Canon cliëntenbeweging GGz
Wegloophuizen betekenden: ontsnappen aan de psychiatrie.
De eerste Initiatiefnemers van wegloophizen voelden zich geïnspireerd door de Amerikaanse Judi Chamberlain, met haar boek: On our own: Patient-Controlled Alternatives to the Mental Health System 1978.
Judi Chamberlin (1944 – 2010) was een Amerikaanse activiste, voorvrouw, organisator en publieke ambassadeur van cliënten beweging in Amerika.
Wegloophuizen waren een radicale invulling van het motto ’Baas in eigen brein’.
Het Wegloophuis Utrecht is het enige Wegloophuis dat nog bestaat, de rest is opgenomen in de reguliere (RIBW-)zorg.
Ywee jonge vrouwen in wegloophuis Nijmegen in 1994.
1979 Wegloophuizen
Weg van de psychiatrie
Het initiatief tot een wegloophuis in Haarlem is in 1979 genomen door een samenwerkingsverband van een aantal actieve vrijwilligers van Release Haarlem (met als voortrekkers Tobi Vroegh en Joyce Hoogland) en de projectgroep ’politiserende hulpverlening’ van het Instituut van de Wetenschap der Andragogie (IWA) (met ondermeer te Amsterdan. Het wegloophuis vormt een uitwerking van een door Release Haarlem ontwikkeld concept van een begeleid huisvestingsprojekt voor mensen die overal tussen de wal en het schip vallen. Het zogenaamde ’restgroepenhuis’ is nooit van de grond gekomen. Wel werd in een diskussie over de praktijkervaringen van de ‘demokratiese psychiatrie’ in Italië besloten het project toe te spitsen op de situatie van weglopers uit de psychiatrische inrichting.
Weglopers uit de psychiatriese inrichting worden door de gevestigde hulpverlening beschouwd als patiënten, die zich aan een behandeling onttrekken. Zij zouden onhandelbaar en niet gemotiveerd zijn voor vrijwillige vormen van hulpverlening. De ervaringen daarentegen van Release Haarlem waren dat zij wel degelijk - ook in een crisissituatie van het weglopen - aanspreekbaar zijn en vaak heel goed weten welke vorm van hulpverlening ze wèl en niet willen.
Er was in Haarlem een groot gebrek aan opvangmogelijkheden voor deze groep mensen, die om welke reden dan ook, ’vroegtijdig’, ’met strafontslag!’ of ’tegen het advies van de behandelaars in’ de inrichting verlaat. Daarom besloten Release Haarlem èn de projectgroep van het IWA een wegloophuis op te zetten. Er werd een breed platform opgericht om het idee van een wegloophuis verder gestalte te geven. Naast de initiatiefneemsters waren in het platform o.a. vertegenwoordigd: Pandora en de Amsterdamse afdeling van de Cliëntenbond.
Na meer dan 1,5 jaar van onderhandelen met de gemeente Haarlem was er nog steeds geen uitzicht op subsidie of andere vorm van steun, bijvoorbeeld een pand tegen een redelijke verbruikersvergoeding. Volgens de gemeente Haarlem was er ook geen slooppand beschikbaar. Samen met de kraakgroep Haarlem gingen we toen zelf op zoek naar een slooppand, om alvast een begin te maken met de noodzakelijke opvang van weglopers. Uiteindelijk vonden we een leegstaand pand van de gemeente, dat als voorlopig onderkomen van het wegloophuis zou kunnen dienen. Ze besloten het pand te kraken, hoewel het zeker niet een ideale behuizing betrof. Met de hulp van de Haarlemse kraakbeweging en een inzamelingsaktie onder de lezers van de Gekkenkrant en het Cliëntenbond Bulletin opende het Wegloophuis Haarlem op 17 maart 1980 de deuren.
