Canon reclassering
Het logo zoals CEP dat heeft sinds 2008. In 2013 onderging de organisatie een naamswijziging. De Franse afkorting werd ingeruild voor het Engelse Confederation of European Probation.
Het logo van CEP in 2004.
De Tsjechische Věra Jourová is sinds 1 november 2014 de Europese Commissaris voor Justitie, Consumentenzaken en Gender-gelijkheid
Viviane Reding was Europees Commissaris voor Justitie en Mensenrechten tussen 2010-2014. Door haar toedoen werd er meer aandacht besteed aan de positie van het slachtoffer binnen de reclassering en andere onderdelen va de strafrechtketen.
Professor Marcello Aebi verbonden aan de universiteit van Lausanne is verantwoordelijk voor de SPACE rapporten van de Raad van Europa.
Marc Cerón is sinds 2010 de voorzitter van CEP. Binnen de autonome regering van Catalonië is hij verantwoordelijk voor het beleid mbt alternatieve straffen.
Sue Hall is één van de twee vice-voorzitters van CEP. Zij was lange tijd werkzaam hoofd van de West-Yorkshire Probation Trust in het Verenigd Koninkrijk.
Gerhard Ploeg is één van de twee vice-voorzitters van CEP. Na eerder werkzaam te zijn geweest voor Reclassering Nederland, is hij nu senior adviseur bij de Noorse Reclassering.
Willem van de Brugge is sinds 2013 Secretary General van de CEP. Daarvoor was hij langdurig werkzaam in de verslavingszorg en -reclassering.
De dagelijkse leiding van CEP is in handen van de Secretaris Generaal. Sinds 1981 hebben vijf Nederlanders deze functie bekleed; van 2004 tot 2012 Leo Tigges. Daarvoor was hij o.m. Operationeel Directeur bij Reclassering Nederland.
De Canadese dominee Harry Nigh is de bedenker van COSA. Hier spreekt hij op een conferentie in Barcelona in november 2014.
Professor Rob Canton van de De Montfort Universiteit van Leicester was verantwoordelijk voor de voorbereiding van de Probation Rules van de Raad van Europa.
Professor Ioan Durnescu presenteert het standaardwerk Probation in Europe, waarin reclasseringssystemen in Europa zijn beschreven
De voorkant van het standaardwerk Probation in Europe. Hierin zijn reclasseringssystemen in 32 jurisdicties in Europa beschreven.
De Schotse professor Fergus McNeill is een van de meest vooraanstaande onderzoekers binnen de Desistance theorie.
Professoren Anton van Kalmthout links - Rob Canton midden - en Dirk van Zyl-Smit rechts tijdens een workshop georganiseerd door CEP.
De voorbereiding van een internationale conferentie van CEP.
Een impressie van de driejaarlijkse Algemene Ledenvergadering van CEP, in Londen 2013.
Impressie van het eerste Wereldcongres voor Reclassering dat CEP organiseerde in 2013 in Londen. In 2015 vond het tweede plaats in Los Angeles.
10-12 december 2013 Amersfoort. internationale training medewerkers reclassering en gevangenis in kader van CEP en Europris.
Netwerken voor kennisuitwisseling. Links Peter Wagenmaker de vm verantwoordelijke voor reclassering op het min. van V. en J. Rechts Jesca Beneder beleidsverantwoordelijke voor strafrecht binnen het DG Jusititie vd Europese Commissie.
Interactie tussen deelnemers aan een internationale workshop van CEP.
Draaiboeken doornemen op een Europese conferentie.
1981 CEP Conférence Permanente Européenne de la Probation
Europeanisering van reclassering
A long tradition of sharing ideas about probation practice in Europe (…) has led to a number of similar probation principles, methods and organizations across Europe. At the same time, since penal policy is the upshot of a complex of political, economic , social and cultural factors, interacting in unpredictable ways, there are tendencies towards difference as well.
Rob Canton, Professor Community and Criminal Justice, De Montfort University, Leicester.
Hoewel internationale uitwisseling van gedachten en praktijken binnen de reclassering vanaf het prille begin heeft plaatsgevonden, is van een institutionalisering pas sprake in het begin van de jaren tachtig van de twintigste eeuw. Reclasseringdiensten in vrijwel alle landen van West-Europa kregen destijds te maken met een toenemend aantal buitenlandse ex-gedetineerden. In de hoop dat er in andere landen meer ervaring was met deze specifieke groep waarvan geleerd kon worden, zochten reclasseringdiensten contact met hun collega-organisaties in het buitenland. Het gevolg was een serie Europese conferenties gericht op ervaringsuitwisseling en kennisoverdracht.
In november 1981 besloten reclasseringorganisaties uit veertien West-Europese landen om een Europese koepelorganisatie voor de reclasseringssector op te richten. Deze kreeg de naam Conférence permanente européenne de la probation, afgekort CEP. CEP zou zich toeleggen op het verenigen van de Europese reclasseringssector en het stimuleren van kennisuitwisseling. De Nederlandse Algemene Reclasseringsvereniging bood aan het secretariaat van CEP op zich te nemen. Inmiddels is het secretariaat van CEP verzelfstandigd, maar houdt nog wel steeds kantoor in een van de panden van Reclassering Nederland, in Utrecht.
