Canon Sociaal Werk
NL | EN

2026 Nationaal Monument Jeugdzorg ’De Erkenning’

 

Kleine geschiedenis van geweld in de jeugdzorg

Op 12 juni 2026 is in het Zuiderpark in Apeldoorn het Nationaal Monument Jeugdzorg ‘De Erkenning’ onthuld. Dat gebeurde op de dag af precies zeven jaar nadat de Commissie onderzoek geweld in de jeugdzorg, de commissie-De Winter, een snoeihard oordeel had geveld over de toepassing van geweld in de jeugdzorg. Het monument staat stil bij het onrecht en het verdriet in een  geschiedenis die veel te lang is verzwegen en weggemoffeld. Het monument is een erkenning van het leed dat vaak onvoorstelbaar was. Als achtergrondinformatie bij het monument schetst de Canon sociaal werk in tien episodes in grote lijnen de geschiedenis van geweld in de jeugdzorg.


Episode 1: Weeshuizen & gestichten 
Wie niet luisteren wil, moet voelen 

Door ziekte, epidemieën, armoede en oorlogen raakten veel kinderen in vroeger tijden hun ouders kwijt. Ze werden opgenomen in weeshuizen, vaak aparte voor jongens en meisjes. Weeshuizen waren in elke stad van enige omvang te vinden. De vele honderden tehuizen werden bestuurd door plaatselijke regenten, vooraanstaande burgers die toezagen op een ordelijke gang van zaken.

Als vanaf 1800 de bevolking van de steden snel begint te groeien, ontstaan er naast de weeshuizen ook gestichten voor ‘verwaarloosde’ jongeren. Ouders maken in fabrieken voor een hongerloon werkdagen van meer dan twaalf uur. Tijd voor opvoeden ontbreekt en in de overvolle volksbuurten vormen verwaarloosde en thuisloze kinderen een groeiend probleem. 

Zij worden opgevangen in gestichten en internaten, die vooral opgericht worden op initiatief van christelijke instanties. Het eerste Nederlandse internaat ontstaat in 1845: het Sint Aloysiusgesticht in Amsterdam. Snel volgen er meer, vaak  gelegen in dun bevolkte gebieden. Sommige zijn uitgegroeid tot complete landbouwkolonies, waar honderden kinderen lange werkdagen maken in werkplaatsen en op het land. 

Voor alle tehuizen geldt: kinderen moeten zich gehoorzaam en gedisciplineerd gedragen. Wangedrag kent in de meeste gevallen maar één antwoord: straf. Opsluiting, stokslagen, lijfstraffen -  voor veel kinderen is dit dagelijkse kost. Wie niet wil luisteren, moet voelen. Alle vormen van geweld zijn vanzelfsprekend, maar daarom niet minder pijnlijk en vernederend. 

Getuigenis: 

01-Getuige-EPISODE01.wav

 

Episode 2: Gezinsopvoeding en pleegzorg 
Kinderen als verdienmodel 

Van oudsher werden kinderen die hun ouders verloren opgevangen door naaste familieleden. Alleen als die daartoe niet in staat waren of niet wilden, volgde opvang in een weeshuis. Vanaf ongeveer 1850 ontstaat de opvatting dat deze kinderen beter af zijn in gezinnen. In 1874 wordt daartoe de Maatschappij tot Opvoeding van Weezen in het Huisgezin opgericht, met als doel  kinderen onder te brengen bij geselecteerde gezinnen, waarop ook toezicht moest worden gehouden. 

In veel opzichten was de geborgenheid van het gezin een verbetering ten opzichte van de militaristische grootschaligheid van gestichten, waar vaak honderden kinderen opeen waren gedreven. Maar het kwam regelmatig voor dat volwassenen zich over weeskinderen ontfermden met minder nobele motieven. Pleegkinderen werden gebruikt als gratis arbeidskracht of dienstbaar hulpje in het huishouden. Vaak was de financiële vergoeding belangrijker dan het kind. 

