiëren en te organiseren, een fonds ingesteld, kortweg het NUT-fonds. Dit fonds moet activiteiten en projecten mogelijk maken die in het teken staan van de (oorspronkelijke) doelstelling van ’t Nut tot het Algemeen. In moderne termen is dat: ’het bevorderen van deelname van alle burgers aan het maatschappelijk leven’.

Publicatiedatum: 01-05-2008
Datum laatste wijziging: 29-10-2018

Auteur(s): Jos van der Lans


Verwante vensters

Verder studeren

Literatuur

  • Helsloot, P.N. (1993), Martinus Nieuwenhuyzen 1759-1793. Pionier van onderwijs en volksontwikkeling. Amsterdam: De Bataafsche Leeuw.
  • Mijnhardt, W.W. en A.J. Wichers (1984), Om het Algemeen Volksgeluk. Twee eeuwen particulier initiatief 1784-1984. Gedenkboek ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.
  • Waaldijk, Berteke, Jaap van der Stel en Geert van der Laan (red.) (1999), Honderd jaar sociale arbeid. Portretten en praktijken uit de geschiedenis van het maatschappelijk werk. Assen: Van Gorcum.
  • van Beek, K. & Zonderop, Y. (Eds.) (2006), 30 plannen voor een beter nederland, de sociale agenda. Amsterdam: Meulenhof.

Aanvullend materiaal

Links

Studieopdrachten

Klik hier om de studieopdrachten te bekijken

Video

YouTube, 14 juli 2022 | Sociaal werker is een enorm veelzijdig beroep. Het vak wordt uitgevoerd in veel verschillende contexten. Van jong tot oud, individueel of met groepen, complexe of relatief simpele problematiek. Dat is niet zomaar ontstaan. Sterker nog, de basis kunnen we terugbrengen tot meer dan 1000 jaar geleden. In deze video vertelt een docent van Social Work aan De Haagse Hogeschool je meer over de geschiedenis van social work.