1977 Hans van der Wilk
Eerste ’ervaringsdeskundige’ directeur
    homepage   volgende   laatste


’Ik had het grote voordeel dat ik wel zeven keer opgenomen was geweest, ik was volledig gelegitimeerd’, zegt oud-politicus en ’ervaringsdeskundige’ Hans van der Wilk met een knipoog. Hij roert hiermee een belangrijk thema aan dat al vanaf het begin in de cliëntenbeweging een rol speelt, maar vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw ook grimmige trekjes kreeg: de controverse tussen ’zaakwaarnemers’ en cliënten.

Termen als ervaringsdeskundigheid en herstel bestonden in die jaren niet. Wel werd de scheidslijn tussen mensen die weleens in therapie waren geweest en cliënten/patiënten die ’echt hadden gezeten’ meer en meer benoemd. De patiënten waren in de ogen van medici en maatschappij geestesziek en – op een enkele uitzondering na – gedoemd inactief te blijven. ‘Terwijl veel mensen gewoon per toeval in zo’n inrichting terechtkwamen, zoals juffrouw Remmers van de patiëntenraad van Coudewater, een ontzettend lief mens’, zegt Van der Wilk (1938) terugkijkend.

Het boek Wie is van hout van ’anti-psychiater’ Jan Foudraine opende hem in 1971 de ogen over de ouderwetse inrichtingspsychiatrie. Hij had vanaf begin jaren zestig opnames meegemaakt en verbleef op dat moment ’na een zoveelste zelfmoordpoging’ zwaar depressief in het Noletziekenhuis in Schiedam. De nieuwe werkwijze van Foudraine met een ’schizofrenie-patiënt’ was voor vele cliënten en hun familie een inspiratiebron: het bleek dus ook anders te kunnen. De beroemde Nederlandse ’anti-psychiater’ werd overigens veel later door de journalist Arend Jan Heerma van Voss ontmaskerd als ’leugenaar’. (Zie: Literatuur)

Hans van der Wilk verbleef daarna nog een jaar in een verslavingskliniek. ’Een soort therapeutische gemeenschap. Ik beet mij daar vast in hoe zo’n kliniek zou kunnen werken als de patiënten een gelijkwaardige positie hadden. Het ging mij niet om gelijkheid, maar om gelijkwaardigheid.’ Tussen zijn opnames door was de bevlogen Van der Wilk opgeklommen van vrijwilliger tot beroepskracht in het club- en buurthuiswerk. ’Door heel veel te lezen, ik was autodidact en had alleen een lagere schooldiploma.’ Ook was hij actief in de PPR, een kleine partij die later op ging in GroenLinks. Zo schopte hij het in 1974 zelfs tot wethouder in Schiedam.

Ondertussen meldde Hans van der Wilk zich ook aan als vrijwillige voorlichter bij Pandora. ’Door ex-patiënten als voorlichters in te zetten, heeft deze voorlichtingsorganisatie ertoe bijgedragen dat een heleboel mensen op een andere manier over psychiatrie gingen denken’, zegt hij. Als aartspoliticus en bemiddelaar werd hij al gauw gevraagd bij conflicten tussen cliënten en het bedaagde bestuur. In 1977 trad hij aan als eerste ‘ervaringsdeskundige’ directeur. Zo leidde hij het ouderwetse Pandora eind jaren zeventig rechtstreeks in de armen van de radicale gekkenbeweging, terzijde gestaan door zijn latere partner Lineke Marseille, met wie hij twee kinderen kreeg.
Hij loste zowel intern als extern vele conflicten op, maakte zich sterk voor een bundeling van belangen van cliënten in Landelijke Patiënten Raden (LPR) en zette dit kracht bij door meerdere functies in cliëntenorganisaties te bekleden. Naast zijn directeurschap van Pandora werd hij, onder licht gemor van het paternalistische bestuur, ook voorzitter van de Cliëntenbond en van de werkgroep Krankzinnigenwet, hét samenwerkingsverband waarin diverse loten aan de stam van de gekkenbeweging elkaar vonden.

Later stond Hans van der Wilk aan de wieg van het Landelijk Patiënten Consumenten Platform. Na een laureaat van het Nationaal Fonds voor de Geestelijke Volksgezondheid (nu het Fonds Psychische Gezondheid) vervulde hij vanaf eind jaren tachtig hoge beleidsfuncties bij het ministerie van WVC en de Nationale Raad voor de Volksgezondheid. Hij bleef zich hier inzetten voor verbetering van het patiëntenbeleid.

Naast zijn werk bekleedde hij politieke functies als raadslid en stadsdeelwethouder in Amsterdam Oost, waarbij hij zijn achtergrond als cliënt van de ggz nooit onder stoelen of banken stak. Sterker: hij deed een beroep op iedereen er openlijk voor uit te komen dat je gek was (geweest) om de bestaande taboes te doorbreken. Zijn grote maatschappelijke staat van dienst heeft niet verhinderd dat hij, naar eigen zeggen, van zijn depressies is afgeraakt en ’ook nooit van mijn drang tot verslavingen’.

Publicatiedatum: 14-08-2015
Datum laatste wijziging :30-05-2024
Auteur(s): Petra Hunsche,
Verwante vensters
Extra
Verder studeren
Literatuur
  • Wilk, Hans van der (1989), 'De patiëntenbeweging: patiëntenorganisaties, patiëntenrechten, patiëntenparticipatie',  in: Management in de gezondheidszorg, nr. 6, december, pp. 3-12.
Aanvullend materiaal
Links
    homepage   volgende   laatste