1970 Cultuurpact, ver- en ontzuiling
Gelijke behandeling en inspraak
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Het Cultuurpact heeft als doel de ideologische en filosofische minderheden in het kader van het cultuurbeleid te beschermen en inspraak te waarborgen. Het werd door alle Belgische partijen, behalve de Volksunie, ondertekend op 24 februari 1972.
De Wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen wordt gewaarborgd en het Decreet van 28 januari 1974 betreffende het Cultuurpact, zijn wettelijke vertalingen van het Cultuurpact.
Alle overheden en alle overheidsstructuren zoals bv. Intercommunales zijn door deze wetgeving gevat. De Vaste Nationale Cultuurpactcommissie waakt over de toepassing.

Om het Cultuurpact te begrijpen moet het in direct verband gebracht worden met de culturele autonomie die werd ingevoerd met de staatshervorming van 1970. Sommige politici vreesden dat deze nieuwe situatie het ideologisch en filosofisch evenwicht dat in het unitaire België bestond, zou doen verdwijnen. De ondertekening van het Cultuurpact was de voorwaarde voor de overheveling van de culturele bevoegdheden naar de drie gemeenschappen. Niet alleen de Belgische politieke situatie verklaart de inhoud en de draagwijdte van het Cultuurpact, maar ook de ruimere maatschappelijke context. Belangrijke instituties zoals de politiek, het onderwijs, de kerk... staan onder kritiek - mei 68 is niet ver weg - en er ontstaat een brede maatschappelijke beweging voor meer democratie, inspraak en participatie.
Het Cultuurpact speelt in op die tijdsgeest, waarborgt inspraak en advies in de beleidsvoorbereiding en regelt het medebeheer van de culturele infrastructuur van de overheid.

inhoud
Naast inspraak en medebeheer van gebruikers en ideologische en filosofische strekkingen bevat het Cultuurpact nog andere waarborgen tegen discriminatie. De overheid moet haar eigen culturele infrastructuur zonder te discrimineren open stellen voor culturele activiteiten en ze mag zich niet inhoudelijk mengen. Culturele activiteiten moeten erkend en gesubsidieerd worden op basis van een decreet, een reglement of een vermelding op naam in de begroting van het desbetreffende overheidsniveau. Voor erkende organisaties of instellingen die werken voor de gehele cultuurgemeenschap bestaat de subsidie uit drie delen: een basistoelage voor de werking, een toelage voor een kern van personeelsleden en een werkingstoelage gekoppeld aan de activiteitsgraad. Het Cultuurpact bevat ook bepalingen betreffende het gebruik van de communicatiemogelijkheden waarover de overheid van het betrokken niveau beschikt. Tot slot wordt ook bepaald dat de aanwerving van ambtenaren in de culturele sector moet gebeuren volgens het principe van rechtsgelijkheid zonder ideologische of filosofische discriminaties.

beoordeling
Sinds het ontstaan is het Cultuurpact voorwerp van debat zowel in de politieke als in de sociaal-culturele wereld. De discussie in 1995 over verzuiling, ontzuiling en het Cultuurpact in de Commissie Cultuur van de Vlaamse Raad en de resolutie die daarop volgde, geven, samen met het advies van de Raad van Cultuur in 2005, een goed beeld van de verschillende meningen. De meest gehoorde kritiek slaat op de wijze waarop het Cultuurpact in praktijk werd gebracht. De uitvoering van het pact continueerde de verzuiling op een ogenblik dat de zuilen over hun hoogtepunt heen waren. Het sociaal-culturele leven werd zo het voorwerp van partijpolitieke bemoeienissen. Het gevolg was verdeeldheid en moeilijke samenwerking. Elke sociaal-culturele actor droeg de stempel van een of andere strekking.
Tegen deze achtergrond hebben zowel de Commissie Cultuur als de Raad voor Cultuur gepleit voor een actualisering van het Cultuurpact. De oorspronkelijke basisbeginselen werden door hen vertaald naar de hedendaagse context met de nadruk op diversiteit, openheid, participatie en betrokkenheid, zonder de fundamentele rechten op gelijke behandeling, inspraak en medebeheer te schenden. De wil in de Vlaamse gemeenschap om het Cultuurpact te wijzigen botst echter op het anachronisme dat het Cultuurpact nog altijd een federale materie is, ofschoon cultuur het eerste beleidsdomein is dat aan de Gemeenschappen werd toegewezen.

Publicatiedatum: 24-05-2013
Auteur(s): Hugo De Blende,
Verder studeren
  • PDF document W. Leirman, G. Redig, W. Verzelen, L. Vos (2013), SCAN VAN HET SOCIAAL-CULTUREEL WERK. Dit essay behandelt de samenhang tussen alle aparte pagina's
  • PDF document Raad voor Cultuur (2005), Advies m.b.t. de afschaffing van het cultuurpact, een pleidooi voor diversiteit, openheid, participatie en betrokkenheid, 15 maart 2005
  • Albrechts, J. (1972), Het Kultuurpact.  Brussel: Nationaal Secretariaat KWB (niet- gepubliceerde nota).
  • Apostel, L. & De Vos H. (1989), Het cultuurpact. In Vorming, 5 (1), 18-29.
  • Hellemans, S. (1990), De strijd om de moderniteit. Kadoc-studies nr.10. Leuven: Universitaire Pers.
  • Vlaamse Raad (1995), Verzuiling, ontzuiling en het cultuurpact. Verslag van de werkzaamheden van de werkgroep ontzuiling. Brussel: Vlaamse Raad, zitting 1994-1995, stuk 737(1).
  • Vlaamse Raad (1995), Resolutie betreffende de non-discriminatie en gewaarborgde inspraak.  Brussel, Vlaamse Raad, zitting 1994-1995, stuk 677(1).
  • PDF document Laermans, R. (2002), Het cultureel regiem. Cultuur en beleid in Vlaanderen. Tielt: Lannoo. Gelinkt pdf. is een uittreksel over cultuurdecreten en cultuurpact (pp.130-134)
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste