Elke tijd zijn eigen gekte Henke van der Heiden
Elke tijd zijn eigen gekte
Portretten van geestelijke verwarring door de eeuwen heen, 1500-2020

Walburg Pers, Zutphen, 2020
ISBN 9789462494718
€ 19.99
Bestellen
eerste   vorige   overzicht   volgende   laatste
Veel boeken over de geschiedenis van het sociaal werk belichten vooral de inzet van de werkers en vaker nog van de instellingen in de zorg voor hun cliënten of patiënten. Hoe die laatsten de hulpverlening hebben ervaren, komt veel minder voor het voetlicht. Een belangrijke reden is, dat zij veel minder sporen hebben nagelaten. Organisaties houden archieven bij en beschikken over de financiële middelen om hun eigen daden te laten beschrijven voor het nageslacht. De cliënten van armenzorg en sociaal werk konden vroeger vaak niet eens schrijven, waren niet gewoon om hun ervaringen aan het papier toe te vertrouwen en behoorden meestal tot een mindere stand. Alleen daarom al is de insteek van Henke van der Heiden opmerkelijk.

In Elke tijd zijn gekte presenteert zij achttien portretten van mensen, die ieder op hun eigen wijze te kampen hebben met ‘geestelijke verwarring’. Met elkaar beslaan zij een periode van 500 jaar. Voor de hedendaagse levensverhalen sprak zij zelf met mensen, die zij in haar werk als beleidsadviseur Maatschappelijke Zorg in de regiogemeenten van Gooi en Vechtstreek was tegengekomen. Niet zomaar cliënten, maar ervaringsdeskundigen die goed in staat waren om hun eigen ervaringen met een psychische kwetsbaarheid of een lichamelijke of verstandelijke beperking te delen. Voor de oudere verhalen is zij als historica de archieven ingedoken, van instellingen in haar werkgebied en van de grote inrichtingen Meerenberg in Bloemendaal, later meer bekend als ‘Santpoort’, en ‘Veldwijk’ in Ermelo. Meerenberg was een van de gestichten, waar inwoners van de Gooi en Vechtstreek werden heengezonden als zij ernstige problemen hadden en thuis niet meer te handhaven waren. Van der Heiden vertelt in eigen woorden hun levensgeschiedenis na, daarbij af en toe letterlijk citerend uit de processen verbaal en overige documenten uit de archieven of gebruikmakend van andere bronnen om hun leefsituatie in te kleuren. Ze gebruikt ook de termen die in die tijd gebruikt werden voor mensen die te maken kregen met geestelijke verwarring. Die klinken soms wat vreemd of neerbuigend in onze oren, maar drukken goed uit, dat elke tijd zijn eigen gekte heeft.

Bij de keuze van de 18 portretten heeft Van der Heiden gelet op een grote diversiteit: mannen en vrouwen; mensen met psychiatrische problemen, verslaving of met een verstandelijke beperking; de verwarde personen zelf en hun familie en naasten; inwoners van een dorp of een grotere stad; godsdienstig (katholiek, hervormd, gereformeerd, joods, islamiet) of niet-religieus. Daarmee krijgen we een breed palet voorgeschoteld. De 18 portretten zijn verdeeld over vijf tijdvakken. Elke periode wordt ingeleid door een kort, algemeen hoofdstuk. Bij de afzonderlijke portretten wordt soms in een kadertekst nog wat meer achtergrondinformatie gegeven.

De vijf periodes zijn:
1500-1800 - Heilig of duivels? Geestelijke verwarring in een religieus wereldbeeld.
1800-1884 - Nieuwe ideeën. Krankzinnigheid is een ziekte.
1884-1945 - Geld en regels. De rol van het rijk, de provincie en de gemeenten.
1960-2020 - De kanteling. De cliëntenbeweging en de-institutionalisering.
> > >2020 - De herstelbeweging. De ultieme emancipatie van patiënt en naasten.

Speelden aanvankelijk nog middeleeuwse opvattingen een rol, dat verwardheid een uiting was van de strijd tussen God en de duivel en dat ‘zotten’ de uitvergroting waren van de zwakheid van elke mens, in de loop van de zeventiende eeuw kantelde dat beeld en werden zij gezien als minderwaardige mensen door hun gebrek aan verstand. Wel hadden zij gewoonlijk nog een plek in de samenleving en werden zij door familie en buren geholpen. Pas als zij een probleem voor de openbare orde werden, kwamen zij terecht in een armeninstelling of in het dolhuis. Van der Heiden nuanceert overigens het bestaande grimmige beeld van dolhuizen als verschrikkelijke, helse oorden. Zich baserend op een recent promotie-onderzoek van Martje aan de Kerk naar dolhuizen in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht stelt zij, dat opnames vaak tijdelijk waren en de familie nauw betrokken bleef. Die kwam geregeld op bezoek en deed wekelijks ook de was. Er waren verlofmogelijkheden en het eten zou vaak voedzamer en beter zijn geweest dan men gewoon was. (p. 33)

Onder invloed van het verlichtingsdenken wint de opvatting veld, dat krankzinnigheid een ziekte is. Om die te kunnen genezen, moet je er zo snel mogelijk bij zijn. Daarom worden in de negentiende eeuw bestaande gestichten uitgebreid en nieuwe grote gestichten gebouwd. Meerenberg in Bloemendaal is het eerste grote nieuwe gesticht, dat opent in 1849. Later werd paviljoenbouw op het platteland het gebruik. Dan wordt er ook een scheiding gemaakt tussen inrichtingen voor mensen met psychiatrische problemen en mensen met een verstandelijke beperking. Er vindt een grote groei plaats van het aantal instellingen, deels door invoering van de Tweede Krankzinnigenwet (1884), deels onder invloed van de verzuiling.

Een eeuw later zie je de omgekeerde beweging. De grote inrichtingen worden gesloten en mensen moeten weer ‘terug naar de maatschappij’. De patiënten- en cliëntenbeweging komt op en in het kielzog ook de familieorganisaties. Mensen gaan zich hard maken voor zeggenschap en regie over hun eigen leven.

Tot slot komen de ervaringen van mensen aan bod die vandaag de dag te maken hebben met stigma’s en wordt beschreven hoe zij hun identiteit en rol in de samenleving hervinden, gestimuleerd door de Herstelbeweging.

Henke van der Heiden heeft een zeer lezenswaardig boek geschreven. De achttien portretten geven een levendig beeld van vijf eeuwen geestelijke verwarring vanuit het perspectief van de mensen die er zelf door geraakt worden of er in hun directe omgeving mee te maken hebben.

Jan Maasen

Verwijzing
M.A. aan de Kerk, Madness and the city. Interactions between the Mad, their families and urban society in Amsterdam, Rotterdam and Utrecht, 1600-1795, ongepubliceerd proefschrift. Amsterdam, 2019.

Over de auteur
Mw. drs. Henke van der Heiden (1967) is historica. Zij werkt al vijftien jaar als beleidsadviseur maatschappelijke zorg in de regiogemeenten van Gooi en Vechtstreek. De vele gesprekken met mensen met psychiatrische aandoeningen, verslaving en/of verstandelijke beperkingen inspireerden haar tot het schrijven van Elke tijd zijn eigen gekte.


Beoordeling redactie:
eerste   vorige   overzicht   volgende   laatste