
Maucice Crul & Frans Leli
Samenleving van minderheden
Leven in superdiversiteit
Nooit eerder in de geschiedenis hebben mensen uit alle hoeken van de aarde zo dicht op elkaar in grote steden geleefd. De meeste steden zijn nu de thuisbasis van mensen die in sommige opzichten heel verschillend van elkaar zijn. Deze ‘superdiversiteit’ verandert onze buurten: de oude meerderheidsgroep is niet langer in de meerderheid en wordt een minderheid tussen andere minderheden. Maar hoe gaan mensen ‘zonder migratieachtergrond’ met deze situatie om?
In deze baanbrekende studie komen Maurice Crul en Frans Lelie tot een aantal verbazingwekkende conclusies: ongeacht of mensen een positieve of negatieve mening hebben over diversiteit en migratie, nemen ze allang deel aan gedeelde praktijken die laten zien hoe je goed kunt samenleven in een ‘superdiverse’ omgeving. Een samenleving van minderheden is een visie voor die nieuwe samenleving, die in de steden al realiteit is, en weldra ook de kleinere steden en dorpen zal bereiken.
Maurice Crul is hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bekleedt de leerstoel Onderwijs en Diversiteit. Hij is gespecialiseerd in kwesties rond integratie en diversiteit van samenlevingen in Europa en Noord-Amerika.
Frans Lelie is fellow aan de afdeling sociologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar werk richt zich op de praktijk van het samenleven in de grote steden.
Amsterdammers zullen moeten wennen aan superdiversiteit, stellen onderzoekers: ‘Er is geen weg terug. Dit is de toekomst’
Of we het nou leuk vinden of niet: de diverse samenleving bestaat, zeker in de grote steden. De meerderheid is een minderheid geworden. VU-wetenschappers Frans Lelie en Maurice Crul roepen mensen op: stop met achteruitdenken.
Marcel Wiegman, Het Parool , Gepubliceerd op 15 december 2025
Frans Lelie, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, durft de stelling wel aan: het politiek bedrijf in Den Haag is volkomen losgeslagen van de realiteit. “Overal waar je komt, op de werkvloer, in ziekenhuizen en op scholen vinden mensen manieren om met verschillen om te gaan, maar als je kijkt naar de onderhandelingen over een nieuw kabinet lijkt het maar om een vraag te draaien: hoe houden we de grenzen dicht?”
Maurice Crul, hoogleraar onderwijs en diversiteit aan de Vrije Universiteit: “De verkiezingen zijn gewonnen door D66 met de slogan: ‘Het kan wél.’ Maar als je dan gaat kijken wat dat betekent op het gebied van integratie en een diverse samenleving blijft er erg weinig van over.”
Vanzelfsprekende dominantie
Lelie en Crul, ook in het dagelijks leven partners, ontwikkelden het Europese onderzoek Becoming a Minority, waarvoor ze duizenden mensen in verschillende landen interviewden. Mensen zonder migratieachtergrond, stelden ze vast, worden in Nederland langzamerhand een minderheid als alle andere minderheden. Sterker nog: in veel steden is het al zover, ook in Amsterdam. Bij jongeren onder de vijftien jaar heeft nog maar een op de drie ouders die in Nederland zijn geboren – en nog minder als je naar de grootouders kijkt.
Een schok voor veel respondenten, gewend aan een vanzelfsprekende dominantie. “Maar als je nu in een stad als Amsterdam een kind naar de basisschool stuurt, is de kans groot dat in de klas de meerderheid van de kinderen een migratieachtergrond heeft,” zegt Lelie. “Een kind zonder migratieachtergrond zal zich moeten aanpassen aan die diversiteit, want hij is niet langer automatisch de norm.”
Ze publiceerden er eerder over. Nieuw is, aldus Crul, dat ze deze keer proberen het debat over integratie ook echt een andere kant op te krijgen. Weg van het ‘achteruitdenken’ dat politici als Geert Wilders kenmerkt, met hun hang naar een homogeen, roomblank verleden dat in werkelijkheid nooit heeft bestaan. Weg ook van de gedachte dat het de nieuwkomers zijn die zich moeten aanpassen aan een dominante meerderheid, want ook die bestaat in werkelijkheid niet meer.
