1961 Erving Goffman
Totale instituties
eerste   vorige   homepage    

Dat verzorgingshuizen en militaire kazernes erg met elkaar vergelijkbaar zijn, klinkt eerder verrassend. Toch is dat de stelling die Erving Goffman (1922 – 1982) begin jaren zestig lanceerde, en sindsdien algemeen bekend staat als totale instituties. Goffman heeft een tiental boeken gepubliceerd die elk op zich een plaats verdienen in de sociologie. Voor de sociale sector is vooral zijn publicatie uit 1961 belangrijk: Asylums: essays on the social situation of mental patients and other inmates. Het werd snel een populair boek, hoewel pas in 1975 een deel ervan in Nederlandstalige vertaling verschijnt. De titel wordt samengevat tot totale instituties, een term die synoniem is geworden voor de kern van Goffman’s analyse. Die komt er op neer dat zeer verschillende organisaties toch met elkaar gemeenschappelijk hebben dat ze het leven van bepaalde burgers totaal omvatten, helemaal sturen. Meestal slapen, werken en doen we aan vrije tijd op verschillende plekken. Binnen totale instituties is dat niet het geval, het hele leven van de ‘bewoners’ speelt zich 24 uur per dag en 7 dagen per week binnen de muren van de totale instituties af. Voorbeelden daarvan zijn gevangenissen bejaardenhuizen, psychiatrische instellingen maar ook internaten, legerkampen of kloosters. Dikwijls, maar niet altijd, zijn er fysieke barrières tussen de totale instituties en de samenleving. Er zijn ook steeds ‘bewoners’ en personeel. Voor die laatste is een totale institutie niet totaal. Na hun dagtaak vertrekken ze gewoon.

Goffman wilde met zijn onderzoek vooral beschrijven hoe bewoners van totale instituties die ervaren. Hij ging een jaar ‘undercover’ mee in een totale institutie, als assistent van de sportdirecteur. Daarbij vermeed hij zoveel mogelijk sociaal contact met de hulpverleners. Alleen de top van de organisatie was op de hoogte van zijn echte rol, die van onderzoeker. Goffman beschrijft dan hoe de totale institutie (nieuwe) bewoners in een keurslijf dwingt, ze het dagritme en de regels van het huis oplegt. Dat is een proces van disciplinering, van ‘mortificatie’. Iedereen die wel eens in een ziekenhuis gelegen heeft, kent de ervaring. Opstaan, slapen, eten, … gebeurt allemaal op het ritme dat het ziekenhuispersoneel bepaalt, de keuzevrijheid van de patiënt is klein.
De analyse van Goffman is niet alleen via publicaties bekend geworden, maar ook via de film One flew over the cuckoo’s nest (1975). Jack Nicholson speelt er de rol van de psychiatrische patiënt R.P. McMurphy. Na opname in een psychiatrische instelling revolteert hij tegen de cultuur van totale instituties, en probeert hij zijn medepatiënten mee in de revolte te betrekken. Verpleegster Ratched is wellicht één van de meest vilaine karakters uit de hele filmgeschiedenis. De aversie die kijkers voor haar voelen, staat symbool voor de aversie die de samenleving sinds de jaren zestig gekregen heeft van totale instituties in de sociale sector, en die onder meer tot uiting kwam in Wie is van hout en de affaire Dennendal. Het moest en zou anders, waardoor de zoektocht naar vermaatschappelijking en langer zelfstandig wonen begon. Daar zijn we nog steeds mee bezig, zoals blijkt uit de discussies in Nederland rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). De vergrijzing maakt de zoektocht bovendien urgenter.

Publicatiedatum: 06-05-2011
Datum laatste wijziging :11-11-2013
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
  • PDF document Schnabel, P. (1978), Erving Goffman , In L. Rademaker (red.), Hoofdfiguren uit de sociologie 3 (pp. 26-44). Utrecht: het Spectrum.
Literatuur
  • Goffman, E. (1961), Asylums: essays on the social situation of mental patients and other inmates , New York: Anchor books
  • PDF document Goffman, E. (1975), Totale instituties , Rotterdam: Universitaire Pers Rotterdam.
  • Goffman, E. (1971), Stigma: gedachten over leven met een geschonden identiteit , van Loghum Slaterus, Deventer
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage