
Jaap van Vliet (red.)
De recidivist als medeburger.
Jaarlijks keren tussen 30.000 en 40.000 ex-gedetineerden
terug in de lokale samenleving. In een flink aantal gevallen
vallen zij na enige tijd terug in het plegen van strafbare
feiten. Dit leidt, zeker als het gaat om ex-zedendaders en
plegers van gewelddadig gedrag, steeds vaker tot
maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid.
Een belangrijke vraag is dan ook hoe de terugkeer van deze
mensen wordt begeleid. Begeleiding en nazorg zijn immers van
groot belang omdat velen van hen meerdere problemen hebben
die een goede terugkeer in de samenleving in de weg staan:
geen identiteitsbewijs, geen huisvesting, verbroken
relaties, schulden, geen baan, verslaving(en), (geestelijke)
gezondheidsproblemen en een netwerk van ‘verkeerde
vrienden’. Een zeer groot deel van de criminaliteit in
Nederland is herhalingscriminaliteit en wordt dus gepleegd
door recidivisten. Mensen die al eerder in aanraking zijn
geweest met justitie. Bijna de helft van de gedetineerden
wordt binnen één jaar weer veroordeeld en bij een kwart
leidt dat opnieuw tot een gevangenisstraf. Het aantal ex-
gedetineerden in Nederland in de leeftijdsgroep 18-65 jaar
is onlangs becijferd op circa 350.000. Dat komt overeen met
circa 1 op de 25 mannen in die leeftijdsgroep. Niet weinigen
van hen kampen nog steeds met een of meer van de genoemde
problemen.
De centrale stelling van dit boek is dat de recidivist een
medeburger is. En: dat voor een effectief beleid t.a.v. deze
medeburgers nog nauwelijks draagvlak bestaat. Aan deze
stelling werd begin 2015 een congres gewijd. De
congresbijdragen zijn bewerkt en aangevuld met nieuwe
hoofdstukken. Het heeft een belangrijk en informatief boek
opgeleverd. Diverse belangrijke aspecten van deze realiteit
worden verkend.
Een toppertje (voor wie van beleidsgeschiedenis houdt) is
het artikel waarin de weg is geschetst die het ministerie
van V&J én
gemeenten sinds 2000 moesten afleggen om tot het besef te
komen dat zij een cruciale rol spelen in de opvang,
begeleiding en nazorg. In een ander artikel komt de rol van
de burgemeester aan de orde. Hoe belangrijk die rol is
geworden in deze tijd van Facebook en Twitter bleek uit de
commotie rond de vestiging van de ex-zedendader Benno L. in
Haarlem. Het optreden van burgemeester Lenferink was
krachtig en gezaghebbend. In de afgelopen vijf jaar werd
onder het parool:
‘Niet meer slachtoffers’ geëxperimenteerd met de uit Canada
afkomstige methodiek COSA voor ex-zedendelinquenten: Cirkels
van Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid. Over
COSA bevat het boek een verhelderend hoofdstuk. Ook komen
aan de orde:
Morele vragen bij re-integratie, de vergelijking tussen
gevangenisstraf en elektronisch toezicht, het Forensisch-
Psychiatrisch Toezicht op tbs-gestelden, het slachtoffer-
dader-contact en het aanbod van begeleid wonen als overgang
naar zelfstandig wonen. Hoofdstukken over België en
Noorwegen geven een beeld van het buitenland.
Dit informatieve boek verdient een brede lezerskring in de
justitiële en (lokale) overheidssfeer. Een must ook voor
reclasseringsmedewerkers (in opleiding), voor vrijwilligers
in gevangenisbezoek en ander reclasseringswerk, én voor
ambtenaren
in de bijna 400 gemeenten die belast zijn met begeleiding en
nazorg.
Beoordeling redactie: