1974 Jan Blokker
Kwelgeest van het welzijnswerk
Tweeënveertig jaar lang schreef Jan Blokker (1927-2010) columns in Nederlandse dagbladen, sinds 1968 bij de Volkskrant en vanaf 2006 bij NRC.next. Tot de dag voor zijn dood bleef hij daarmee doorgaan. Hij ontwikkelde zich tot geweten van journalistiek Nederland. Ongemeen scherp, erudiet en met een grote historische kennis kon hij prietpraat en drukdoenerij neersabelen met meesterlijk cynische humor. Hugo Camps omschrijft het treffend: “Als een cirkelzaag sneed hij door de actualiteit en de waan van de dag”. ‘Blokker al gelezen?’ werd een standaard uitdrukking in menig koffiekamer.
Blokker nam bij voorkeur de wollige taal van sociale wetenschappers op de hak. Een proeve van zijn scherpe pen: “Op één pagina stonden van de week in de Volkskrant twee boeken aangekondigd die ik nog diezelfde nacht ademloos heb uitgelezen. Het ene was dan ook een sociologisch proefschrift, en u weet: sociologie is de enige wetenschap waar je niet bij na hoeft te denken, dus het is m’n lievelingsvak. De dissertatie van dr Hessels over vakantie en vakantiebesteding sinds de eeuwwisseling leverde inderdaad weer geen enkel probleem op. Alles wat ik over dit onderwerp reeds vermoedde blijkt waar te zijn, niets van wat ik aangaande het vraagstuk niet wist staat er in vermeld, dus er zal ook wel niks zijn - kortom: de echte sociologie van mijn hart.”
Vooral in de jaren zeventig betoonde Blokker zich een kwelgeest voor het welzijnswerk. Genadeloos analyseerde hij het taalgebruik van de sociale sector als gebakken lucht. En nog wel in de Volkskrant, de krant waar vrijwel alle sociaal werkers op geabonneerd waren.
Volkskrant-redacteur Ben Haveman omschrijft dit bij Blokkers’ overlijden als volgt: “Aanstellers, dat waren voor hem – met stip – de pluizenbollen van de welzijnssector die, met moeite gediplomeerd geraakt aan de ‘sosjale academie’ met het aplomb van kandidaat-Nobelprijswinnaars durfden te beweren dat een cirkel wel degelijk rond was! Hoe meer Blokker de Jan-Jaaps van het agogendom op de korrel nam, des te gretiger werd hij gevoed door ‘dictatuur van de kletskoek uit het vormingscentrum waar de godganse dag over communicatiepatronen en tolerantiegrenzen wordt gebazeld’.”
Blokker kreeg in het columnistendom vele volgelingen. “Met het verstrijken van de jaren zeventig werden welzijnswerkers dankbare mikpunten van spot en ironie. Columnisten en cabaretiers maakten zich vrolijk om het welzijnsjargon, de nooit stoppende praat(ob)sessies, de eindeloze innerlijke zoektochten, de kleding, de baarden, de lange haren.” (Jos van der Lans, Eropaf, p. 34). Zo ontstond het geitewollensokkenimago van de welzijnssector waar in de jaren tachtig en negentig Kees van Kooten en Wim de Bie nog een extra dimensie aan toevoegden.
De sector had het er moeilijk mee. Het NOW starrte in 1981 een tegencampagne op de ’aanval op het welzijnswerk’. De echte down-to-earth frontliniewerkers van toen lieten zich echter niet uit het veld slaan: in de rechtswinkels, in de buurtvernieuwingscomite’s, in de blijf van mijn lijfhuizen, in de taallessen voor buitenlanders, in de hulpverlening aan weglopers uit de psychiatrie etc. werd gewoon doorgewerkt.
Publicatiedatum: 01-06-2011
Datum laatste wijziging: 03-12-2025
Verwante vensters
- 1978 Nederlandse Organisatie van Welzijnswerkers (NOW)
- 1979 Hans Achterhuis - De markt van Welzijn en Geluk
- 1981 De aanval op het welzijnswerk
- 1985 Legitimatiecrisis van het opbouwwerk
Literatuur
- Blokker, J. (1974), Ben ik eigenlijk wel links genoeg? Amsterdam De Harmonie.
- Blokker, J. (1977), Ga direct naar de gevangenis. Ga niet langs af. U ontvangt geen F.200,-, Amsterdam: De Harmonie.
Links