Canon Sociaal Werk
NL | EN

Canon migratie en integratie

Viering van de onafhankelijkheid van Suriname in Paramaribo op 25 november 1975. Foto: WCACN

Viering van de onafhankelijkheid van Suriname in Paramaribo op 25 november 1975. Foto: WCACN

1975 - Premier Arron en oppositieleider Lach,mon presenteren de nieuwe Surinaamse vlag

1975 - Premier Arron en oppositieleider Lach,mon presenteren de nieuwe Surinaamse vlag

Plechtigheden in stadion van Paramaribo -  v.l.n.r. premier Henck Arron, prinses Beatrix en president Johan Ferrier

Plechtigheden in stadion van Paramaribo - v.l.n.r. premier Henck Arron, prinses Beatrix en president Johan Ferrier

1975 - Feestvierende Surinamers in Paramaribo

1975 - Feestvierende Surinamers in Paramaribo

Met zoveel mogelijk bezittingen bijeengepakt in dozen en koffers stroomden Surinames de aankomsthal in, waar ze vaak werden verwelkomd door familieleden en kennissen die al eerder naar Nederland waren vertrokken.

Met zoveel mogelijk bezittingen bijeengepakt in dozen en koffers stroomden Surinames de aankomsthal in, waar ze vaak werden verwelkomd door familieleden en kennissen die al eerder naar Nederland waren vertrokken.

De komst van Surinamers naar Nederland leverde veel problemen en acties op. Het betekende ook een impuls voor het categoraal opbouwwerk. Foto: LOSON.

De komst van Surinamers naar Nederland leverde veel problemen en acties op. Het betekende ook een impuls voor het categoraal opbouwwerk. Foto: LOSON.

1980 - demonstratie op het Binnenhof tegen strenger beleid jergens Surinamers.

1980 - demonstratie op het Binnenhof tegen strenger beleid jergens Surinamers.

2025 - In september 2025 opende in Amsterdam het Suriname Museum.

2025 - In september 2025 opende in Amsterdam het Suriname Museum.

1975 Onafhankelijkheid Suriname

40.000 Surinamers komen naar Nederland

In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Tot die tijd waren inwoners van Suriname automatisch Nederlandse staatsburgers, maar na 25 november 1975 dienden ze te kiezen tussen de Surinaamse en de Nederlandse nationaliteit. De vrees dat ze na het uitroepen van de onafhankelijkheid niet meer naar Nederland konden verhuizen, maakte dat veel Surinamers hun woning of kavels verkochten en met hun volledige gezin in het vliegtuig naar Schiphol stapten. Alleen al in 1975 ging het om 40.000 mensen.
   De vluchten vanuit Suriname naar Schiphol zaten vol – er moesten zelfs extra vluchten worden geregeld. Met zoveel mogelijk bezittingen bijeengepakt in dozen en koffers stroomden de migranten de aankomsthal in, waar ze vaak werden verwelkomd door familieleden en kennissen die al eerder naar Nederland waren vertrokken.
   Voor hen was de keuze helder geweest: in de voormalige kolonie heerste grote werkeloosheid en de spanningen tussen de verschillende etnische groeperingen liep op. In het welvarender Nederland hoopten zij een beter en veiliger bestaan op kunnen bouwen.

Gesloten wijken
Dat viel erg tegen. De ‘nieuwe Nederlanders’ kregen te maken met racisme en discriminatie. Vanwege het grote woningtekort werden ze ondergebracht in pensions, waar zij op elkaar gepakt onder beroerde omstandigheden moesten leven. Zo werd het etnische minderheden niet toegestaan zich in bepaalde wijken te vestigen. Al in 1978 publiceerde in Amsterdam de Overleggroep Pensions daarover het Zwartboek Gesloten Wijken. Velen trokken uiteindelijk naar de Amsterdamse Bijlmer, waar veel leegstand was. Ook in het net ontstane Almere en in specifieke wijken in Rotterdam en Den Haag streken grote aantallen Surinaamse migranten neer.
   De toestroom werd in de daaropvolgende jaren alleen maar groter. De periode waarin mensen zich na de onafhankelijkheid nog vrij in Nederland konden vestigen, was opgerekt naar vijf jaar. Toen die termijn bijna verstreek, in 1979-1980, kwam opnieuw een grote volksverhuizing op gang. Rond 1980 woonden ruim 150 duizend Surinamers in Nederland.
   De start voor veel migranten was moeilijk. Veel Surinamers, mét of zonder werkervaring, kwamen terecht in laagbetaalde banen en werden toen eind jaren zeventig een economische crisis uitbrak geconfronteerd met langdurige werkloosheid wat de sfeer in de wijken waar ze waren neergestreken er niet direct beter op maakte.