Vanaf het begin legde CEP zich toe op het verenigen van de Europese reclasseringssector en het stimuleren van kennisuitwisseling. Door dergelijke Europese kennisoverdracht kreeg de reclassering in Nederland onder meer de RISc, een gestandaardiseerd instrument om recidive in te schatten (RISc staat voor Recive Inschattings Schalen), dat geïnspireerd was op het Engelse OASYS (Offender Assesment System). Ook COSA kwam ons land binnen via Engeland. Vanuit Nederland verspreidde COSA zich verder over Vlaanderen, Catalonië, Letland en Bulgarije en wordt naar alle waarschijnlijkheid binnenkort als pilot geïntroduceerd in Ierland en Frankrijk.
In de jaren negentig nam de dynamiek in de ontwikkeling van reclassering in Europa in hoog tempo toe. Enerzijds kwam dit door de politieke en maatschappelijke hervormingen die in diverse Oost-Europese landen volgden op de ineenstorting van het communisme. Veel landen zetten met hulp van internationale instellingen reclasseringssystemen op, soms daartoe aangespoord door lokaal opererende ngo’s. Bij de nieuw opgerichte reclasseringsorganisaties bestond een grote behoefte om kennis over reclassering op te doen in landen met een langere traditie in reclassering. In het eerste decennium van de nieuwe eeuw zag CEP dan ook een sterke toename van leden uit Oost-Europa.
Anderzijds kwam de ontwikkeling van de reclasseringssector in Europa in een stroomversnelling door nieuwe Europese regelgeving. In 1992 nam de Raad van Europa de Probation Rules aan, waarmee een minimumstandaard voor reclassering in Europa werd vastgesteld. Op initiatief van CEP, dat haar taken ondertussen ook met pleitbezorging op Europees niveau had uitgebreid, scherpte de Raad van Europa de Probation Rules aan in 2010. Deze Rules zijn geformuleerd als een aanbeveling en hebben daarom een niet-bindend karakter. Van de Rules gaat echter wel een morele verplichting uit. Zo nam Roemenië de Probation Rules als uitgangspunt voor het formuleren van reclasseringswetgeving als onderdeel van de nieuwe strafrechtwetgeving die is aangenomen in 2014. Een andere recente aanbeveling van de Raad van Europa die direct van toepassing is op de ontwikkeling van reclassering in Europa, is de aanbeveling voor Elektronisch Toezicht, aangenomen in 2014.
Eveneens in 1992 besloot de Raad van Europa comparatieve statistische gegevens te verzamelen met betrekking tot reclasseringsstraffen in Europa. Dit initiatief staat bekend als SPACE II (SPACE staat voor Statistiques Pénales Annuelles du Conseil de l’Europe; SPACE I betreft statistische gegevens met betrekking tot gevangenisstraffen). Door de grote verscheidenheid aan reclasseringsstraffen in Europa is er veel kritiek op de mate waarin de verzamelde data met elkaar vergelijkbaar zijn. Desalniettemin wordt binnen de reclassering de waarde van comparatieve statistische gegevensverzameling voor de ontwikkeling van de reclassering in Europa algemeen erkend.
Dwingende Europese regelgeving kwam van de Europese Unie met het Kaderbesluit voor de overdracht van reclasseringsmaatregelen en alternatieve straffen in 2009. Hiermee werd het mogelijk dat een inwoner van de ene EU-lidstaat die een reclasseringsstraf kreeg opgelegd in een andere EU-lidstaat, de straf kon ondergaan in eigen land. Een vergelijkbaar mechanisme bestaat er voor alternatieven voor voorlopige hechtenis. Beide Kaderbesluiten zijn in Nederland verwerkt in de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS).
Naast deze Kaderbesluiten heeft de EU dwingende regelgeving aangenomen die weliswaar niet direct reclassering behelst, maar daar wel op van invloed is. Een voorbeeld hiervan is de Richtlijn voor de bescherming van slachtoffers van stafbare feiten van 2012, die leidde tot een grotere aandacht voor de positie van slachtoffers binnen de reclassering in Nederland. Naar verwachting zal in de komende jaren Europese regelgeving een steeds belangrijker factor zijn voor de ontwikkeling van het vakgebied reclassering in Nederland. Diverse onderwijsinstellingen spelen hier op in. Zo hebben de Hogeschool Utrecht en Avans Hogeschool in samenwerking met zes Europese universiteiten een Europees curriculum voor Sociaal Werk in een strafrechtomgeving opgezet.