Het toezicht stelde weinig voor. Ter controle werd er vaak alleen met de pleegouders gesproken. Kinderen die klaagden, werd een gebrek aan dankbaarheid verweten. Zo werd de pleeggezinopvoeding voor veel kinderen een verbanning naar liefdeloosheid, onveiligheid en regelrechte uitbuiting. En als er signalen kwamen over verwaarlozing, over mishandeling en seksueel misbruik dan werden die afgedaan als incidenten en uitzonderingen. ‘Ja, je zal het er wel naar gemaakt hebben.’

Getuigenis

02-Getuige-EPISODE02.wav

 

Episode 3: Eerste publieke schandaal
1100 kinderen in Neerbosch

In de zomer van 1893 verblijven er zo’n 1100 kinderen in de christelijke weesinrichting Neerbosch bij Nijmegen, geleid door het echtpaar Van ’t Lindenhout. Daarmee is dit gesticht veruit het grootste van het land. Een ouder, Gerard van Deth, en een voormalig medewerker Amos Job. van Houten, trekken aan de bel. In een brochure klagen ze de instelling aan voor wanbeheer, zelfverrijking, verwaarlozing, ondervoeding en mishandeling. Zo’n aanklacht is ongekend. De kwestie loopt hoog op en haalt de landelijke pers. 

Met tegenzin besluit het weeshuisbestuur een onderzoek in te stellen. Daarin wordt de leiding  nagenoeg vrijgepleit. Er zijn hooguit te veel kinderen, waarna het aantal snel terugloopt tot 500. Twee medewerkers die Van Deth’s kinderen zwaar mishandelden, worden door rechter veroordeeld tot een weinig opzienbarende boete van f 10,-. Van Deth zelf wordt bestraft wegens smaad. 

Een paar jaar later, in 1900, staan opnieuw twee Neerbosch-werknemers voor de rechter wegens mishandeling die de dood van een pupil tot gevolg heeft. Ook deze keer oordeelt de rechter lankmoedig en kunnen de twee hun werk voortzetten. Driekwart eeuw later kwam het kinderdorp opnieuw in opspraak, toen tientallen verhalen loskwamen over seksueel misbruik van jongeren in de periode 1975-1985. 

Getuigenis

03-Getuige-EPISODE03.wav

 

Episode 4: Kinderwetten  
Overleven zonder liefde 

Aan het einde van de negentiende eeuw groeit de overtuiging dat kinderen bescherming verdienen tegen verwaarlozing van ouders en uitbuiting door werkgevers. De Kinderwetten uit 1905 zijn daar het gevolg van. Kinderen die op basis van deze wetten onttrokken worden aan het gezag van hun ouders krijgen een voogd toegewezen. Ze worden ondergebracht in pleeggezinnen of in heropvoedingsgestichten waarvan het aantal als gevolg van rijksfinanciering snel groeit.

Eenmaal weg bij hun ouders was van bescherming vaak weinig te merken. Kinderen moesten hun plaats weten, de regels waren strak en tegenspraak was uit den boze. In pleeggezinnen was het niet veel beter, in nogal wat boerengezinnen werden kinderen ingezet als goedkope arbeidskrachten. 

Internaat-medewerkers werden slecht betaald, waren niet opgeleid en stelden zich in lastige situaties op als strenge cipiers die er vooral op gericht waren om met harde hand de orde te handhaven. Voogden lieten dat op zijn beloop - of ze wisten het niet, of ze wilden het niet weten of ze waren het ermee eens. 

Ontdaan van hun ouders, overgeleverd aan ongevoelige ordebewakers of calculerende pleegouders, behandeld als ‘slechte’ kinderen, hebben velen hun jeugdjaren doorgebracht met het gevoel dat zij alleen op de wereld waren. Zij moesten zien te overleven in een wereld waar voor liefde geen plaats was. De wetten die bescherming hadden moeten bieden brachten voor vele duizenden kinderen levenslange ontreddering.