Drugsproblematiek
Daar kwam de drugsproblematiek nog eens boven op. Deze manifesteerde zich onder een deel van de Surinaamse jeugd, vooral in de Amsterdamse binnenstad en later ook in Hoog Catharijne in Utrecht. De Amsterdamse Zeedijk, die destijds een brandpunt werd van heroïnegebruik, straatcriminaliteit en sekswerk, kreeg in de media het imago van een “no-go area”. In diverse gemeentelijke rapporten en kranten werd gesproken over “Surinaamse jongens die op de Zeedijk ronddolen, werkloos, vaak verslaafd en regelmatig in aanraking komen met politie”. De verslavingsproblematiek hing nauw samen met structurele factoren: werkloosheid, gebrek aan perspectief, gebroken gezinsstructuren en raciale discriminatie. Jongeren uit de tweede migratiegolf, vaak zonder vaste huisvesting, voelden zich afgewezen en zochten een uitweg in straatculturen rond gokken, drugs en informele handel.
   De reactie van de overheid was tweeslachtig: enerzijds repressief (meer politie-inzet), anderzijds preventief via jongerenwerk, welzijnswerk en verslavingszorg. De komst van Surinamers gaf zodoende een krachtige impuls aan het categoraal welzijnswerk, met name sociaalcultureel werk. Via specifieke rijksbijdrageregelingen kwam er een stroom subsidiegeld beschikbaar gericht op ‘allochtone groepen’.

Surinaams welzijnswerk
Dat betekende dat welzijnsinstellingen en maatschappelijke programma’s werden ingericht die zich specifiek richtten op Surinaamse migranten. De Landelijke Stichting Welzijn Surinamers (LSWS) en lokale initiatieven als Welsuria (Amsterdam) of Eekta (Den Haag) konden daardoor maatschappelijk werk, opvoedingsondersteuning, taalcursussen en ontmoetingsplekken aanbieden. De overheid financierde Surinaamse welzijnsorganisaties samen als de Stichting Wi Masanga en later de Stichting JOS (Jeugd op Straat). Hun werk richtte zich op begeleiding, scholing en het tegengaan van heroïneverslaving onder jonge Surinamers, waarbij het motto was “door eigen mensen, met begrip voor de eigen cultuur”. Deze aanpak paste in de bredere visie van het categoraal welzijnswerk, waarin etnisch-culturele herkenning als voorwaarde gold voor effectief sociaal werk. Dat alles paste in het minderhedenbeleid van de jaren ’70 en ’80, dat “integratie met behoud van culturele identiteit” nastreefde. 
   Hoewel het categoraal welzijnswerk veel betekende voor de eerste generaties Surinamers, groeide er in de jaren ’90 kritiek. Beleidsmakers stelden dat de categorale aanpak segregatie in stand hield en dat het tijd werd om “minderhedenbeleid” om te vormen tot “algemeen integratiebeleid”. Veel instellingen gingen toen op in brede welzijnsorganisaties, terwijl sommige – zoals Eekta en Wi Masanga – bleven bestaan als zelfstandige culturele of zorginstellingen.

