Aanvullingen
Huiskamers zijn te vinden bij de tippelzones.
Het Mirjamhuis kocht in 1982 een pand aan de Reguliersgracht, bij de Utrechtsestaat-tippelzone.
Met de tippelzone verhuisde het Mirjamhuis naar de Oostelijke Handelskade.
Bus van Huiskamer Aanloop Prostituees Utrecht.
Interieur van de bus van Huiskamer Aanloop Prostituees Utrecht.
Tippelzone Arnhem
Tippelzone Eindhoven
Tippelzone Eindhoven
Langs de snelweg.
Josephine Butler, strijdster tegen vrouwenslavernij en dubbele moraal
Ottho Gerhard Heldring stichtte in 1848 de vrouwenopvang Steenbeek in Zetten.
Verboden toegang voor pooiers
1982 Huiskamers voor prostituees
Veilige rustpunten in een jachtig bestaan
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw startte de discussie over de opvang van (verslaafde) prostituees die op straat tippelden. De vrouwen, of liever gezegd de mannen (pooiers, vriendjes, dealers) die om de prostituees heen hingen, veroorzaakten overlast. Bewoners van de buurten waar vrouwen tippelden, drongen bij gemeentes aan op maatregelen. Tot die tijd zag men het tippelen om een aantal redenen door de vingers. Allereerst werd afwijkend gedrag, vooral in de jaren zeventig, sneller geaccepteerd. Verder woonden er nauwelijks mensen in binnensteden. Daar kwam in de jaren tachtig verandering in toen kapitaalkrachtigen weer naar de stad gelokt werden om centra bewoonbaar te maken. Ten slotte nam het autogebruik toe en daarmee de overlast door auto’s in de straten waar werd getippeld.
Verschillende groeperingen namen het initiatief om huiskamers voor prostituees op te zetten. In Amsterdam openden religieuzen in 1982 het zogenaamde Mirjamhuis. Een jaar later werd in Den Haag op initiatief van de gemeente een huiskamer geopend. Echter, niet de gemeente, maar religieuzen financierden deze huiskamer. Rotterdam volgde in 1983. Hier speelde de politie een sterke rol in het debat. De politie was het beu om prostituees voortdurend op te jagen en stelde eigenhandig een gedoogzone in en vroeg de gemeente de zone te bekrachtigen. De gemeente ging niet akkoord met een tippelzone, maar was wel voorstander van opvang voor prostituees. Utrecht kwam als laatste van de grote steden met een huiskamer en wel in 1986. Naast opening van huiskamers in de vier grote steden, kwam er ook opvang in middelgrote steden als Groningen (1991), Nijmegen (1999) en Heerlen (2001). Inmiddels zijn de zones in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en Heerlen alweer gesloten wegens (drugs)overlast en criminaliteit. De tippelzone in Utrecht moet in 2021 plaatsmaken voor een woonwijk.
In de huiskamers discussieerden hulpverleners over wat het uitgangspunt van de hulpverlening aan prostituees moest zijn. De meeste huiskamers gingen uit van de behoefte van prostituees aan een rustpunt en niet aan een afkickcentrum. Zij accepteerden prostitutie als beroep. Vergroten van de zelfredzaamheid was het voornaamste doel. Dit moest bereikt worden door het professionaliseren van het beroep via safe seks promotie en andere lichaamscontrole. Deze benadering schuurde al dicht tegen de vrouwenhulpverlening aan, al sprak men daar in de eerste jaren nog niet zo over. Pas toen de bestaande dienstverlening onbevredigend bleek, gingen huiskamers ertoe over de vrouwenhulpverlening in te voeren.
Hulpverleners in de huiskamers gingen op zoek naar de kracht van vrouwen (empowerment) en lieten onnodige problematisering achterwege. Zij wilden tevens het isolement van prostituees doorbreken door onderlinge herkenning te stimuleren. Ervaringsdeskundigheid van prostituees was een belangrijk middel om dit te bereiken. Nieuw was dat hulpverleners zichzelf, sterker dan voorheen, als instrument zagen waarmee zij erkenden dat hun handelen niet alleen was gebaseerd op wat zij tijdens hun opleiding hadden geleerd, maar ook op hun eigen ervaringen.