Getuigenis

04-Getuige-EPISODE04.wav

 

Episode 5: Dwangarbeid en vrijheidsberoving
Bij de nonnen

Ten minste 15.000 meisjes en vrouwen hebben in Nederland tussen 1860 en 1973 in wasserijen en grote naaizalen van katholieke gestichten onbetaalde dwangarbeid gedaan. De meisjes werden er geplaatst door voogdij-instellingen na beschuldigingen van zedeloos gedrag of als ze als lastig te boek stonden en nergens anders meer terecht konden. Het waren gebouwen achter tralies; gerund door nonnen, die er vaak een meedogenloos regime op nahielden. 

De meisjes en vrouwen werden bij wijze van boetedoening en heropvoeding te werk gesteld. Ze kregen een nieuwe naam, werden gedwongen elke dag, behalve zondag, te werken, waarbij   praten verboden was. ‘Opstandige’ meisjes werden met medicatie rustig gehouden. Wie erin slaagde om te ontsnappen, werd opgespoord en teruggebracht door de politie. De opdrachten kwamen van textielfabrieken, confectiebedrijven, hotels, ziekenhuizen, particulieren, de kerk en de overheid. Het geld kwam ten goede aan congregaties, als ‘Zusters van de Goede Herder’, met gestichten in Tilburg, Zouterwoude, Almelo en Velp. De kinderen zagen er niets van. 

Kritische geluiden hierover waren er al in de jaren dertig. Nagenoeg iedere betrokkene wist wat zich in de gestichten afspeelde. Toeleveranciers, afnemers, ambtenaren, artsen en ook voogden en voogdessen die de meisjes hadden moeten beschermen – vrijwel iedereen sloot zijn ogen. Daardoor voltrok zich decennialang kinder- en dwangarbeid onder omstandigheden die buiten de muren allang als onacceptabel werden beschouwd. 

Getuigenis

05-Getuige-EPISODE05.wav

 

Episode 6: Wederopbouw
Vijftigduizend kinderen roepen om hulp!

De Tweede Wereldoorlog liet een ravage achter in de toch al mager toegeruste kinderbescherming: tehuizen waren door de Duitsers in beslag genomen, kinderen waren elders ondergebracht, sommigen zelfs naar Duitsland gedeporteerd. De overgebleven tehuizen waren overbezet en de bevrijding had daar geen verandering in gebracht. Vijftigduizend kinderen roepen om hulp! luidde de titel van een manifest dat een aantal hervormers in 1946 publiceerde. Niet doorgaan op oude voet, verander het nu, was hun boodschap. 

Hun pogingen om de jeugdzorg te vernieuwen liepen echter stuk op de geslotenheid van het systeem. Moderne en wetenschappelijke inzichten over opvoeden werden halsstarrig buiten de deur gehouden. De hoofden van de tehuizen werden vooral aangesteld op basis van hun visie op orde en tucht en werden in hun gezagsuitoefening niet gehinderd door enig pedagogisch  inzicht. Het personeel, veelal totaal ongeschoold, keek neer op de kinderen en behandelde ze als zodanig.  
Kinderbeschermingskinderen hadden in het herstel van Nederland geen enkele prioriteit. Het zou nog een halve eeuw duren voordat het ongekende leed van de naoorlogse jeugdhulp naar buiten zou treden. 

Getuigenis

06-Getuige-EPISODE06.wav

 

Episode 7: Belangenvereniging Minderjarigen (BM)
Bressen in een gesloten bastion

Op 16 mei 1971 werd de Belangenvereniging Minderjarigen, afgekort als BM, opgericht. De BM bestond uit jongeren die in tehuizen woonden, uit ex-bewoners en jongeren van buitenaf. De BM-activisten meldden zich aan de poort van tehuizen en protesteerden tegen machtsmisbruik, ze eisten inspraak en meer zakgeld. De BM heeft als eerste in 1974 de Heldringstichting in Zetten aan de schandpaal genageld vanwege machtsmisbruik en het gebruik van isoleercellen, onrustbanden, gedwongen medicatie en koude douches.