Het wegloophuis Haarlem is een huis in een arbeidersbuurt, waar mensen die pas uit een psychiatriese inrichting zijn weggelopen of uit een inrichting zijn weggestuurd met strafontslag, tijdelijk terecht kunnen. Ze kunnen er tot rust komen en werken aan een perspektief na het wegloophuis. De bewoners runnen het huis met elkaar. De bewoners betalen zelf voor hun eigen levensonderhoud. Ieder levert tevens een bijdrage in de kosten van het huis. Een deel van de dag zijn er vrijwilligers aanwezig, die de bewoners met raad en daad terzijde staan. De uisvergadering beslist over de dagelijkse gang van zaken in het wegloophuis. Deze vergaderingen vinden één maal per week plaats. Bewoners en vrijwilligers nemen hieraan deel.
Haarlem was de eerste, in de jaren daarna volgden wegloophuis-initiatieven in Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen, Groningen, Utrecht, ’s Hertogenbosch en Arnhem wegloophuizen. ’Mensen met psychiatrische problemen worden hier als autonome, gelijkwaardige personen benaderd, niet als een bundeltje symptomen’, stond in 2008 nog te lezen op de (nu verdwenen) website van Stichting de Nuts in Nijmegen, dat in 2002 opging in RIBW Nijmegen en Rivierenland.
In 1987 hielp Wilma Boevink het Zelfstandig Wonenproject (ZWOP) van de grond komen. Het initiatief daarvoor kwam uit het (in 2015 enige nog bestaande) Wegloophuis Utrecht. Als bestuurder lag ze later wakker van de onverantwoorde wijze waarop onervaren stagiairs en overbezette vrijwilligers de cliënten begeleidden. ’Iemand met een patiëntcarrière was hulpverlener geworden en alle grenzen overgegaan bij een aantal van zijn vrouwelijke cliënten. Vanuit die ervaring ben ik heel kritisch geworden op ervaringsdeskundigheid’, vertelt het boegbeeld van de herstelbeweging in 2008.
Aparte vrouwenwegloophuizen waren al opgezet in 1982, in Nijmegen (Hysterica) en Amsterdam ((De Helse Hex). ’Vrijplaatsen waar de werkelijkheid van vrouwen intact wordt gelaten’, aldus Renate Dorrestein in een Keefmanlezing uit die tijd. De invloed van de vrouwenbeweging op de psychiatrische tegenbeweging werd in 1983 duidelijk zichtbaar tijdens het congres Psychiatrie in werkelijkheid, waar de vrouwenhulpverlening prominent op de agenda stond.
In Tijdschrift Deviant (nr 42, 2004) verwoordt ’Nona’ (No Name) haar motieven om gebruik te maken van het wegloophuis. ’Vanuit een diepgevoelde maatschappijkritiek en de gevoelde onmogelijkheid die vorm te geven’, raakte zij dakloos. De dakloze oud-arts Saskia Assies maakte begin jaren tachtig van haar huis in Amsterdam een soort inloophuis. ’Zij was cliënt én arts, een heel bijzondere vrouw die zich – nog steeds – bekommert om mensen die dak- en thuisloos zijn’, vertelt ggz-onderzoeker Wouter van de Graaf.
De wegloophuizen met in hun kielzog de inloophuizen en andere vormen van alternatieve hulpverlening waren voorlopers van de vele nieuwe – beschermende – woonvormen die in de jaren tachtig vanuit de instellingspsychiatrie ontstonden en gingen daar later soms in op. Zo liep de cliëntenbeweging vooruit op het credo ’vermaatschappelijking’, dat pas goed begon met het ’Amsterdams Model’. Scheiding van behandeling, huisvesting en werk/arbeid, werden voorwaarden.
Met de wegloophuizen werd de rol van vrijwilligers belangrijk. In de jaren die erop volgden hielpen steeds meer vrijwilligers met eigen ervaring in de psychiatrie hun lotgenoten verder, vanaf de jaren negentig kwam hieruit de herstelbeweging voort, met de ontwikkeling naar ervaringsdekundige hulpverleners. In de verslavingszorg was die zelfhulp al veel eerder ontstaan met de AA-groepen.
