
Erik Sengers
Paters van de sociale actie
De Abdij van Berne en de sociale kwestie 1895-1940
In de periode 1895-1940 hebben vier paters van de
abdij van Berne bijgedragen aan de verbetering van de
sociale omstandigheden in Nederland en Noord-Brabant in
het bijzonder.
De vier paters werden alle voormannen van de katholieke
sociale actie. Zij reageerden op en raakten betrokken in
wat in die tijd de sociale kwestie
in Nederland genoemd werd. Veel mensen kennen de
activiteiten van Alphons Ariëns in Twente, van Henri
Poels in Limburg en van Johannes Aengenent in Noord-
Holland. Minder algemeen bekend zijn de paters Gerlacus
van den Elsen, Jos Nouwens, Julius van Beurden en Pius
van Aken. Hun denken en activiteiten liggen allereerst
binnen de katholieke organisaties in Noord-Brabant en
zwermen van daaruit door naar organisaties van andere
levensbeschouwelijke kleur. Erik Sengers onderzoekt in
dit boek de vraag hoe een religieuze gemeenschap een
eigen uitleg gaf aan de sociale voormannen en welke rol
zij speelden. Het is een sociale geschiedenis geworden,
die van binnenuit beschreven wordt, vanuit de
levensgeschiedenissen van het grote sociale klavertje
vier.
Sociale klavertje vier
De ‘boerenapostel’ Gerlacus van den Elsen is een begrip
in Noord-Brabant. Met hem waren meer paters van de abdij
van Berne actief in een tijd die gekenmerkt werd door
grote economische, maatschappelijke en politieke
spanningen. Jos Nouwens en Julius van Beurden waren de
grondleggers van de middenstandsbeweging. En Pius van
Aken legde de basis voor de werkgeversorganisaties.
Typerend voor hun werk was dat ze invloedrijke werken en
adviezen schreven en die tegelijk verbonden met
daadkracht. De organisaties en coöperaties die ze
oprichtten verbeterden daadwerkelijk de situatie van
boeren en middenstanders. De werkgevers werden bewogen
zich meer te interesseren voor het lot van hun
werknemers. De sociale ideeën van deze paters over de
ordening van de economie zijn nog steeds voor onze tijd
relevant.
Sociale actie vanuit Berne
De sociale actie vanuit Berne begon eind negentiende eeuw
met Gerlacus van den Elsen, die de boeren mobiliseerde en
uit wiens actie onder andere de Rabobanken voort zouden
komen. Begin twintigste eeuw werd het werk uitgebreid
naar de middenstandsbeweging onder leiding en inspiratie
van Jan Nouwens en zijn opvolger Julius van Beurden.
Ongeveer tegelijkertijd, maar iets later dan Nouwens,
raakte Pius (L.) van Aken betrokken bij de sociale actie
onder werkgevers. Hun actie oversteeg verre het regionale
Brabantse niveau en ze zouden alle vier landelijk en
deels zelfs internationaal een prominente rol gaan spelen
in de aanpak van de sociale problematiek. Daarbij voerden
ze aan de ene kant publicitaire actie, waarmee ze de
kennis van de problematiek verdiepten en de oplossingen
verdedigden en uitwerkten die ze vanuit het katholiek-
sociale gedachtegoed aanboden. Aan de andere kant waren
ze bestuurlijk intensief betrokken bij een veelvoud van
maatschappelijke organisaties, die de bedachte
oplossingen in de praktijk omzetten. Ook werden ze
gevraagd als adviseurs voor andere politieke, economische
en maatschappelijke organisaties. Kortom: vele draden van
het (katholieke) maatschappelijke netwerk kwamen in de
eerste vier decennia van de twintigste eeuw in Berne
bijeen.
Bijzonder en uniek
Eigenlijk is het bijzonder dat een religieuze gemeenschap
die vanuit haar inspiratie betrokken is bij liturgie,
prediking en zielzorg in korte tijd zo’n duidelijk
maatschappelijk profiel wist te ontwikkelen. Uniek is
deze bijdrage door de rol en het profiel van de vier
paters. Want de Abdij van Berne blijft als boventoon bij
liturgie, prediking en zielzorg betrokken.
Erik Sengers zoekt met dit boek een antwoord op de vraag
die de abdijhistoricus Alphons van den Hurk al stelde in
een jubileumuitgave uit 1984: ‘Hoe daar in Berne ineens
zulk een sociaal klavertje vier kon groeien, is eigenlijk
nooit afdoende verklaard’. Sengers maakt eerst een
verkenningstocht rond sociale kwestie, sociologie en
sociale actie binnen de context van de negentiende en
twintigste eeuw, de sociale kwesties die daar speelden,
en de emancipatorische beweging van de katholieken die
leidde tot de opkomst van de katholieke zuil.
Kenmerkend voor de inzet van alle katholieke voormannen
is om de gehele katholieke groep in te spannen en in te
zetten voor de sociale actie. Erik Sengers geeft met name
aandacht aan de combinatie van theorievorming en
publicitaire actie enerzijds en bestuurlijke inzet
anderzijds. Als derde element speelt mee de opleiding van
de paters in de abdij en de plaats van de normatieve
sociologie daarbinnen. Deels hebben de voormannen zelf
sociologie-cursussen gegeven, en zij baseren zich vooral
op enkele Duitstalige (Duitse en Oostenrijkse) en
Italiaanse auteurs.
In het onderzoek is gebruik gemaakt van de archieven van
de abdij van Berne, de persoonlijke publicaties, zijnde
brochures en boekjes van de voormannen, zoals aanwezig in
universiteitsbibliotheken van Amsterdam (twee keer),
Tilburg en Nijmegen en het Instituut voor de Sociale
Geschiedenis te Amsterdam, en meer algemene literatuur,
die ingaat op de periode van het einde negentiende eeuw
en eerste helft twintigste eeuw.
Drie sociografische studies
De vier paters komen aan bod in drie hoofdstukken, die
biografie mengen met de rol die elk gespeeld heeft in
boerenstand, middenstand en werkgevers. Elk hoofdstuk
begint met biografische notities. Vervolgens komen de
kaders van de sociale actie in beeld: wat waren de
problemen voor de doelgroep, hoe kwam men ertoe dat de
actie noodzakelijk was? Daarna leveren de publicaties en
voorgestelde oplossingen kennis, die gemengd met
levensloop notities, ingaat op de bestuurlijke inzet van
de besproken persoon. Ieder hoofdstuk eindigt met een
samenvatting. Het laatste hoofdstuk van het onderzoek vat
samen en typeert de sociale actie van de paters van de
Abdij van Berne in het geheel van de katholieke sociale
actie.
Tot elk goed werk bereid
De Abdij van Berne raakte betrokken bij de sociale
kwestie en de sociale actie deels omdat er vier
getalenteerde mannen present waren, in een periode die
vroeg om daden en antwoorden. De emancipatie van de
katholieken, waarbij congregaties en ordes een rol
speelden in het educatieve en sociale vlak speelt ook
mee. Door met een groep mee te lopen kwamen de sociale
kwesties van andere groepen ook in beeld. En degenen die
zich inzetten, raakten landelijk en internationaal
betrokken. Het typisch Van Berne of typisch Norbertijnse
is lastig aan te geven. Typisch is dat de paters tot elk
goed werk bereid waren, en deze vier namen het goede werk
van de sociale actie op zich.
Hub Crijns
oud-directeur landelijk bureau DISK
Recensie overgenomen uit:
Diakonie & Parochie, jrg. 33, nr. 3, september
2020, p. 40-41.