Canon maatschappelijk werk
Roze is de kleur van de lesbische subcultuur.
Werkgroep Vrouwen binnen het COC, 1980.
Avond voor lesbische vrouwen, Vrouwengezondheidscentrum, 1980.
Groep 7152 werd opgericht in 1971.
Congres voor lesbische vrouwen die in de gezondheidszorg werken, 1983.
Forumdiscussie over aan-/afwezigheid van lesbische vrouwen in de geschiedenis van het COC, 1992.
Cover basisboek over lesbisch-specifieke hulpverlening.
Riek Stienstra was bijna dertig jaar directeur van de Schorerstichting.
Kinderen van lesbische ouders zijn normaal.
Roze ouderenzorg.
Verwante vensters
1980 – Lesbisch-specifieke hulpverlening
Een beetje normaler worden
Lesbisch zijn was tot in de jaren zeventig vooral een eenzaam avontuur. Hulpverlening voor homoseksuelen was vooral gericht op mannen. Seksualiteit tussen vrouwen was voor velen onvoorstelbaar waardoor lesbische vrouwen lange tijd onzichtbaar waren. Ook in de vrouwenbeweging duurde het een kleine tien jaar voordat er ruimte kwam voor lesbische vrouwen.
De in 1967 opgerichte Schorerstichting heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de lesbisch-specifieke hulpverlening. De stichting is vernoemd naar jonkheer Jacob Schorer (1866-1957) die aan het begin van de twintigste eeuw de strafbaarheid van homoseksualiteit aanvocht. De nog steeds bestaande stichting was het eerste consultatiebureau voor homoseksualiteit in Amsterdam. De Schorerstichting verspreidde de emancipatoire visie dat alle therapieën gericht moesten zijn op zelfacceptatie en dat de problemen met homoseksualiteit niet inherent zijn aan homoseksualiteit zelf, maar voortkomen uit de negatieve beelden die hierover in de samenleving ontstaan.
De lesbisch-specifieke hulpverlening heeft haar wortels niet alleen in de homo-specifieke hulpverlening liggen, maar ook in de vrouwenhulpverlening. Bij het ontstaan en ontwikkelen van de vrouwenhulpverlening speelden veel lesbische vrouwen een rol. Zij realiseerden zich al vrij snel dat hun problemen in de bestaande praatgroepen niet ter sprake kwamen. Over seksuele oriëntatie en de invloed daarvan op de leefstijl en persoonlijke geschiedenis werd niet gesproken. Bovendien waren lesbische vrouwen voor hun status en inkomen niet afhankelijk van een man en waren zij veel minder gericht op het krijgen van kinderen.
Het duurde nog tot in de jaren tachtig voordat er specifiek aandacht kwam voor lesbische hulpverlening. In deze periode kwam er in de gehele vrouwenbeweging overigens behoefte aan diversiteit. Niet alleen lesbische, maar bijvoorbeeld ook zwarte vrouwen, herkenden zich niet in het algemene beeld dat van vrouwenlevens werd geschetst. Zij brachten vanaf dat moment steeds vaker het verschil in ervaringen en maatschappelijke positie ter sprake en eisten een eigen plek op. Hierdoor doorbraken vrouwen ook het mannenbolwerk dat de homo-emancipatie beweging vanaf de jaren zestig was geweest. Het gevolg van de behoefte aan diversiteit zorgde soms ook voor pijnlijke confrontaties en afscheid van het gevoel van verbondenheid met alle vrouwen dat voorheen leidend was geweest.
Er ontwikkelde zich een aanbod van lesbisch-specifieke hulpverlening. Naast de bondgenotengroepen bezochten lesbische vrouwen in de jaren tachtig in groten getale weekenden met lesbische thema’s. Ook het hoger onderwijs besteedde aandacht aan lesbische hulpverlening. Hogeschool De Horst startte in 1984 de leergang Vrouw en Welzijn en het opleidingsinstituut Leergangen Vrouwenhulpverlening bood eind jaren tachtig een cursus aan voor lesbische hulpverleensters. Daarnaast vestigden zich in verschillende steden (gezondheids)centra waar therapie en andere hulpverlening aan lesbische vrouwen werd geboden. Bijvoorbeeld Katrijn en Aletta in Utrecht, Balsemien in Den Bosch en Kassandra in Eindhoven.