Wat de wegloophuizen vooral aantoonden was dat een plek om jezelf te zijn cruciaal is voor herstel. Vanaf 1996 ijverde sociaal-psychiater Detlef Petry voor eigen huisjes voor ’zijn’ bewoners op het terrein van de Maastrichtse ggz-instelling Vijverdal. De prachtige instellingsterreinen werden steeds vaker door de ggz verkocht aan projectontwikkelaars. In een poging dat te voorkomen wordt in 2005 Stichting De Huisjes opgericht, een initiatief van Ypsilon-voorvrouw Ria van der Heijden en oud-voorzitter van Anoiksis, Gijs Francken. In Amsterdam richten (ex-)ggz-cliënten in 2007 de woongroep KAOS op.
Publicatiedatum: 14-08-2015
Datum laatste wijziging: 28-06-2026
Verwante vensters
- 1978 Politiserende hulpverlening
- 1982 Helse Hex & Hysterica
- 1986 Pioniers Begeleid Wonen
- 1995 Wilma Boevink, ervaringsdeskundig onderzoeker
- 1998 Cliëntsturing
Extra
Straatadvocaat
’Vroeger zetten we wegloophuizen op voor mensen die het gesticht wilden ontvluchten, maar gaandeweg is dat omgekeerd’, vertelt Huub Beijers, die in Nijmegen vrijwilliger was bij De Nuts, een begeleid wonenproject van de kraak- en de ’gekken’beweging samen. Door de vermaatschappelijking kwamen vanaf eind jaren tachtig meer psychiatrische patiënten op straat terecht. ’Het werd steeds moeilijker om zorg te krijgen, je kwam er niet meer in’, zag Beijers toen hij later in de jaren negentig in Rotterdam bij het Basisberaad Rijnmond werkte. ’Nu kwam de rechtspositie van mensen met psychische problemen op straat in het gedrang; ik zag het gebeuren.’ Het Basisberaad stelde als eerste een ervaringsdeskundige straatadvocaat aan.
Verder studeren
- Olthof, Don (1983), 'Weglopen met wegloophuizen?', in: Marge, jrg 7, nr. 2.
- Hunsche, Petra (2008), De strijdbare patiënt. Van gekkenbeweging tot cliëntenbewustzijn. Portretten 1970-2000. Haarlem: Het Dolhuys.
- Arend Jan Heerma van Voss (1978), 'De geschiedenis van de gekkenbeweging. Belangenbehartiging en beeldvorming voor en door psychiatrische patiënten (1965-1978)' , in: Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv), 33e jrg., nr. 6, juni, pp. 398-428.
- Stichting Wegloophuis Utrecht (2005), Te gek om vast te zitten Geschiedenis in vogelvlucht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Wegloophuis Utrecht.
- Gemma Blok (2004), Baas in eigen brein. ‘Antipsychiatrie’ in Nederland, 1965-1985. Amsterdam: uitgeverij Nieuwezijds. [Proefschrift]
Literatuur
- Nona (2004), 'Wegloophuizen', in: Deviant, nr. 42, september, p. 40.
- Koen-Machiel van de Wetering (2007), Te gek om vast te zitten. 25 jaar wegloophuis Utrecht. Stichting Wegloophuis Utrecht, ISBN 9090223964
Aanvullend materiaal
- Redactie Gekkenkrant (1979), 'Een wegloophuis', in: Gekkenkrant, 6e jrg, nr. 35, augustus '79, p. 16. Eerste aankondiging voor een wegloophuis in Haarlem.
- Poel, Egbert van der, en Joke Haafkens (1980), Dossier 'Democratische psychiatrie', artikelen in de tijdschriften Marge en Psychologie en Maatschappij.
- Ed Kanters, Marij Bosdriesz, Kees Kruithof, Jeannine van Looy, Jadranka Ötrbac, Niek de Vlieger, e.a (1982), MACHTSWERKINGEN IN DE PRAKTIJK VAN HET WEGLOOPHUIS HAARLEM. Verslag van projektgroep ’politiserende hulpverlening’, Amsterdam: Instituut voor de Wetenschap der Andragogie (IWA).
Links