De BM, met afdelingen door het hele land, maakte samen met alternatieve organisaties als JAC en Release met haar acties en zwartboeken aan een groter publiek duidelijk wat er allemaal in de kinderbescherming mis was.  Voor het eerst waren jongeren zelf aan het woord. Ze eisten inspraak in het beleid en in de tehuizen, ze wilden recht op inzage in de dossiers en verzetten zich met bezettingsacties van tehuizen tegen de willekeurige toepassing van strafmaatregelen en ander geweld. Er volgde een reeks van bezettingen, zelfs de kamer van een staatssecretaris werd korte tijd door de BM bezet. 

Aanvankelijk weigerden de directies van de tehuizen en de ambtenaren van het ministerie elk gesprek, maar onder druk van de publieke opinie en door aanhoudende kritiek moesten ze – zij het met zichtbare tegenzin - hun houding veranderen. Zo sloeg de Belangenvereniging Minderjarigen de eerste bressen in het gesloten kinderbeschermingsbastion.    

Getuigenis

07-Getuige-EPISODE07.wav

 

Episode 8: De macht van therapeuten & begeleiders
Onder de noemer van behandeling

Vanaf de jaren zeventig ontpopte zich in de instellingen en kindertehuizen een nieuw soort gedachtengoed.  Het oude was gebaseerd op dwang en straf; de nieuwe tijdsgeest benadrukte dat kinderen geholpen moesten worden. Er vond een machtswisseling plaats van een autoritaire manier van doen naar begripvolle begeleiders die therapeutische omgangsvormen introduceerden die nogal eens grenzeloos bleken te zijn.  

In de geest van de nieuwe ruimdenkendheid en seksuele bevrijding werden intimiteit en lichamelijkheid niet langer geschuwd, maar nogal eens onderdeel van de behandeling. Door ervaringen in deze sfeer ‘bespreekbaar’ te maken en zo nodig her te beleven, zouden jeugdtrauma’s en het gebrek aan liefde in de opvoeding overwonnen kunnen worden. Er was in de jaren tachtig zelfs een kinderrechter die meende dat het op zijn weg lag om jongeren met seksualiteit te leren omgaan. Dat alles moest zich wel binnenskamers voltrekken en mocht vooral niet aan de grote klok gehangen worden. 

Latere onderzoeken hebben honderden verhalen aan het licht gebracht over subtiel en soms onverholen machtsmisbruik onder de noemer van opvang, behandeling en therapie.  Het zijn schrijnende, traumatische verhalen van kinderen die zich niet konden verweren, omdat ze als “kind met problemen” toch niet geloofd werden. En daarom lange tijd, soms levenslang, over wat hen is overkomen nooit iets hebben verteld.  

Getuigenis

08-Getuige-EPISODE08.wav

 

Episode 9: Isoleren, platspuiten, koude douches en seksueel misbruik
Deksel van de beerput?

Ook na de komst van psychiaters en gedragsdeskundigen konden dwarsliggende jongeren in jeugdhulpinstellingen op weinig begrip rekenen. De kroon spande de Heldring-inrichting in Zetten, met psychiater Finkensieper aan het hoofd. Begin jaren zeventig experimenteerde hij met kinderen die ‘hinderlijk, conflictoproepend, ontregelend gedrag’ vertoonden door hen een zwaar rustgevend middel tegen schizofrenie toe te dienen. 

In 1974 bracht de BM een zwartboek uit over de instelling, vol met verhalen over isoleren, platspuiten en koude douches. Het mocht allemaal niet baten. Pas toen in 1989 twintig meisjes en een jongen aangifte tegen hem deden wegens seksueel misbruik viel voor hem het doek. Nadat sympathisanten, verenigd in het Steunpunt Zetten, wekenlang actie hadden gevoerd, veroordeelde de rechter Finkensieper in mei 1990 tot zes jaar gevangenis.