Thuis voelen
Bekijk het, kortom, eens van de pragmatische kant. Wat draagt er bij aan wat Lelie en Crul ‘een plezierige praktijk van het samenleven’ noemen? Dan blijkt dat zelfs de meeste mensen die niets moeten hebben van migratie, maar wel wonen in een omgeving met veel migranten, er ondanks hun eigen chagrijn toch vaak in slagen betekenisvolle contacten aan te gaan met hun buren. Gewoon omdat ze zich daardoor beter thuis voelen in hun buurt.
Integreren in superdiversiteit noemen Lelie en Crul het. Waarbij super staat voor de talloze manieren waarop mensen van elkaar verschillen: in leeftijd, seksuele geaardheid, afkomst of persoonlijke levensgeschiedenis. “Het gaat er niet om dat je iets moet weten van elke cultuur die je tegenkomt,” zegt Lelie, “maar dat je een sensitiviteit ontwikkelt voor het omgaan met verschillen. Dat is een competentie waar je in de toekomst niet meer zonder kan als je nog wilt functioneren in de samenleving.”
Crul: “Je stuurt je kind naar een commerciële crèche en daarna naar een witte school, omdat je denkt dat daar het onderwijs beter is. Vervolgens komt hij bij ons op de VU, waar de helft van de studenten een migratieachtergrond heeft. Je ziet dat deze jongens zich ongemakkelijk voelen en verkeerde opmerkingen beginnen te maken, terwijl de meisjes zich terugtrekken in hun kleine groepje blonde paardenstaarten. Later op de arbeidsmarkt moeten deze mensen leiding geven aan diverse teams.”
Lelie: “Of ze krijgen een leidinggevende met een migratieachtergrond. Dan hebben ze echt een probleem.”
Eigen witte bubbel
Het is een verhaal van winnaars en verliezers, stellen Lelie en Crul. “Mensen die negatief denken over migratie en zich opsluiten in hun eigen witte bubbel voelen zich uiteindelijk minder thuis in hun buurt. Ze hebben vaker onaangename ervaringen op straat, kennen minder mensen in de buurt en denken: de stad is niet meer van mij. Precies het gevoel dat tegenwoordig door de politiek wordt aangezwengeld. Het zijn de mensen die je massaal ziet demonstreren tegen de komst van asielzoekerscentra.”
Omgekeerd: mensen die positief staan tegenover migratie, vaak hoger opgeleid en wonend in de duurdere buurten, hebben, gedreven door ongemak, meestal weinig echt contact met mensen met een migratieachtergrond. Ook zij verliezen. Want diversiteit vieren is een ding, er naar leven is wat anders.
Winnaars, aldus Lelie en Crul, zijn de mensen die zich soepel weten te voegen naar de nieuwe realiteit van een superdiverse samenleving. “We doen op dit moment een project in Zuidoost, in de wijk Venserpolder. Mensen zonder migratieachtergrond vormen daar nog maar 15 procent van het totaal. Ze zijn zelfs niet meer de grootste minderheid, want dat zijn Surinamers, maar ze zijn heel tevreden. Ze hebben veel contacten buiten hun eigen groep. Diversiteit is voor hen heel gewoon.”
Pijn en conflict
Is het wensdenken? “We zitten op een kantelpunt,” zegt Crul. “Mensen zonder migratieachtergrond worden zich er bewust van dat ze het niet meer automatisch voor het zeggen hebben. Als je de macht moet delen, krijg je ook verzet. Het gaat gepaard met pijn en conflict. Dat kan niet anders. Het is een fase waar we doorheen zullen moeten.”
Hij wil zich ook verre houden van het kritiekloos bezingen van de multiculturele samenleving. Van de naïeve gedachte dat het allemaal goed komt als we de diverse maatschappij maar hard genoeg vieren en met overheidscampagnes onder de aandacht brengen.
Lelie: “Het wachten is op een progressief antwoord op de superdiverse samenleving: hoe zorgen we ervoor dat mensen op een zinvolle manier met elkaar in contact komen, zonder ideologische belasting? Want er is geen weg terug: de toekomst is divers.”