In de huiskamers van tegenwoordig staat het vergroten van de zelfredzaamheid nog steeds hoog in het vaandel. De vrijblijvendheid van de hulpverlening is echter afgezwakt. Trajectbegeleiding en bemoeizorg zijn geïntroduceerd voor prostituees die intensievere begeleiding nodig hebben of zorg mijden.Bovendien is de hulpverlening meer dan voorheen gericht op het stoppen met werken in de prostitutie.
Publicatiedatum: 01-08-2014
Datum laatste wijziging: 20-03-2019
Auteur(s): Suzanne Hautvast
Extra
Mirjamhuis
Het Mirjamhuis in Amsterdam was van 1982 tot 2004 het eerste
huiskamerproject voor verslaafde straatprostituées in Nederland.
Het
Mirjamhuis begon met drie vaste medewerksters, allen zusters -
Bernadette van Loon, Bep Uyttewaal en Trees Janssen - en twaalf
vrijwilligers waaronder religieuzen van de Hermongemeenschap aan de
Oudezijds Voorburgwal 93. De vrijwilligers werkten een avond en
nacht
per week. De huiskamer was zeven dagen per week open, van acht uur
’s
avonds tot acht uur ’s ochtends. Was dat nou wel zo’n geschikte
baan
voor religieuzen? Bep (1930): “Juist wij konden dit werk doen omdat
wij in geval van nood voor onderdak en eten op onze congregatie
kunnen
terugvallen. Groentjes waren we allerminst. In ons vroegere werk
als
hoofdverpleegkundige en gezinsverzorgster hadden we al heel wat
menselijke sores aangezien.” (zie verder in aanvullend materiaal)
Verder studeren
- Janneke van Mens-Verhulst, Berteke Waaldijk (red.) (2008), Vrouwenhulpverlening 1975-2000. Beweging in en rond de gezondheidszorg. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Literatuur
- Frank Bovenkerk, Mirjam Dankoor, Paulien Ligtvoet, e.a. (1992), Een veilige plek. ‘Huiskamers’ voor straatprostituees. Utrecht.
- Marjolein Goderie (1997), De huiskamerprojecten voor straatprostituees in Nederland. Utrecht: Verwey Jonker Instituut.
- Marjolein Goderie (1998), Toekomstontwerp integrale hulpverlening straatprostituees. Utrecht: Verwey Jonker Instituut.
- Wouke de Jong, Maud van der Pas (2003), Streetwise. De succesfactoren van de tippelzone voor straatprostituees in Utrecht . Hogeschool Utrecht. Afstudeeronderzoek SPH.
- Rachel Levi (2004), De straat, je werkplek. Een onderzoek naar de rol van huiskamerprojecten in hulpverlening en gezondheidsbevordering voor vrouwen in de straatprostitutie. Universiteit Enschede. Afstudeerscriptie Toegepaste Communicatie Wetenschap.
Aanvullend materiaal
- Eva Potters (2004), Huiskamer voor prostituees. Nonnen blikken terug op hun werk voor het Mirjamhuis Ons Amsterdam 2004, nr. 2,
- Gijs Lieffering (2007), De bezieling van het Mirjamhuis; 'Bij ons ben je welkom'. Gesprek met Zuster Bep Uyttewaal en Zuster Trees Janssen over het ontstaan van het Mirjamhuis. In: Verhandelingen, december 2007, 3-4. Uitgave van de Stichting van Religieuzen tegen Vrouwenhandel.
- Bernadette de Wit (1995), Tippelen van hot naar haar. De Groene Amsterdammer, 27 september 1995.
- RTV Groningen (2008), Woede over sluiting Huiskamer voor straatprostituees.
- Marieke van Doorninck (1999), Om walgelijker verderf te voorkomen. Beleid ten aanzien van prostitutie door de eeuwen heen. NRC Handelsblad, 15 oktober 1999.
Links
- Belle hulpverlening Utrecht
- Pretty Woman
- Wiki over Tippelzone.
- Wiki over prostitutie: geschiedenis, beleid, etc.
Studieopdrachten
Klik hier om de studieopdrachten te bekijken