
Adri Duivesteijn (1950 - 2023)
PvdA-politicus, wethouder, pleitbezorger van bewonersinvloed/initiatieven
Als actievoerder en opbouwwerker in de Schilderswijk kwam
Adri Duivesteijn in 1975 voor de PvdA in de gemeenteraad van
Den Haag. Voor de PvdA zou hij actief zijn als raadslid,
wethouder en loco-burgemeester in de Den Haag, lid van de
Tweede Kamer, wethouder en loco-burgemeester in Almere en
tenslotte lid van de Eerste Kamer.
Woonbond
Na zijn tijd als wethouder in Den Haag werd Adri Duivesteijn
in de jaren negentig directeur van het Nederlands
Architectuurinstituut (NAI) te Rotterdam (1989-1994). Hij
combineerde dat met het voorzitterschap van het bestuur van
de Woonbond. Als voorzitter zette hij de - na een
ingewikkelde fusie in 1990 opgerichte - Woonbond op de kaart
bij de landelijke politiek en de voorlopers van de
verhuurderskoepels.
Zeggenschap was, naast betaalbaarheid, het grote thema van
de Woonbond in die eerste jaren. De positie van
onafhankelijke huurdersorganisaties en individuele huurders
was begin jaren negentig nog veel te zwak, vond de Woonbond.
Daarom drong de bond bij de Tweede Kamer aan op een
commissie die hierover voorstellen moest doen.
Arrogantie van de macht ten top
Adri Duivesteijn nam, als voorzitter van de Woonbond, deel
aan deze Commissie huurders-verhuurders in 1992-1993. Hij
keek er met weinig plezier op terug, zo tekende John Cüsters
op in het Woonbondjubileumboek Twintig jaar op de bres voor
huurders. Duivesteijn schrok van ‘de kilheid, hardheid,
bitterheid en agressiviteit’ waarmee de vertegenwoordigers
van de woningcorporaties daar aan tafel zaten, afwijzend
tegenover iedere vorm van een wettelijke regeling voor
betere huurdersparticipatie. Hij zei daarover: ‘Ik was
voorzitter geworden van de Woonbond uit solidariteit met al
die huurdersverenigingen die zich zorgen maken over hun
woning en leefomgeving en zich op die manier engageerden met
de samenleving. De gang van zaken in de commissie huurders-
verhuurders heeft me daarom ook persoonlijk geraakt. Het was
de arrogantie van de macht ten top, de dokter die zich
belangrijker vindt dan de patiënt, een totale minachting van
gewone mensen. Op zo’n moment word ik weer gewoon een
Schilderswijker. Het heeft mijn opstelling ten opzichte van
de woningcorporaties blijvend veranderd.’
Initiatiefwet zeggenschap huurders
Omdat hij in 1994 lid werd van de Tweede Kamer vertrok hij
als voorzitter van de Woonbond. Een van zijn eerste daden
als Kamerlid voor de PvdA was het opstellen van een
initiatiefwet om betere zeggenschap van huurdersorganisaties
te borgen, geïnspireerd op de Wet op de Ondernemingsraden.
Duivesteijns initiatiefvoorstel werd te radicaal bevonden.
Uiteindelijk introduceerde hij een aangepaste initiatiefwet
die in 1998 van kracht werd als de Wet op het overleg
huurders verhuurder, vooral bekend als de Overlegwet.
In 2006 werd Duivesteijn gevraagd om wethouder Ruimtelijke
Ordening en Wonen te worden in Almere en verliet hij de
Kamer. Op Duivesteijns initiatief maakte Almere in
samenwerking met een aantal woningcorporaties, het mogelijk
voor mensen, juist degenen met een minder dikke portemonnee,
om op een eigen kavel een eigen huis te bouwen. ‘In
Oosterwold beleven nu meer dan duizend mensen op vierduizend
vierkante meter een zeldzame vrijheid van wonen. Daar heb ik
een grote mate van tevredenheid over’, zei hij in 2021 tegen
het AD.
Wooncoöperaties
In 2013 zorgde Duivesteijn als lid van de Eerste Kamer voor
een nieuw wapenfeit voor huurders. Hij had als senator een
sleutelpositie omdat het tweede kabinet-Rutte (VVD en PvdA)
geen meerderheid had in de Eerste Kamer. In december 2013
dreigde hij tegen het Woonakkoord te stemmen omdat de
woningcorporaties de verhuurderheffing kregen opgelegd.
Onder grote druk stemde hij in ‘de Nacht van Duivesteijn’
toch voor het woonakkoord om politieke chaos te voorkomen.
Duivesteijn eiste in ruil daarvoor dat de door bewoners
georganiseerde ‘wooncoöperatie’ een plek kreeg in het
woonbestel. In de Woningwet 2015 is daardoor artikel 18A
opgenomen.
Huurders hebben sindsdien recht op tijd en financiële
ondersteuning om te onderzoeken of zij hun huurwoning
gezamenlijk kunnen kopen en het onderhoud en het beheer van
de woningen en woonomgeving gezamenlijk kunnen verzorgen.
Per motie gaf Duivesteijn het kabinet ook de opdracht mee om
serieus werk te maken van een actieprogramma om
wooncoöperaties te stimuleren. Wooncoöperaties komen in
Nederland nog altijd moeizaam van de grond, maar de
belangstelling en het aantal initiatieven is sinds 2015
duidelijk toegenomen.
Duivesteijn maakte zich zijn hele loopbaan sterk voor
burgerinitiatief op het gebied van wonen en een
eigendomsneutraal systeem. Hij vond dat er meer kansen
moesten komen voor burgers om niet langer consument, maar
producent te worden van hun eigen wonen.
Deze biografische schets is grotendeels gebaseerd op een In Memoriam dat op 20 maar 2023 verscheen op de website van de Woonbond.