Affiniteit met de doelgroep
Het categoraal welzijnswerk heeft blijvende invloed gehad op de professionalisering van intercultureel sociaal werk. Het gaf voeding aan de overtuiging dat dit werk het beste gedaan kan worden door iemand die ‘affiniteit’ met de doelgroep heeft. Daarmee voegde het een nieuwe dimensie toe aan de professionaliteit: afkomst en ervaring. Het was ook meer dan hulpverlening: het was een vorm van maatschappelijke erkenning, en een poging bruggen te slaan tussen twee werelden. Ondanks latere kritiek op doelgroepenbeleid legden deze instellingen de basis voor de hedendaagse praktijk van cultureel sensitief werken in het sociaal domein.
   Sinds de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 is de gemeenschap van Surinaamse Nederlanders uitgegroeid tot een stevig verankerd onderdeel van de Nederlandse samenleving. Volgens recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek is de sociaaleconomische achterstand van Surinaamse Nederlanders grotendeels ingelopen; hun opleidingsniveau en arbeidsdeelname benaderen het landelijk gemiddelde. Toch bestaan er nog subtiele verschillen. Vooral jongeren uit de tweede en derde generatie geven aan zich minder thuis te voelen en ervaren soms dat hun culturele achtergrond nog altijd bepalend is voor hoe zij worden gezien en beoordeeld.
   Tegelijkertijd blijft hun geschiedenis — en daarmee hun maatschappelijke positie — verbonden met het koloniale verleden van Nederland. Waar in de jaren zeventig het beleid zich richtte op achterstandsbestrijding via het categoraal welzijnswerk, verschuift de aandacht tegenwoordig naar erkenning en representatie. De roep om bewustwording van de koloniale geschiedenis, slavernij en racisme is in de afgelopen decennia sterk gegroeid.

Koloniale amnesie
Sinds 2020 hebben de Nederlandse regering en diverse gemeenten excuses aangeboden voor het slavernijverleden. Musea en onderwijsinstellingen werken aan structurele inbedding van deze geschiedenis in het curriculum, en herdenkingen zoals Keti Koti hebben een prominente plaats gekregen in het publieke domein. Tentoonstellingen als Slavernij. Tien waargebeurde verhalen in het Rijksmuseum en nieuwe monumenten, zoals de Tree of Life op het Surinameplein in Amsterdam, symboliseren een veranderende houding: van ontkenning naar erkenning.
   Toch is de bewustwording ongelijk verdeeld. Sommige onderzoekers spreken van een “koloniale amnesie”, waarin de morele en economische gevolgen van het slavernijverleden onvoldoende worden doorleefd. Voor veel Surinaamse Nederlanders gaat integratie daarom niet alleen over sociaaleconomische participatie, maar ook over identiteit en rechtvaardigheid. De erkenning van het koloniale verleden is zo verweven geraakt met het streven naar gelijkwaardigheid in het heden. Waar het categoraal welzijnswerk ooit bedoeld was om bruggen te slaan tussen culturen, ligt de uitdaging nu in het bouwen van een samenleving die haar gedeelde geschiedenis werkelijk onder ogen durft te zien.

Publicatiedatum: 23-11-2025
Datum laatste wijziging: 23-11-2025

Auteur(s): Jos van der Lans


Verwante vensters

Literatuur

  • Choenni, C. (2014), Surinamers in Nederland: De ontwikkeling van de Surinaamse gemeenschap 1973–2013. Amsterdam University Press.
  • Gemeente Amsterdam (1983), Rapportage over jeugd en drugsgebruik in de binnenstad.  Gemeentearchief Amsterdam.
  • Amersfoort, J. M. M. van (2011), How the Dutch Government stimulated the Surinamese Exodus of 1975. Universiteit van Amsterdam.
  • Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1979), Etnische minderheden. A: Rapport aan de regering; B: Naar een algemeen etnisch minderhedenbeleid?
  • Sahin Yildirim, Shawintala Banwarie en Louise Dijkmans (2025), 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname 372 p., Srefidensi, Den Haag.
  • CBS (2025), Migratiecijfers, CBS-statistiek van het eerste uur.  

Links

Video



YouTube, 20 november 2025 | Suriname viert 50 jaar onafhankelijkheid. En ter gelegenheid van die onafhankelijkheid publiceerde het blad SamSam in 1975 tekeningen en opstellen van kinderen in Suriname. Hoe dachten zij over hun toekomst in een zelfstandig land? Wat waren hun verwachtingen? Andere Tijden sprak met een aantal van hen, terwijl het Museon-Omniversum in Den Haag een tentoonstelling inricht met de verhalen en de tekeningen, 50 jaar later.


< Vorige venster < Overzicht > Volgende venster >

Bestel nu met korting

Moderne geschiedenis van het sociaal werk

‘Een meeslepend verhaal.’