Lesbisch-specifieke hulpverlening bestaat nog steeds, zij het in veel kleinere vorm en meer op individuele basis dan in de jaren tachtig. Hulpverleners die zich met deze vorm van hulpverlening bezighouden vinden echter dat homoseksualiteit nog steeds niet helemaal is geaccepteerd. Door enkelen is zelfs geconstateerd dat de specifieke aandacht voor lesbische vrouwen is afgenomen en dat zij weer onzichtbaarder worden. Om de acceptatie van lesbische vrouwen te bevorderen is in 2006 de stichting Ondersteboven opgericht. Daarnaast zijn er in Nederland verschillende therapeutes actief die lesbische hulpverlening bieden.
Publicatiedatum: 01-08-2014
Datum laatste wijziging: 20-03-2019
Auteur(s): Suzanne Hautvast
Extra
Riek Stienstra
Riek Stienstra (1942-2007) was voorvechtster van de
emancipatie van
lesbiennes en homo’s in Nederland. Tussen 1974 en 2002
was ze
directeur van de Schorerstichting. Zij zette de eerste
buddyprojecten
voor aidspatiënten op, die een voorbeeld waren voor
andere landen.
Het
’voor en door-principe’ was voor haar een centraal
beginsel van
buddyzorg. Over die dramatische beginperiode van de
epidemie zei
ze:
"Ik ben gefascineerd dat zoveel mannen tot het bittere
einde
moederen
met aidspatiënten." Onder haar leiding ontstond ook een
gedegen
overdrachtstraject van de buddyzorgkennis aan landen in
het Zuiden.
Riek Stienstra richtte het Boekenfonds Schorer op
dat
uitgaven
over lesbisch- en homospecifieke hulpverlening
publiceerde, en ook
boeken over de geschiedenis van homo’s en lesbo’s en
biografische
boeken van vooraanstaande figuren.
Naast haar
directeurschap
bij
Schorer bekleedde ze vele functies bij adviesraden en
andere
organisaties, zoals Mama Cash of het lesbisch tijdschrift
Diva.
Stienstra stond aan de wieg van de Stichting Leerstoelen
Homostudies,
die verantwoordelijk is voor universitaire leerstoelen in
Maastricht
en Amsterdam.
Verder studeren
- Anne Swart (2008), Lesbisch specifieke hulpverlening: ‘Dit is de vrouw met wie ik probeerde te praten’, in: Janneke van Mens-Verhulst, Berteke Waaldijk (red.), Vrouwenhulpverlening 1975-2000. Beweging in en rond de gezondheidszorg. Utrecht: Bohn Stafleu van Loghum,119-134.
- Maarten van der Linde, Janneke van Mens-Verhulst, Josee Rothuizen (2007), Hoe anders mag de ander zijn? Amersfoort, Horstcahier 30 met bijdragen van het symposium op 30 maart 2007 ter gelegenheid van het afscheid van Obertha Holwerda als docent en supervisor van de opleiding Maatschappeijk Werk en Dienstverlening van Hogeschool Utrecht/De Horst.
Literatuur
- Karin A.P. de Bruin en Mike Balkema (red.), (2001), Liever vrouwen. Theorie en praktijk van de lesbisch-specifieke hulpverlening. Amsterdam: Schorer.
- Maaike Meijer e.a. (1979), Lesbisch prachtboek Amsterdam: Feministische Uitgeverij Sara
- Judith Schuyf (1994), Een stilzwijgende samenzwering. Lesbische vrouwen in Nederland, 1920-1970. Amsterdam: Stichting beheer IISG.
- Dixi Hansen, Anja Meulenbelt (red.) (1992), Werken met Liefde. Professioneel commentaar op lesbische hulpverlening. Amsterdam: Schorer.
Aanvullend materiaal
- Anna Blaman (1948), Eenzaam avontuur.
Links
- Brainwash
- Schrorerstichting
- Website van rozehulpverlening.nl
- Website lesbisch.nl. Leven, lijf en liefde.
- Website Stichting Ondersteboven
- RoSa - bibliotheek en documentatiecentrum voor gelijke kansen, feminisme, vrouwenstudies Vlaanderen.
Studieopdrachten
Klik hier om de studieopdrachten te bekijken