Niks Geteisem! Wim Willems & Diederick Klein Kranenburg & Eva Hofman (foto's)
Niks Geteisem!
Het wonderbaarlijke verhaal van de Mussen

De Nieuwe Haagsche, Den Haag, 2011
ISBN 978-94-91168-17-8
€ 19.95
Bestellen
eerste   vorige   overzicht   volgende   laatste
Het bekende buurthuis De Mussen in de Haagse Schilderswijk heeft vele stormen doorstaan. Er waren financiële problemen en gemeentebezuinigingen, de wijk onderging grote veranderingen in populatie en daarmee in doelgroep van het buurthuis. Ondanks alle veranderingen bestaat De Mussen 85 jaar. In november 2011 vierde het buurthuis aan de Hoefkade zijn verjaardag met de presentatie van het boek 'Niks geteisem' en een bijbehorende expositie met oude en nieuwe foto's.

Het boek is een beschrijving van de meeslepende geschiedenis van het buurthuis. "Die historie kan als spiegel dienen voor het jongerenwerk van nu," zeggen hoogleraar Haagse stadsgeschiedenis Wim Willems en Diederick Klein Kranenburg, promovendus in de sociale geschiedenis van de Schilderswijk. De schrijvers zijn verbonden aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden. Documentairefotograaf Eva Hofman - opgegroeid in de Schilderswijk en afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag - maakte de foto's in het boek.

Het boek leest als een jongensboek, een waar heldenverhaal dat zich prima voor een film zou lenen. Een jongensboek heeft altijd een held, zo ook dit verhaal. Want zonder Jacob de Bruin zou De Mussen niet zijn wat het is geworden. In 1926 kwam de dertigjarige De Bruin op een dag naar een pas opgericht clubhuis in een moeilijke wijk. De Schilderswijk was ook toen al een achterstandswijk, arm en volledig wit. De straat werd bevolkt door jeugdbendes met straatschoffies die regels noch gezag accepteerden. Het rauwe straatleven was De Bruin al van Leiden gewend, waar hij in een arbeidersbuurt was opgegroeid.

In de eerste jaren had de nieuwe jeugdleider het niet gemakkelijk. "Want wie in een volkswijk leeft, beziet anderen bijna per definitie met argusogen. Buitenstaanders zijn zelden welkom, maar het woord opgeven komt in de vocabulaire van De Bruin niet voor", zegt Willems.

"Stoelen gingen door de ruiten, klappen, scheldkannonades, het maakte allemaal niet uit. Hij bleef in het buurthuis en bleef in driedelig pak contact zoeken met de gezinnen", vertelt Klein Kranenburg. "Hij had een missie. Niet geïnspireerd door God, maar door een heel simpele gedachte: ieder kind is onze volle aandacht waard." 'Niks geteisem, die jongens', zei De Bruin altijd - het was de inspiratie voor de titel van het boek.

Het jaarlijkse kampeerweekeinde naar Otterlo op de Veluwe werd een traditie. De straatschoffies gingen mee de natuur in, ze logeerden in een kampeerboerderij met veel buitenactiviteiten. Even een paar dagen frisse lucht, even weg uit de wijk waar het zo slecht ging, even met vrienden onder elkaar. Dat deed ze goed, zeggen de oud-Mussen die nog steeds elk jaar naar Otterlo togen om herinneringen van toen op te halen.

Door de jaren heen veranderde de wijk van bevolking, en daarmee ook de doelgroep van het buurthuis. Er kwamen meisjes, de eerste allochtonen kwamen later, gevolgd door de moslimmoeders die daar nu leren fietsen, kleding maken en daar met hun kinderen spelen. Tot in de jaren negentig was De Mussen een waar familiebedrijf. Toen De Bruin stierf namen zijn kinderen het over, waarna op een gegeven moment mensen van buiten het verhaal overnamen. Toch bleven de buurtwerkers in de geest van De Bruin werken, 'met diepe liefde voor de jeugd en haar omgeving'.

Na het lezen van de geschiedenis is één duidelijke conclusie te trekken: het buurtwerk is eigenlijk niets veranderd, alleen de kleur van de mensen.

PERDIEP RAMESAR − deze recensie verscheen op 5 november 2011 in het dagblad en op de site van Trouw.


Beoordeling redactie:
eerste   vorige   overzicht   volgende   laatste