Publicatiedatum: 05-10-2015
Datum laatste wijziging: 21-10-2015
Auteur(s): Koen Goei
Verwante vensters
- 1823 Nederlands Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen
- 1887 Leger des Heils Reclassering
- 1994 Women Against Violence Europe
Extra
Nederlandse gedetineerden in het buitenland
Binnen de reclassering neemt Bureau Buitenland de
'buitenlandse zaken' voor zijn rekening. Sinds de oprichting
in 1975 richt dit onderdeel van Reclassering Nederland zich
namens de drie Nederlandse reclasseringsorganisaties op het
verlenen van hulp aan Nederlanders die vastzitten in het
buitenland. Later kwamen hier nog drie andere taken bij: het
in behandeling nemen van verzoeken tot Europese
strafoverdracht, het helpen ontwikkelen van een
reclasseringssysteem in landen die dit nog niet hebben en
het ondersteunen van de Stichting Reclassering Caribisch
Nederland.
De hulp van Bureau Buitenland begint pas nadat de
gedetineerde hiervoor toestemming heeft gegeven. De
hulpverlening vindt dus plaats op basis van vrijwilligheid
en niet in gedwongen kader. De hulpverlening bestaat in de
eerste plaats uit het verstrekken van informatie aan zowel
de gedetineerde als het 'thuisfront' over justitiële
procedures en alles wat daarbij komt kijken. Ook spoort
Bureau Buitenland de gedetineerde aan zich goed voor te
bereiden op zijn terugkeer naar Nederland.
Bureau Buitenland heeft een uitgebreid netwerk van locale
vrijwilligers die gedetineerden regelmatig bezoeken. In 2013
waren 292 reclasseringsvrijwilligers actief in 56 landen.
Zij bezochten 1.494 gedetineerden en legden 4.661
geregistreerde bezoeken af. Dit systeem is uniek in de
wereld en wordt vaak aangehaald als best practice.
Verder studeren
- Rob Canton (2014), The European Probation Rules, Assessment and Risk. In: EuroVista Probation & Community Justice, Volume 3, nummer 2, blz. 68-80.
- Rob Canton (2010), European Probation Rules: What they are, why they matter. In: EuroVista Probation & Community Justice, Volume 1, nummer 2, blz. 62-71.
- Gerard de Jonge (2010), De nieuwe Europese reclasseringsregels: goed dat ze er zijn, maar weinig relevant voor Nederland. In: Proces 89 (2010) 3, blz. 134-140.
- Leo Tigges (2010), De Europese reclasseringsregels: goed dat ze er zijn voor Europa en Nederland. In: Proces 89 (2010) 6, 408-415.
Literatuur
- A.M. van Kalmthout & I. Durnescu (red.)( (2008), Probation in Europe. Nijmegen: Wolf Legal Publishers.
- I. Durnescu (2015), Probation in Europe.Updates Probation in Europe. Updates 2013-2015 voor sommige jurisdicties. Enkel gepubliceerd op CEP- website.
- Daniel Flore, Stéphanie Bosly, Amandine Hohon and Jacqueline Maggio (red.) (2012), Probation Measures and Alternative Sanctions in the European Union. Cambridge: Intersentia.
- F. Dunkel, J. Grzywa, P. Horsfield, I. Pruin (red.) in coop. with A. Gensing, M. Burman & D.OMahony (2011), Juvenile justice systems in Europe: current situation and reform developments; Volume 1-4. Mönchengladbach Forum Verlag Godesberg. Tweede druk.
- A.M. van Kalmthout, M.M. Knapen, C. Morgenstern (red.) (2009), Pre-trial Detention in the European Union. An Analysis of Minimum Standards in Pre-trial Detention and the Grounds for Regular Review in the Member States of the EU. Nijmegen: Wolf Legal Publishers.
Aanvullend materiaal
- Ben Ritchie, George Barrow, Steve Pitts, Daria Janssen & Neil Lampert (2013), 1st World Congress on Probation, London, 9-10 October 2013. Summary Report.
Links
- Website van CEP
- Bureau Buitenland van Reclassering Nederland dat optreedt namens de 3RO.
- EuroVista Probation & Community Justice, online tijdschrift, verschijnt 3x per jaar
- European Journal of Probation, online wetenschappelijk tijdschrift, verschijnt 3x per jaar.
- Raad van Europa: Probation Rules, aangenomen op 20 januari 2010.
- Criminal Justice Social Work. Verbetering van de Europese opleiding voor reclasseringswerk.
- Overzicht van aanbevelingen van de Raad van Europa op het terrein van gevangenis en reclassering.
- Ontwikkeling van nieuwe regelgeving door Raad van Europa.
- EU Kaderbesluit 2008/947/JBZ Erkenn. vonnissen, proeftijdbeslissingen, overname verantwoordelijkheid
- EU Kaderbesluit 2009/829/JBZ betr. toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis.
- SPACE II: statistische gegevens m.b.t. reclasseringsstraffen in Europa.
- EU Richtlijn 2012 Rechten, ondersteuning en bescherming van slachtoffers van strafbare feiten.
Video
Japan to host the 3rd World Congress on Probation in 2017.