De affaire-Finkensieper bleek het topje van een ijsberg. Door de publiciteit kwamen er steeds meer dramatische verhalen los over het onrecht en misbruik dat jongeren gedurende decennia vooral binnen gesloten jeugdzorginstellingen was aangedaan. Even leek het erop alsof er een deksel van een beerput was geschoven. Dat viel bitter tegen. De jeugdhulp toonde zich niet bepaald zelfkritisch en sloot de gelederen. Daarom duurde het nog twintig jaar voordat de waarheid over seksueel misbruik en geweld in de volle omgang aan het licht kwam.  

Commissie-voorzitter Micha de Winter: 

09-DeWinter-EPISODE9.wav

 

Episode 10: Snoeihard eindoordeel
Geweld is altijd aanwezig geweest

De rapporten van de commissie-Samson (2012) en de commissie-Deetman (2013) confronteerden ons land met de schokkende feiten dat seksueel misbruik in de jeugdzorg en op internaten op een veel grotere schaal voorkwam dan tot op dat moment voor mogelijk was gehouden. Het rapport van de commissie-De Winter kwam in 2019 tot een snoeihard eindoordeel: het toepassen van geweld is altijd aanwezig geweest in de  jeugdzorg. Was het geen fysiek geweld, dan was het wel psychisch of seksueel geweld. 

Van de 200.000 kinderen die sinds de Tweede Wereldoorlog onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn geplaatst in pleeggezinnen en jeugdhulp instellingen, heeft driekwart geweld meegemaakt en is tien procent et herhaald, langdurig en heftig geweld geconfronteerd. Het fysieke geweld nam in de loop van de tijd af, maar het psychische geweld niet. Het geweld werd gepleegd door leiders, pleegouders en andere kinderen. 

Seksueel misbruik, dwangarbeid, isolatie, vernederingen, verwaarlozing, eenzaamheid - het dramatische daarvan was niet alleen het geweld zelf, maar ook dat het plaatsvond in een omgeving die veiligheid en warmte had moeten bieden. Kinderen hebben zich niet gehoord en gezien gevoeld, hebben zich niet veilig kunnen voelen en konden nergens terecht. Dit geweld heeft vele duizenden levens langdurig verwoest. De kinderen werden onvoldoende beschermd; gebrekkig overheidstoezicht was daarvan een van de oorzaken. 

Getuigenis

10-Getuige-EPISODE010.wav

 

Disclaimer
Zijn er dan geen goede hulpverleners geweest? Mensen die wel begaan waren met de kinderen waar ze zorg voor moesten dragen? Natuurlijk waren die er en zijn ze er nog steeds. Maar te lang vormde de goede bedoelingen en oprechte intenties een sluier voor een werkelijkheid waarin de starheid van de institutionele systeemlogica prevaleerde boven het meebewegen met de wereld en behoeften van kinderen. 

Het monument De Erkenning laat de werkelijkheid achter die sluiter zien en richt de blik op het leed dat daardoor teweeg is gebracht. De toeslagenaffaire heeft ten overvloede nog eens aangetoond waar die systeemlogica toe kan leiden.  
Maar dat alles neemt niet weg dat een kentering ten goede vraagt om hulpverleners, professionals, begeleiders die zich echt om kinderen kunnen bekommeren, die er tijd, aandacht en warmte aan kunnen geven. En het vraagt om organisatievormen die dat mogelijk maken. Die er voor zorgen dat het werken met niet altijd even gemakkelijke kinderen en jongeren een van de mooiste, spannendste en dankbaarste vormen van sociale professionaliteit is die onze samenleving te bieden heeft. Laten we daar werk van maken. 

Publicatiedatum: 02-06-2026
Datum laatste wijziging: 02-06-2026

Auteur(s): Jos van der Lans


Verwante vensters

Aanvullend materiaal

Links


Bestel nu

Moderne geschiedenis van het sociaal werk

‘Van der Lans leidt ons op een verhelderende wijze door de geschiedenis van mensen, niet alleen professionals, die werken aan een rechtvaardiger samenleving.’

Fresco Sam-Sin bij OVT